Vandaag, 22 februari, is het exact 100 jaar geleden dat Paul van Ostaijen geboren werd in de Antwerpse Lange Leemstraat. Amper 32 jaar later stierf hij aan tbc in een Naams sanatorium. Bitter, eenzaam en berooid.
...

Vandaag, 22 februari, is het exact 100 jaar geleden dat Paul van Ostaijen geboren werd in de Antwerpse Lange Leemstraat. Amper 32 jaar later stierf hij aan tbc in een Naams sanatorium. Bitter, eenzaam en berooid.Zijn leven past perfect in een snotterende romantische smartlap over een poète maudit. Zijn vader, een Nederlandse nouveau-riche in Antwerpen, had stellig een mooie toekomst voor hem in het verschiet. Maar de schobbejak klapte de ene schooldeur na de andere achter zich dicht. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, had hij tenminste een keurige job aan de Antwerpse stad. Zijn jeugdig idealisme nam hem echter op sleeptouw en deed hem voor het verkeerde kamp kiezen. Hij geraakte betrokken bij het Vlaamse activisme. Toen de oorlogskansen keerden, vluchtte hij naar Berlijn. Over de tweeënhalf jaar in Duitsland, verschijnt eerstdaags Dichter in Berlijn De ballingschap van Paul van Ostaijen (1918-1921) bij Globe. Knack-redacteur Marc Reynebeau onderzoekt onder meer de potentiële gevolgen van het activisme. Ondertussen bracht Berlijn drugs en armoede, neurose en vervreemding, seks en jazz. En literaire vernieuwing. Tijdens de oorlog had de schrijver en kunstkenner het expressionisme al ontdekt, maar hij paste het nog ambigu toe. Dat merken we in zijn bundel Music-Hall (1916, nu heruitgegeven als Ooievaar-pocket). Naast de chaos, verwarring en vervreemding van de grootstad, zijn de verzen zwanger van lyrische woordenkramerij, waarin we nog de Vlaamse korenvelden ruiken. Met Het Sienjaal (1918) zet van Ostaijen de stap naar het humanitair expressionisme. De chaos wordt beteugeld met idealisme en geloof in de toekomst. In Berlijn valt de dweepzucht weg en doen het nihilistische dadaïsme en het ongebreidelde experiment hun intrede. Dat merken we in de tomeloze Feesten van angst en pijn en Bezette stad (beide uit 1921). In de postuum verschenen gedichten, die hij nog had willen verzamelen als Het laatste boek van Schmoll, vinden we alweer een andere aanpak. Hij bedacht er zelf de term organisch expressionisme of zuivere lyriek voor. Het experiment gaat verder, net als in zijn proza, waar hij bekend blijft als invoerder van de groteske. Van Ostaijen blijft echter vooral leven als dichter. Wie zijn verzen in één band wil, kan terecht bij de prestigieuze uitgave Verzamelde gedichten (Prometheus/Bert Bakker, 611 blz., 995 fr.), een boek dat de overige herdenkingsevenementen haast overbodig maakt. LUC DE DECKER