Er is veel verwarring over de kostprijs van de fiscale hypotheekaftrek naar aanleiding van de overheveling van het woonbeleid en de bijbehorende steunmaatregelen naar de gewesten. De regeringspartijen gingen ervan uit dat daarvoor 1,4 miljard euro moet verschuiven van de federale staat naar de gewesten. Maar volgens de berekening van professor Nancy Huyghebaert kost de woonbonus de federale staat 4,9 miljard als alle nieuwe ontleners er een beroep op doen.
...

Er is veel verwarring over de kostprijs van de fiscale hypotheekaftrek naar aanleiding van de overheveling van het woonbeleid en de bijbehorende steunmaatregelen naar de gewesten. De regeringspartijen gingen ervan uit dat daarvoor 1,4 miljard euro moet verschuiven van de federale staat naar de gewesten. Maar volgens de berekening van professor Nancy Huyghebaert kost de woonbonus de federale staat 4,9 miljard als alle nieuwe ontleners er een beroep op doen. Op basis van de hypothecaire kredieten die in 2010 werden verstrekt, berekende de Leuvense econome de totale kostprijs van het ermee verbonden fiscale voordeel in dat jaar alleen. Ze kwam uit op 408,2 miljoen euro (dus de gederfde belasting). In 2010 werd echter een recordaantal hypotheekleningen afgesloten (113.200 aankoopkredieten, 36.700 voor bouwers, 88.900 voor renovatie). Huyghebaert ging in een herberekening uit van een 'normaal' jaar met 100.000 hypothecaire kredieten voor aankoop, 30.000 voor bouw en 50.000 voor renovatie. De fiscale kostprijs verbonden aan een gemiddelde woonbonus bedraagt voor de aankoop 2060 euro, voor de bouw 2020 euro en voor een renovatie 1159 euro. Professor Huyghebaert hield ook rekening met het feit dat een op de drie leningen wordt afgesloten door een persoon (wat het fiscale voordeel vermindert). Door het aantal leningen te vermenigvuldigen met de gemiddelde woonbonus per type komt ze (gecorrigeerd na gemeentebelasting) uit op een jaarlijkse fiscale kostprijs van 301,2 miljoen euro. Op basis daarvan berekende ze de kostprijs van het steunbeleid voor alle toekomstige leningen. Daarbij hield ze er rekening mee dat de looptijd van de lening verschilt naargelang het type krediet. De aankoop en de bouw van een nieuwe woning wordt gemiddeld over twintig jaar betaald, maar na tien jaar wordt de woonbonus met een kwart gereduceerd. De gemiddelde looptijd voor een verbouwingskrediet is slechts tien jaar. In een doorsneejaar bij een systeem op kruissnelheid kan dus de productie over de eerste tien jaar aan de volle 301,2 miljoen per jaar worden afgetrokken, terwijl de kredieten in het tweede decennium nog 185,6 miljoen op jaarbasis kosten. Dat levert een totaal van 4,87 miljard op. Het verschil met de 1,4 miljard (voor 2008) die de regering hanteert, verklaart de professor met het feit dat de woonbonus uit 2005 pas fiscaal in rekening wordt gebracht sinds 2006. Haar cijfers gaan uit van de kostprijs van die woonbonus op kruissnelheid, dus gespreid over twintig jaar. Het kabinet Financiën stelt dat niemand kan voorspellen hoeveel lening zullen worden afgesloten tussen nu en 2030 en dat het zich baseert op geverifieerde cijfers uit de belastingaangiften. "Die cijfers hebben geleid tot een kostprijs van 1,4 miljard euro", klinkt het. H.B.