Stel dat je een crèche openhoudt. Het personeel stopt om 16 uur. Sommige ouders storen zich niet aan dat sluitingsuur en halen hun kinderen steevast te laat op. Wat doe je om het gedrag van die ouders te 'corrigeren'? Een boetesysteem waarbij ouders telkens een vergoeding van bijvoorbeeld 3 euro betalen als ze na 16 uur hun kind ophalen? Of moet je eerder inspelen op de goede wil van die ouders en rationele argumenten aandragen? Uit een experiment bleek dat de ouders na het opleggen van een boete hun kinderen nog vaker na het sluitingsuur gingen ophalen. Ze waren bereid een prijs te betalen voor hun wangedrag.
...

Stel dat je een crèche openhoudt. Het personeel stopt om 16 uur. Sommige ouders storen zich niet aan dat sluitingsuur en halen hun kinderen steevast te laat op. Wat doe je om het gedrag van die ouders te 'corrigeren'? Een boetesysteem waarbij ouders telkens een vergoeding van bijvoorbeeld 3 euro betalen als ze na 16 uur hun kind ophalen? Of moet je eerder inspelen op de goede wil van die ouders en rationele argumenten aandragen? Uit een experiment bleek dat de ouders na het opleggen van een boete hun kinderen nog vaker na het sluitingsuur gingen ophalen. Ze waren bereid een prijs te betalen voor hun wangedrag. Het is een van de experimenten die je in Moral Markets terugvindt, een boek dat onder leiding van Paul Zak tot stand kwam. Zak is een van de grondleggers van de neuro-economie, die als een rode draad door het boek loopt. Neuro-economie is een relatief jonge subwetenschap die neuroscience, economie en psychologie met elkaar combineert in de studie van keuzes, beslissings- en besluitvormingsprocessen. Neuro-economie focust op de rol van de hersenen als je beslissingen neemt. Zak vond bijvoorbeeld dat het hormoon oxytocine een grote rol speelt bij de mate waarin we anderen vertrouwen. Neuro-economie bestaat nog maar enkele jaren. In 2002 werd een eerste conferentie georganiseerd aan de universiteit van Minnesota. Een onderwerp dat toen op de agenda stond, was de vraag of emoties een nuttige of eerder storende rol spelen bij economische beslissingen. Een thema dat ook in Moral Markets aan bod komt. Een sluitend antwoord is er nog niet. Soms helpen emoties om goede beslissingen te nemen. Maar soms zijn emoties ook echte spelbrekers. Een andere onderzoeker die een bijdrage levert aan het boek, George Loewenstein, is er een grote voorstander van om emoties te integreren in de economische theorie. Waarom houden neoklassieke economisten dan halsstarrig vast aan hun simplistische model van de koele en emotieloze homo economicus? Loewenstein ziet twee redenen. Ten eerste worden emoties gezien als inherent onvoorspelbaar. En van onvoorspelbaarheid houden de meeste economisten niet. Ze verkiezen een economisch model dat verkeerd, maar voorspelbaar is. Een tweede reden van het succes van het neoklassieke denken ligt bij het feit dat emoties moeilijk meetbaar zijn. Economisten houden alleen van meetbare of kwantificeerbare elementen in hun model. Iets wat niet meetbaar is, kan volgens hen zelfs niet eens in het model opgenomen worden. Wat niet meetbaar is, bestaat niet. Vandaar dat human resources lange tijd stiefmoederlijk werden behandeld. In vergelijking met finan- ciële resultaten is HR ook een moeilijk meetbaar gegeven van de bedrijfsvoering. Loewenstein verzet zich met klem tegen dat klassieke model. Hij is overtuigd van de diepgaande invloed van emoties op de economie. Mensen voelen immers eerst emoties en denken er nadien over na. Dat geldt ook voor de economie. Een meer dan actuele analyse, met de recente spanningen op de beurs in het achterhoofd. (T) PAUL ZAK (ED), MORAL MARKETS, PRINCETON UNIVERSITY PRESS, 2008, 386 BLZ, 26,95 EUROThierry Debels