opinie
...

opinie Handelsreis naar het kapitalistische islamisme. Blz. 16 Doha (Qatar), Manama (Bahrein) Of het stalen dak van 3000 ton tijdig door reuzenkranen van Sarens uit Wolvertem 35 meter hoog gehesen zal zijn wanneer prins Filip en de Belgische handelsmissie de complexe constructie van Victor Buyck Steel Construction komen aanschouwen, durft projectmanager Steve Wathan niet te beloven. Maar het meest indrukwekkende aan het Convention Centre in Education City, een futuristisch ontwerp van een Japanse architect, moet nog komen: vier gigantische boomstronken in stalen buizen met een doorsnee tot acht meter zullen het dak aan de façadekant stutten. Het kunstwerk, 250 meter lang en 30 meter breed, werd gemaakt in de Maleisische vestiging van Buyck Group. In totaal zal Buyck ruim 7000 ton staal verplaatst hebben. Als een van de weinige bedrijven die de engineering, fabricage en montage van zulke projecten aankunnen, werd de staalbouwer uit Eeklo door The Qatar Foundation van Sjeika Mozha aangeschreven en geselecteerd voor een project dat hét symbool wordt van een mentale ommekeer - weg van levenslang gepamper van de eigen burgers door de oliestaten. De nieuwe universitaire campus van Education City is de kweekvijver voor de intellectuele bovenlaag in dit dynamische deel van het Midden-Oosten. Qatar, Bahrein en de overige lidstaten van de Gulf Cooperation Council (GCC) - Koeweit, Oman, de Verenigde Arabische Emiraten en zelfs Saoedi-Arabië - ondergaan sinds enkele jaren een metamorfose. Ondanks de streng religieuze wahabitische cultuur steken strategische visie en PowerPointpresentaties scherp af tegen de ellende, haatkreten en fanatisme in Irak, Palestina, Libanon en Iran. Elke ministaat ontwikkelt vrijhandelszones en industriële clusters, liberaliseert zijn economie, maakt een vastgoed- boom door, versoepelt administratieve procedures en lokt investeerders met weinig of geen belastingen. Dubai achterna, dat tegelijk model staat en rivaal is. Dubai en Qatar willen de nieuwe financiële draaischijf worden, terwijl Bahrein (dat lang het financiële centrum was) zich met zijn Financial Harbour probeert op te werken in vermogensbeheer en verzekeringen. "In dit gebied staat momenteel meer dan 30 % van alle beschikbare bouwkranen in de wereld. Ik hoef maar met mijn ogen te knipperen en Sarens stuurt me weer een hele doos kranen", lacht Rini Hartman, business development & operations manager van Qatar Al-Attiyah International Group. QAIG is de plaatselijke vertegenwoordiging van Sarens Nass, de 50/50-joint venture tussen Sarens Groep en het constructiebedrijf Nass uit Bahrein. Hoge olie- en gasprijzen, gekoppeld aan diversificatie van de olie-economieën en het bouwen van uitstekende toerisme-infrastructuur, maken dat de vraag naar heavy lifting nauwelijks bij te houden is. Sarens Nass heeft 131 hydraulische en rupskranen operationeel in Bahrein, Qatar en Saoedi-Arabië, en tegen de jaarwisseling zullen het er 184 zijn en tegen midden 2009 245. "Dat gaat zo door tot 2018", weet Hartman, "als je de planning volgt van alle gebouwen en fabrieken in de pijplijn." Bouwbedrijf Besix en de baggeraars Deme en Jan De Nul, bezig met de uitbreiding van havens en industriële sites, zijn Hartmans trouwe klanten. McKinsey schat dat in de Golf voor een biljoen dollar aan infrastructuurwerken gaande zijn, oplopend tot het drievoud tegen 2010. Daarom focust de handelsmissie op bouw en engineering, uitrustingsgoederen en telecommunicatie (Qatar is de thuisbasis van de Arabische tv-zender Al-Jazira). Alleen al dit jaar cashen de GCC-landen 540 miljard dollar extra uit olie en gas, wat meer is dan de export van Brazilië, India, Polen en Turkije samen. Het verschil met vorige periodes is dat de petrodollars efficiënt worden beheerd. Weliswaar draait het nog steeds om prestige en m'as-tu-vu. Vriendjeskapitalisme is er nog altijd. Willekeur bij de toewijzing van projecten en in de rechtsbedeling zijn niet helemaal uit te sluiten, want de