Wie vandaag 'in' wil zijn, moet zich sympathiek voordoen, hip, los uit de pols, vlot in de omgang, een beetje alternatief, progressief en - bovenal - politiek correct. Hij of zij cultiveert de goeie look en volgt de mode van de dag. En wentelt zich in de genoegens van een welvaartsstaat die inkomen en geluk garandeert en ons vrijwaart van alle risico's. "Antwerpen, en bij extensie Vlaanderen, probeert heel hard trendy te zijn. Artistiek trendy, maar zonder risico. De halfzachte burgerlijkheid haalt het van de ware pioniersgeest," zo vat Trends-redacteur Roeland Byl het probleem treffend samen (zie blz. 198).
...

Wie vandaag 'in' wil zijn, moet zich sympathiek voordoen, hip, los uit de pols, vlot in de omgang, een beetje alternatief, progressief en - bovenal - politiek correct. Hij of zij cultiveert de goeie look en volgt de mode van de dag. En wentelt zich in de genoegens van een welvaartsstaat die inkomen en geluk garandeert en ons vrijwaart van alle risico's. "Antwerpen, en bij extensie Vlaanderen, probeert heel hard trendy te zijn. Artistiek trendy, maar zonder risico. De halfzachte burgerlijkheid haalt het van de ware pioniersgeest," zo vat Trends-redacteur Roeland Byl het probleem treffend samen (zie blz. 198). Hij doelt op Antoon Dieusart. De BASF-topman, wiens besognes voor de Antwerpse chemiecluster al jarenlang in politieke dovemansoren vallen, gaat eind deze maand met pensioen (blz. 32). Net op tijd, zou je kunnen zeggen. De man is 62 en verkeert in de fleur van zijn leven: deugdelijk bestuur, export, patronaat en schone kunsten vullen straks zijn rustdagen. Maar als chief executive officer van 'de oude industrie' was hij gedoemd om het onderspit te delven. Waarom? Hij had zijn imago en leeftijd tegen. Hij zou de onderhandelingstafel hebben moeten delen met steeds jongere beleidsmakers: de Bart Somersen, Adelheid Byttebiers, Patricia Ceysensen en Marino Keulens, die in de kindercrèche van de Belgische politiek, de Vlaamse regering, hun opwachting maken. De infantilisering van het politieke bedrijf zal ongetwijfeld ook haar sporen nalaten in het bedrijfsleven. Een rist acute economische dossiers wacht op beoordeling door dit jonge geweld. Wie van de politieke neofieten zal straks de moed opbrengen om in een aantal ervan de klok terug te draaien? Het strakke keurslijf van de Kyoto-normen, de radicale uitstap uit de kernenergie, de tikkende tijdbom van de pensioenen - stuk voor stuk zijn het dossiers die van de oude generatie worden overgeërfd en waarbij hun voeling met de realiteit erg dun is. Toch wordt het industriële potentieel en de economische slagkracht van ons land er op fundamentele wijze door bepaald. Neem nu de pensioenen. Welgeteld één luttele pagina besteedde formateur Guy Verhofstadt ( VLD) in zijn nota aan het vergrijzingsprobleem, terwijl de Belgische situatie op zijn minst even verontrustend oogt als in de buurlanden. Nu al wordt ons voorgerekend dat de toenemende vergrijzing ons land met een extra budgettaire kostprijs opzadelen van 3,1 % van het bruto binnenlands product tussen 2000 en 2030 (zie blz. 42). Verontrustende cijfers. Maar wie vandaag opkomt voor een ontvetting van de welvaartsstaat en meer zelfredzaamheid, krijgt de banbliksem van heel progressief Vlaanderen over zich heen. Wie op de barricaden klimt voor het behoud van de chemiecluster in Antwerpen, een genuanceerd standpunt inneemt in de schadelijke effecten van broeikasgassen of de uitstap uit de kernenergie bekritiseert, wordt steevast een behoudend, traditioneel en conservatief imago verweten. Een lelijke streep door de rekening van een jong, beloftevol politicus, zo lijkt het wel. Het vergt moed voor een ambitieuze liberale, christen-democratische of (waarom niet?) socialistische neofiet om hiertegen in te gaan. Dieusart stelde het doortastende optreden van de linkse minister van Economie, Antoon Spinoy, in de jaren zestig als voorbeeld. "Wanneer durft iemand van deze generatie op te staan en zich publiek verantwoordelijk te verklaren voor het industriële beleid en het ondernemingsklimaat in dit land?" Spinoy was geen conservatief van het eerste uur maar een socialist. En toch slaagde hij erin de toekomst in goede banen te leiden door - zoals Edmund Burke, dé aartsvader van het conservatisme, als devies hanteerde - te conserveren en te corrigeren. Met een werkgelegenheid voor tienduizenden gezinnen tot gevolg. Spinoy was een visionair. Progressief was 'out'. Conservatisme was 'in'. Wie neemt vandaag de handschoen op? Piet DepuydtDe infantilisering van het politieke bedrijf zal ongetwijfeld haar sporen nalaten in het bedrijfsleven. Wie van de politieke neofieten zal straks de moed opbrengen om in een aantal heikele dossiers de klok terug te draaien?