Het interprofessionele loonoverleg heeft een te hoge graad aan déjà vu bereikt. Eerst paraderen de sociale partners als kemphanen in het rond. Af en toe werpt er één een stok in het hoenderhok: de veertigurige fetisj, de afschaffing van het brugpensioen of de dreiging van stakingspiketten. De nodige veren dwarrelen in het rond. En dan legt de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven ( CRB) zijn ei: de lonen van de 2,5 miljoen Belgische werknemers mogen de komende twee jaar maximaal met 5,3 % stijgen.
...

Het interprofessionele loonoverleg heeft een te hoge graad aan déjà vu bereikt. Eerst paraderen de sociale partners als kemphanen in het rond. Af en toe werpt er één een stok in het hoenderhok: de veertigurige fetisj, de afschaffing van het brugpensioen of de dreiging van stakingspiketten. De nodige veren dwarrelen in het rond. En dan legt de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven ( CRB) zijn ei: de lonen van de 2,5 miljoen Belgische werknemers mogen de komende twee jaar maximaal met 5,3 % stijgen. Elk van de toponderhandelaars (of de achterban) begint daarop luid te kakelen. Opgelet, zegt de werkgever: trek van die 5,3 % de inflatie én loondrift én barema's af en je houdt slechts 1 % reële loonsverhoging over. Sterker nog: houden we rekening met de loonkloof tegenover de buurlanden, dan is er zelfs géén marge. Neen, neen, kraait de vakbond, onze economie draait nu al vijf kwartalen op volle toeren. Er is wél ruimte voor een loonstijging. Elke twee jaar speelt zich opnieuw dit paringsritueel af. In het beste geval kan een van de sociale partners daarna een symbolische pluim op de hoed steken - zoals in 1998 toen het Verbond van Belgische Ondernemingen ( VBO) erin slaagde de lastenverlaging los te koppelen van de plicht tot meer jobs. Maar in de meeste gevallen blijft het akkoord beperkt tot een Pyrrusoverwinning. Zoals in 1988: daarvan herinnerde gewezen VBO-topman Tony Vandeputte zich dat het de eerste geslaagde overlegronde was in tien jaar. En over 1990 zei hij: "Dit akkoord was de bevestiging dat er weer overleg was" (sic). In het slechtste geval blazen de toponderhandelaars hun onderonsje zelf op. Zo gebeurde het in 2002. Werkgevers hielden toen vast aan een maximale loonstijging van 5,3 %, terwijl vakbonden mordicus weigerden onder 6 % te gaan. Gevolg: de gesprekken over andere fundamentele thema's zoals arbeidsflexibiliteit en brugpensioen (precies dezelfde als nu) zaten muurvast. De bal werd dan maar tactisch naar het kamp van de regering doorgerold. Wat levert dit terugkerende interprofessionele ritueel anno 2004 nog op? Op het moment dat u dit leest, zitten de vergadertijgers van de 'Groep van Tien' - na hun korte wapenstilstand van vorige maandag - opnieuw aan de tafel om de slaagkansen van een verder overleg af te wegen. Waarom? De enige witte rook die uit deze sessie omhoog kan kringelen, is de beslissing of er al dan niet in december een finale marathonvergadering moet komen om een definitief akkoord te forceren. Voor de meeste bedrijfsleiders en werknemers die deze onderhandelingen gadeslaan, begint dit stilaan op een schertsvertoning te lijken. De simpele waarheid is dat vakbonden en werkgevers er via het interprofessionele overleg niet in geslaagd zijn onze loonhandicap ten opzichte van de belangrijkste buurlanden in te tomen. Integendeel. Uit de recentste cijfers van de CRB blijkt klaar en duidelijk dat de lonen hier de voorbije twee jaar met 5,9 % zijn gestegen, terwijl de toename in de buurlanden beperkt bleef tot 4,5 %. Het is ook tekenend dat zelfs een figuur als Tony Vandeputte, die in dit overlegmodel bijna twintig jaar van zijn leven heeft gestopt, nu openlijk deze balans moet voorleggen: "Het overleg is niet bij machte gebleken om grote problemen zoals het behoud of het herstel van de concurrentiekracht, de problematiek van het loopbaaneinde, de hervorming van de sociale zekerheid of de modernisering van de arbeidsmarkt aan te pakken," zei hij begin deze week op een uiteenzetting van Ekonomika Brussel. De economische theorie zegt dat het bedrijf nog steeds de ideale plek is om afspraken over loon en werk vast te leggen. Niet de sector of een interprofessioneel vergaderplatform waarin het VBO en de vakbonden zich op hyperprofessionele wijze uitleven met geheime tactieken, discussies in achterkamertjes, straffe verklaringen in de media of lobbying bij de politici. Het sociale overleg is voor hen een doel op zich geworden. Wie trekt de stekker eruit en zet nu eindelijk eens de economische theorie om in de praktijk? Piet DepuydtHet sociale overleg is een doel op zich geworden. Wie trekt de stekker eruit en zet nu eindelijk eens de economische theorie om in de praktijk?