Ouder worden heeft voor- en nadelen. De nadelen zijn gekend: je kan niet goed meer multitasken; de jeugd leert werken met de nieuwe gsm op enkele minuten, jij hebt er een grondige studie van de handleiding voor nodig en dan nog lukt het niet; de muziek is te luid; de prijs van een nachtje stappen is torenhoog; allerlei kwaaltjes duiken op en iedereen blijft maar herhalen je ziet er goed uit en je hoort hen denken voor je leeftijd. De aftakeling zet zich onafwendbaar in vanaf je twintigste.
...

Ouder worden heeft voor- en nadelen. De nadelen zijn gekend: je kan niet goed meer multitasken; de jeugd leert werken met de nieuwe gsm op enkele minuten, jij hebt er een grondige studie van de handleiding voor nodig en dan nog lukt het niet; de muziek is te luid; de prijs van een nachtje stappen is torenhoog; allerlei kwaaltjes duiken op en iedereen blijft maar herhalen je ziet er goed uit en je hoort hen denken voor je leeftijd. De aftakeling zet zich onafwendbaar in vanaf je twintigste. Ouder worden heeft nog een groot nadeel, dat de economisch geschoolde lezers onmiddellijk zullen vatten (als ze niet te oud zijn). Veronderstel dat iedereen tachtig wordt. Dat soort veronderstellingen is overigens een typische redenering voor de economie. Veronderstel vervolgens dat je twintig bent. Dan heb je een investering van twintig jaar levenservaring die je nog gedurende zestig jaar kan afschrijven. Maar veronderstel dat je zestig bent. Dan kan je die investering nog maar twintig jaar afschrijven. Niet alleen is je investering in dat laatste geval veel groter, de afschrijvingsperiode is ook veel korter. Het verschil is in ons geval een factor negen: drie keer meer ervaring die over een drie keer kortere periode moet worden afgeschreven. Die redenering is helemaal niet zo bizar. Economen staan bijvoorbeeld voor het raadsel waarom optimistische mensen zoveel vrienden hebben. Ze hebben de verklaring gevonden: optimisten leven langer. Dat is een wetenschappelijk feit: men schat zo'n zeven jaar, ceteris paribus, daar hebben we de economen weer. Het is gewoon rendabeler te investeren in mooie, gezonde, optimistische mensen. Ongeduldig. De economische calculus van het ouder worden maakt een mens ongedurig. Vraag het maar aan winkeliers. Geen ongeduldiger klanten dan bruggepensioneerden. Als zij een half uur langer moeten wachten op hun flat- screen, is dat immers veel erger dan voor een twintigjarige. Ouderen weten beter wat ze graag en niet graag zien (ze hebben meer ervaring), hebben minder tv-uren voor de boeg en voor hen is de waarde van zo'n verloren halfuur negen keer groter dan voor een tiener. In elk geval is dat een aspect van de vergrijzing van de bevolking dat systematisch over het hoofd wordt gezien. Betweterige en vooral ongeduldige klanten zullen de dienstensector overspoelen. Om regelrechte rampen ter zake te vermijden, heeft Moeder Natuur ons met ouder worden biologisch wat trager gemaakt. Dat is uiteraard de reden waarom we meer tijd nodig hebben voor die nieuwe handleiding. Zonder die vertraagde tijd zouden we allen vanaf een jaar of vijftig als stresskonijnen door het leven huppelen. Executive brain. Is het allemaal kommer en kwel? Het antwoord op die vraag, vooral als u wat ouder bent, kent u allang. Maar nu is het wetenschappelijk bewezen. U hebt ongetwijfeld mijn boek Hebt u een CEO-brein? gekocht. In alle objectiviteit, een steengoed boek, onlangs nog aangeraden door Trends! Elkhonon Goldberg, een naar de Verenigde Staten gevlucht Russisch hersenspecialist lanceerde de term executive brain. Hij heeft een nieuw boek geschreven over de gevolgen van veroudering op onze hersenen, The Wisdom Paradox, dat weldra verschijnt in paperback. Zijn bevinding: hoe ouder we worden, hoe moeizamer sommige cognitieve taken verlopen, zoals een nieuwe programmeertaal leren of de gebruiksaanwijzing van een nieuw toestel onder de knie krijgen. Vroeger onderzoek beperkte zich tot dat soort hersenfunctie: namen onthouden, wiskundige puzzels oplossen, vijf verschillende woorden vinden voor één concept. Geen twijfel mogelijk: hier scoren jongeren beter. Genialiteit en talent manifesteren zich in de jeugd, diepe competentie komt echter op hogere leeftijd. Waarom? Het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor opslaan en herkennen van patronen, voor het zien van samenhangen, voor de essentie uit de dingen te halen, wordt beter met ouder worden. Of, tenminste, het takelt veel minder snel af. Met dat deel herkennen we fenomenen als een speciaal geval van wat we vroeger al eens hebben meegemaakt. Dat maakt ons superefficiënt, geeft ons betrouwbare intuïtie en helpt ons beter te beslissen. Kortom, we worden niet alleen als mens wijzer, maar we worden ook betere managers. De geniale flits moge dan in de jeugd liggen, meesterschap ligt bij de ouderen. Misschien kunnen we minder gemakkelijk een nachtje doorwerken, is onze superverrassende creativiteit wat afgebot, maar als het er echt op aankomt, presteren we als manager beter. We worden onszelf. De conclusie ligt voor de hand. Niet alleen zijn oudere managers beter, ze hebben ook minder tijd om wat je hen betaalt nog af te schrijven. Stuur hen dus niet met pensioen, maar betaal hen meer. Het nieuwe boek van Goldberg handelt alleen over het cognitieve. Niet over de emoties. Wat gebeurt daarmee als we ouder worden? Jarenlange klinische observatie van zowat iedereen in mijn omgeving heeft me doen concluderen dat er op dat vlak slechts één regel geldt: we worden meer onszelf. Of dat goed of slecht nieuws is, zou ik aan uw levensgezellen moeten vragen. De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.be Marc Buelens