Doemdenkers zien kwaliteitsbladen de plaats ruimen voor oppervlakkige sensatiejagers. Heeft België nog een onafhankelijke dagbladpers ? Professor Els de Bens bracht het krantenlandschap in kaart.
...

Doemdenkers zien kwaliteitsbladen de plaats ruimen voor oppervlakkige sensatiejagers. Heeft België nog een onafhankelijke dagbladpers ? Professor Els de Bens bracht het krantenlandschap in kaart.Naar aanleiding van corruptie-onderzoek à la Agusta en gerechtelijke affaires à la Dutroux geraakte de sensationele berichtgeving ook in België in een stroomversnelling. Wie graag een vergelijking maakt met smeuïge oorden als Engeland, beaamt evenwel al gauw dat de Belgische journalistiek braaf blijft. Niettemin valt het op dat ook de kwaliteitskranten zich gretig lieten meesleuren door de affaires. Voor Els de Bens vormt deze vaststelling een aanleiding voor een doorlichting van de actuele krantenkwaliteit. Op zich is dat al een aardig perspectief, maar in haar imposante turf De pers in België lijkt zo'n focus slechts een zoveelste trage bocht in een alsmaar verder meanderende rivier. In het boek schuift de hoogleraar Communicatiewetenschappen aan de Universiteit Gent de dagbladpers onder de loep. De weekbladpers moet het stellen met een puur informatieve terzijde. Wie de komende decennia de Belgische kranten wil bestuderen, zal niet aan deze uitgave voorbij kunnen. Gewagen van een standaardwerk klinkt niet eens overdreven. ZAPPENDE LEZER.In een eerste deel licht Els De Bens het dagbladbedrijf door. Ze begint haar relaas al bij de berichtgeving tijdens de Spaanse Nederlanden (1555-1713). De pers tijdens de bezetting is goed voor een apart brandpunt. Wie De Bens enigszins kent, verbaast dat niet. Ze promoveerde immers tot doctor met een proefschrift over de Belgische dagbladpers onder Duitse censuur. In de naoorlogse pers legt ze onder meer de concentratiebewegingen bloot, gaat het wel en wee van Belgische journalisten na en snijdt de onvermijdelijke vraag aan hoe objectief ze wel mogen, kunnen en willen zijn.In het tweede deel biedt de Bens een overzicht van de huidige krantengroepen in Vlaanderen en Wallonië. In een cascade van feiten, cijfers en structuren schetst ze het levensverhaal van de dagbladen die tot op vandaag verschijnen.Of er de jongste tijd echt meer riooljournalistiek opdoemt in ons land, kan niet zomaar beantwoord worden. Oppervlakkig beschouwd klopt dat allicht wel, maar De Bens zwaait niet bepaald met een vermanende vinger. Blijkbaar wil ze haar boek zelf zo neutraal mogelijk houden. Ze citeert dan maar het werk Man bijt hond, waarin Deltour in 1996 de verhouding tussen pers, politiek en gerecht naging. Daarin wijst de auteur erop dat de commercialisering van de media de vraag naar schandalen wel degelijk doet stijgen, maar dat de schandalen niet door de pers zelf werden uitgevonden : "De pers verschaft wel een podium, maar moet ook dat in een vrij persklimaat niet kunnen ?" In één van de schelmse cartoons van de steeds magistrale Jan De Graeve, alias Ian, die het boek illustreren, lezen we in de tekstballons : "De pers vindt de schandalen niet uit. Zij geeft ze uit." Bovendien geeft De Bens toe dat ze gewoon op te weinig wetenschappelijk verantwoord onderzoek kan steunen om een duidelijk oordeel te vellen. Dat geldt evenzeer met het oog op een algemene vervlakking en verpulping. Telkens De Bens verleid kan worden tot een onomwonden mening, maant de wetenschapper in haar tot behoedzaamheid. Ze geeft wel toe dat de stijl van het dagblad al aangepast is aan de cultuur van de zappende lezer : korte, duidelijke zinnen. Dat is ook het gevolg van de tijdsdruk. Alles moet sneller. Voor duiding is geen tijd meer. GEEN PARTIJKAART.Ondertussen nam de concurrentie fel toe. Ze komt uit diverse hoeken. De tv zet zijn stempel, de potentiële lezer dreigt de krant te laten vergelen in de kiosk. Dan komt de commerciële afdeling op de proppen, die haar marktonderzoeken en aanbevelingen op tafel gooit. Kortom, de druk op de redactie om op een bepaalde manier te schrijven over bepaalde onderwerpen, stijgt gevoelig.Valt daarmee definitief het doek over een objectieve dagbladpers ? Er waait ook een andere wind. De bindingen met politieke partijen zijn de jongste jaren alsmaar losser geworden. De editorialen verdwenen van de voorpagina. De meeste journalisten hebben geen partijkaart meer en stemmen zelfs lang niet altijd op de partij die traditioneel het dichtst aanleunt bij hun krant. Dat blijkt uit een nauwgezette enquête. "Journalisten stemmen blijkbaar linkser dan de bevolking", concludeert De Bens. Ze vinden zichzelf ook progressiever, al voegt ze er fijntjes aan toe : "Het gaat hierbij uiteraard over het zelfbeeld, en dit impliceert niet dat de eerder progressieve instelling het redactionele eindproduct meebepaalt."Dan komt de marketing-gestuurde strategie immers weer naar boven. In een landschap waar concentratie en schaalvergroting ernstige proporties aangenomen hebben, worden marketeers alleen maar belangrijker. Inmiddels moet de krant alweer een volgende belager van zich afschudden : Internet.LUC DE DECKER Els de Bens, De pers in België. Lannoo, 480 blz., 1295 fr.