business wordt gedomineerd door een handvol prinsen en hun hofhouding. Niettemin overheerst een entrepreneurial spirit. Opvallend, stellen buitenlandse managers, is dat de kwaliteit van de ondernemers (meestal opgeleid aan Amerikaanse en Britse elitescholen) bijzonder hoog is: kwaliteit primeert bij offertes en bestellingen, concurrenten worden zorgvuldig tegen elkaar afgewogen. De sjeiks laten onderhandelingen over aan keiharde specialisten. De meeste Belgische bedrijven spelen qua risico redelijk op veilig: ze werken in onderaanneming met internationale groepen en voor gereputeerde studiebureaus als Technip, Foster Wheeler, Linde of Halliburton. De eindgebruikers zijn Shell, BP, Total en steeds vaker stevige Turkse, Pakistaanse of Indiase bouwfirma's. Anders dan in het verleden zijn de hoge olieopbrengsten het glijmiddel voor maatschappelijke hervormingen, vooral met het oog op de tewerkstelling van lokale Qatari en Bahreini (die wegens de toevloed van buitenlandse werknemers maar een fractie van de bevolking vertegenwoordigen). Van de eigen burgers brengt gemiddeld 90 % zijn tijd door op postjes die zwaar wegen op het overheidsbudget. De beleidsmakers zijn zich bewust dat een olie-economie omturnen naar de kenniseconomie die sommigen - zeker in Qatar - ambiëren, niet makkelijk zal zijn. Maar het moet, omdat 42 % van de GCC-bevolking jonger is dan vijftien en over enkele jaren op de arbeidsmarkt komt. Afhankelijkheid van goedkope, buitenlandse arbeidskrachten remde de vorming van eigen goed opgeleide mensen en heeft niet bijgedragen tot een lokale, gediversifieerde en productieve privésector om jongeren te absorberen. In de komende vijf jaar heeft Qatar voor zijn expanderende economie 9000 ingenieurs nodig. Education City past in dat perspectief. The Qatar Foundation trok vijf Amerikaanse elitescholen aan (zoals Texas A&M en Carnegie Medical School) en Microsoft en Rolls-Royce nestelden zich al in het nieuwe Technologie- & Wetenschapspark. Sarens haalt ervaren kraanbestuurders uit India, Sri Lanka, Thailand en de Filipijnen. De Golfstaten willen meer eigen ingenieurs, informatici en managers inzetten. Reynaers Aluminium zocht zes maanden naar een ingenieur en omdat het aanbod zo klein is, stegen de lonen het voorbije jaar met 15 tot 30 %, vertelt Ali Khalaf, jointventurepartner van Reynaers Middle East in Bahrein (60 % Reynaers Aluminium uit Duffel). Bahrein opteerde voor een 'bahreinisering' via quota, maar volgt Qatar in het streven naar betere scholing. Onlangs richtte Bahrein een Labour Fund op, gefinancierd uit heffingen op buitenlandse werknemers, om lokale werknemers te trainen en kleine bedrijfjes te steunen. Ali Khalaf werft uitsluitend Bahreini aan. "Het geeft niets te maken met de verplichte 30 %-quota, maar deze mensen hebben een betere voeling met de markt hier en in de buurlanden." Hoewel Bahrein een sterke aluminiumcluster heeft en aluminiumproductie volgens McKinsey 30 % goedkoper is dan in China, mikt Reynaers Middle East uitsluitend op de Golfstaten en een deel van naburig India. Het werven van lokale mensen past in de wereldwijde strategie van Reynaers om zich in de markt als een plaatselijk bedrijf in te bedden. Specifieke, complexe en hoogwaardige onderdelen komen uit Duffel, maar Reynaers Middle East laat zijn extrusieprofielen voor de Golfregio volgens zijn specificaties in onderaanneming maken in Saoedi-Arabië. Vanuit Bahrein bewerken Ali Khalaf en zijn ploeg via hun netwerken architecten, bouwbedrijven en opdrachtgevers. Ze volgen de uitvoering op door plaatselijke producenten van ramen, deuren, schuifelementen, lichtstraten en zonweringen. In Duffel worden profielen getekend voor fantasierijke gebouwen, zoals de Aspire Tower in Qatar met de olympische vlam van de voorbije Asian Games en het dak van de Kashor Room op het formule 1-circuit van Bahrein. Zo kan elke Belg met internationale ambities in dit deel van de wereld een palmares opbouwen met unieke referenties. Door Erik Bruyland