IN HET VERLEDEN werd bij iedere staatshervorming met een brede bocht om de problematiek van de verdeling van de staatsschuld heen gewandeld. Een verdere significante hervorming zal evenwel een antwoord moeten geven op de vraag: wat met de federale staatsschuld? Hoewel ze geen directe prioriteit is, is de staatshervorming via het saneringsbeleid dus toch alom aanwezig in het dagelijkse beleid.
...

IN HET VERLEDEN werd bij iedere staatshervorming met een brede bocht om de problematiek van de verdeling van de staatsschuld heen gewandeld. Een verdere significante hervorming zal evenwel een antwoord moeten geven op de vraag: wat met de federale staatsschuld? Hoewel ze geen directe prioriteit is, is de staatshervorming via het saneringsbeleid dus toch alom aanwezig in het dagelijkse beleid. Een nooit uitgesproken scenario van optimisten, of moeten we eerder zeggen naïevelingen, houdt in dat een sanering van de staatsfinanciën - te begrijpen als het bereiken van een evenwicht op de begroting - op termijn zal resulteren in een relatieve beperking van de schuld. Concreet valt snel te becijferen dat het continu aanhouden van een evenwicht op de staatsrekeningen tot 2060 de schuldquote (de verhouding tussen de schuld en het bbp) zal terugdringen tot een 25 procent. Een cijfer wat wel wat manoeuvreerruimte geeft in onderhandelingen over een staatshervorming. DAT SCENARIO is vandaag evenwel bijzonder onrealistisch. Niet alleen slaagt de regering er niet in het overheidstekort weg te werken, niemand ziet Belgische regeringen zich meer dan veertig jaar aan een strakke budgettaire discipline houden. Waarom het onmogelijk lijkt de staatsfinanciën te saneren, volgt logisch uit het volgende. De meerderheid van de beleidsvoerders ziet de staatsschuld als de beste grendel op de staatshervorming: bij een hoge schuldquote zal noch Vlaanderen, noch Wallonië bereid zijn een belangrijk deel van de schuld over te nemen. Doordat de schuld zo federaal blijft, moet de federale overheid wel middelen behouden om ze af te betalen. Staatshervormingen blijven dan beperkt tot kleine verschuivingen van uitgaven en belastingbevoegdheden zonder reële verantwoordelijkheid voor de deelstaten. Daaruit volgt logisch dat de sanering van de staatsfinanciën dode letter zal blijven: veel woordkramerij, veel excuses, maar geen doortastend beleid. ALS WE HET HEBBEN over de staatsschuld, dan gaat het over de uitstaande financiële verplichtingen van de overheid onder de vorm van obligaties en schatkistcertificaten, wat men omschrijft als gesecuritiseerde schuld. Bij een verdere staatshervorming zal het evenwel ook gaan over de niet-gesecuritiseerde schuld, namelijk de verplichtingen die de overheid in de toekomst moet honoreren. Dat zijn voornamelijk de vergrijzingskosten, met als belangrijkste component de pensioenlasten. Zonder een beroep te doen op hogere wiskunde, kan men op basis van het jongste jaarverslag van de Studiecommissie voor de vergrijzing becijferen dat de toename van de vergrijzingskosten tegen 2060 resulteert in een toename van de schuldquote met 105 procent. Die cijfers houden rekening met de belangrijke, optimistisch ingeschatte gevolgen van de verhoging van de pensioenleeftijd. Die verwachte schuldtoename kan worden gebruikt als een tweede grendel op de staatshervorming door een pensioenhervorming te blokkeren. Het systematisch afwijzen van structurele hervormingen zal uitmonden in onhoudbare staatsfinanciën. Griekse toestanden, tussenkomst van 'Europa' en andere internationale overheden zijn dan onvermijdelijk. De vraag is of de voorstanders van het behoud van België bereid zijn die prijs te betalen. HOPEN DAT beleidsverantwoordelijken de noodzaak van gezonde staatsfinanciën en betaalbare pensioenen inzien om de economische en financiële toekomst veilig te stellen, lijkt op dagdromen. Dat leidt immers tot een verregaande staatshervorming, iets wat vele politici niet wensen. Ze kunnen het tegendeel beweren, maar de feiten spreken dat tegen. Slecht nieuws voor alle Belgen, want er zal geen verlaging van de belastingdruk komen, de pensioencrisis zal aanslepen, de efficiëntie van het overheidsapparaat zal niet verbeteren en we zullen geplaagd blijven met loze beloftes dat alles na de volgende verkiezingen zal verbeteren.