Europa wordt oud. De vergrijzing wordt veroorzaakt door een grote hobbel in de bevolkingsgroei: eerst was er de geboortegolf van na de oorlog en toen kwam de pil en was het afgelopen. Men had wel betere dingen te doen. Door deze toe- en afname uit het verre verleden zitten we nu met een grote knobbel in de leeftijdsstructuur: de babyboomgeneratie, de bevolkingsgroep die nu tussen de 35 en de 55 is. Babyboomers zijn als het konijntje waarin een cobra zich heeft verslikt en dat langzaam als een bobbel door het lange smalle slangelijf trekt. Eerst moet alles groter en dan weer kleiner. De economie die de geboortegolfgeneratie erft, is te klein; en wat ze achterlaat, is te groot. Babyboomers zitten hun hele leven op een kluitje: in de school, op het strand, in de file, op de arbeidsmarkt en op de woningmarkt. Nu komt het slothoofdstuk. In de volgende decennia vergrijst dit kluitjesvolk.
...

Europa wordt oud. De vergrijzing wordt veroorzaakt door een grote hobbel in de bevolkingsgroei: eerst was er de geboortegolf van na de oorlog en toen kwam de pil en was het afgelopen. Men had wel betere dingen te doen. Door deze toe- en afname uit het verre verleden zitten we nu met een grote knobbel in de leeftijdsstructuur: de babyboomgeneratie, de bevolkingsgroep die nu tussen de 35 en de 55 is. Babyboomers zijn als het konijntje waarin een cobra zich heeft verslikt en dat langzaam als een bobbel door het lange smalle slangelijf trekt. Eerst moet alles groter en dan weer kleiner. De economie die de geboortegolfgeneratie erft, is te klein; en wat ze achterlaat, is te groot. Babyboomers zitten hun hele leven op een kluitje: in de school, op het strand, in de file, op de arbeidsmarkt en op de woningmarkt. Nu komt het slothoofdstuk. In de volgende decennia vergrijst dit kluitjesvolk.LUIDER.Het beeld dat een vergrijsde samenleving oproept, is van schuifelende oudjes die op een bank in het park de eendjes voeren. Het openbare leven zal zich aanpassen aan kippigheid, hardhorigheid en oude botten. In de volgende eeuw wordt alles groter: grotere parkeerborden, reusachtige haaientanden op het wegdek en reclameborden met de afmetingen van een voetbalveld. Radiosignalen, autotoeters en kerkklokken worden luider dan een jumbojet op een te korte startbaan. Het leven wordt stroperig: treinen stoppen langer in stations en roltrappen stijgen tegen slakkensnelheid. Pessimisten verwachten een gestolde en vertraagde economie waarin de economische vitaliteit een enorme dip maakt.DANSTHEATER.De economie zal natuurlijk veranderen door de vergrijzing. Maar het aanstormend grote aantal oudere mensen in de samenleving wordt veel te veel als een probleem ervaren. Oud zijn is niet hetzelfde als wegkwijnen. Oud worden gaat over in leven blijven. Niets is zo vitaal als steeds maar langer leven. Een beter beeld wordt opgeroepen door het Nederlands Danstheater III. Dat is een in 1991 opgerichte dansgroep speciaal voor oudere balletdansers. Balletdansers zijn oud op hun veertigste. Voor deze dansers is een geheel nieuwe choreografie ontworpen, en dat is een wereldsucces geworden. Ze dansen niet hun " pas de deux" maar hun " pas de vieux". Het is anders, het is uitdagend en het kent succes. VROUWEN.De grijze golf is niet beangstigend. Het economisch bestel en de arbeidsmarkt zullen zich schikken naar het groter aantal ouderen. Kijk maar hoe de economie in de afgelopen decennia is veranderd door de hogere participatie van vrouwen. Onze manier van produceren en consumeren is nu totaal anders dan in 1970, toen de toestroom van vrouwen naar de arbeidsmarkt pas echt begon. We eten, zorgen, winkelen en werken anders dan toen. Crèches en kinderopvang zijn uit het niets opgekomen. De economie is vierentwintiguurs geworden. De dienstensector is enorm gegroeid door en voor werkende vrouwen en tweeverdieners.NIEUW.Onze economie is rekbaar. Opnieuw verschuiven straks consumptiepatronen en komen er grote veranderingen op de huizenmarkt en de kapitaalmarkt en in de zorg- en dienstensector. Er ontstaan nieuwe niches, nieuwe investeringsmogelijkheden, nieuwe werkorganisaties. Net zoals de arbeidsmarkt in het recente verleden met gemak ruimte heeft gemaakt voor de werkende vrouw, zo kan diezelfde arbeidsmarkt in de volgende eeuw ruimte maken voor de oudere werknemer. Er komen meer oudere werknemers, die vermoedelijk na het minder aantrekkelijk worden van vervroegde uittredingsmogelijkheden ook langer zullen blijven werken.PICASSO.Hoe zit het met de arbeidsproductiviteit van een oudere beroepsbevolking? Het is moeilijk daar definitieve uitspraken over te doen. Er zijn vaardigheden waar mensen gemiddeld vroeg in pieken en bij andere komt de piek pas met de jaren. Mensen pieken vroeg in atletische prestaties. Alhoewel duursporters zoals marathonlopers weer later pieken dan honderdmetersprinters.De piek in management en bestuurlijke vaardigheid komt op late leeftijd. Een regeringsploeg is meestal gemiddeld een stuk ouder dan een voetbalploeg. Sommige creatieve vaardigheden houden we een leven lang op hoog niveau vol, en andere slechts voor een korte periode. Een recente personeelsadvertentie van het Nederlands uitzendbureau Start vertelt over de enorme productiviteit van Pablo Picasso en Coco Chanel op zeer hoge leeftijd. Adam Smith, de grondlegger van de economie, was 54 toen zijn " Wealth of Nations" verscheen en John Maynard Keynes was even oud toen hij met de publicatie van de " GeneralTheory" de economische wetenschap revolutionair overhoop haalde. Andere vaardigheden zoals zuivere wiskunde worden minder met het ouder worden. Veel hangt af van welke vaardigheden de economie in de volgende eeuw nodig heeft. Indien het gaat om vaardigheden waarin de mens op late leeftijd of zijn hele leven piekt, dan zitten we goed. In elk geval vraagt onze postindustriële diensteneconomie andere vaardigheden dan de fysieke kracht die nodig was in de beton- en staalindustrie van weleer. De informatie- en communicatietechnologie kan goed uitpakken voor de nieuwe generaties oudere werknemers. In elk geval zou een economie vol oude economen erg productief kunnen zijn. Er is hoop.Prof. dr. Jules Theeuwes is Vlaming en hoogleraar economie aan de Universiteit Amsterdam.JULES THEEUWES