Sinds 1 januari betalen Belgische spaarders bij obligatiebeveks die meer dan 40 % obligaties bevatten, 15 % roerende voorheffing op de meerwaarde die gerealiseerd wordt op de obligaties zelf. Vroeger gold dat alleen voor de intresten. Afgezien van het zeer specifieke en overigens zeer theoretische geval van zuivere speculatie, is dit de eerste keer dat een regering het waagt om de meerwaarde op effecten te belasten.
...

Sinds 1 januari betalen Belgische spaarders bij obligatiebeveks die meer dan 40 % obligaties bevatten, 15 % roerende voorheffing op de meerwaarde die gerealiseerd wordt op de obligaties zelf. Vroeger gold dat alleen voor de intresten. Afgezien van het zeer specifieke en overigens zeer theoretische geval van zuivere speculatie, is dit de eerste keer dat een regering het waagt om de meerwaarde op effecten te belasten. Vreemd genoeg zou deze nieuwe belasting minder kunnen opleveren dan de oude, die in 2006 een bijdrage van 165 miljoen euro leverde aan de begroting. Hoezo? In de eerste plaats omdat de beursbelasting die geheven wordt bij de verkoop van deelbewijzen in een kapitalisatiebevek begin dit jaar werd verlaagd van 1,1 naar 0,5 %. Vervolgens ook omdat enkel de fondsen met een Europees paspoort geviseerd worden. Ongetwijfeld de categorie waartoe uw Luxemburgse bevek behoort. Geen enkele van de Belgische fondsen daarentegen, beschikt over zo'n paspoort. En, ten slotte, omdat het duidelijk is dat de Belg zal trachten om aan die voorheffing te ontkomen door zich tot andere beveks te wenden, zoals fondsen die een groter gehalte aan aandelen bevatten, of door rechtstreeks in obligaties te beleggen. Een en ander heeft tot gevolg dat de inkomstenderving voor de staatskas kan oplopen tot 100 miljoen euro. Al is dat allerminst zeker. Zelfs het Rekenhof zegt dat het niet in staat is om precies te berekenen welke weerslag die uitbreiding van de voorheffing heeft op de begroting. Er zijn namelijk nogal wat schaduwzones. Wat moet er gebeuren als de verhouding tussen obligatieproducten en aandelenproducten in de bevek niet kan worden vastgesteld? De bankiers vragen het zich af. "Ik wacht nog altijd op de rondzendbrief van de belastingadministratie die vertelt hoe ik de nieuwe belasting moet heffen", zegt een onder hen. Neem, bijvoorbeeld, een bevekaandeel in een fonds dat voor de helft belegd is in obligaties en voor de helft in aandelen. Twee jaar geleden werd het aangekocht voor 1000 euro en nu is het 1100 euro waard. Het totale rendement bedraagt dus 100 euro. Tegenwoordig zal die 100 euro jammer genoeg het resultaat zijn van bijvoorbeeld een meerwaarde van 200 euro op de obligaties en een minderwaarde van 100 euro op de aandelen. In theorie zou enkel de meerwaarde op obligaties moeten worden belast. Het probleem is dat de exacte oorsprong van die aangroei niet spontaan berekend wordt. De Belgische fondsbeheerders en de banken hebben sinds 1 januari 2008 hun computerprogramma's aangepast. Maar buitenlandse asset managers zullen dat nauwelijks doen voor de Belgische fiscus. De bankiers hebben een wisseloplossing ontwikkeld. Het gaat om een forfaitaire aanslag op basis van de verdeling van de activa in de portefeuille. "Die forfaitaire belasting komt er in de huidige omstandigheden op neer dat de meerwaarden op obligaties, geheel of gedeeltelijk, opgegeten worden door de beursminwaarden van uw bevek", legt Myriam Vanneste uit, die bij Dexia Asset Management verantwoordelijk is voor product management. Op die manier wordt de belastingbasis gunstig voor de belegger en ongunstig voor de fiscus. Dat is precies wat er sinds de zomer van verleden jaar aan het gebeuren is. Vergeleken met zes maanden geleden is de staat op dit ogenblik de verliezende partij. De scherpe daling van de beurs tijdens de voorbije zomer heeft ongetwijfeld heel wat portefeuilles in de rode cijfers geduwd. De toestand zou in de toekomst evenwel kunnen omslaan als de beurzen zich herpakken en het aandelengedeelte van uw portefeuille meerwaarden gaat realiseren. Laten we opnieuw het voorbeeld nemen van een bevekaandeel in een gemengd fonds dat voor de helft uit obligaties en voor de helft uit aandelen bestaat. We veronderstellen dat het twee jaar geleden voor 1000 euro gekocht werd en nu 1250 euro waard is. Het globale rendement bedraagt dus 250 euro. Als de beursconjunctuur goed zit, kan die globale meerwaarde best afkomstig zijn van een toename van 50 euro in de obligaties en van 200 euro bij de aandelen in portefeuille. Volgens de methode van de forfaitaire berekening zou de belegger in dat geval niet op de meerwaarde op het obligatiedeel van zijn bevek belast worden, maar op het totaal van zijn rendement, namelijk 125 euro (250 euro x 50 % bij gelijke verdeling van de activa in de portefeuille). En dat betekent dus dat de belegger zal worden belast op de beursmeerwaarden, ook al sluit de belastingwetgeving dat op dit ogenblik uit. S.B.