VANUIT LONDEN.
...

VANUIT LONDEN.Wat er gezegd wordt, krijgt pas zijn echte relevantie als men ook weet wie het gezegd heeft. Meer dan waar ook geldt dit als principe in de haute finance en bij de centrale bankiers. Wanneer Otmar Issing de pen voert, doet men er best aan met meer dan doordeweekse aandacht zijn tekst te lezen. Otmar Issing is lid van het directiecomité van de Duitse Bundesbank, de verantwoordelijke voor het departement research en statistiek en de facto de nummer één voor het operationele beleid. Als Issing schrijft, leest men de Bundesbank ( The Bank That Rules Europe zoals David Marsh schrijft in zijn boek over de Buba). Bij het Londense Institute of Economic Affairs publiceert Otmar Issing de studie Europe : Political Union Through Common Money ? Dit document houdt twee boodschappen in. Ten eerste, door net aan de vooravond van de intergouvernementele conferentie in Turijn de tekst vanuit Londen de wereld in te sturen, signaleert Issing dat het Verenigd Koninkrijk en zijn financieel centrum Londen best bij de EMU zouden horen. Ten tweede, uit Issings analyse spreekt een zeer grote bezorgdheid omtrent de verdere evolutie van het EMU-concept. Hoewel het zeker meespeelt, gaat het niet op die bezorgdheid af te doen als een verdediging van de macht van de Bundesbank. Otmar Issing opent zijn analyse met de vaststelling dat de EMU à la Maastricht een breuk is met de historische realiteit, namelijk dat traditioneel een muntunie samenvalt met een politiek eengemaakt gebied. Hij gelooft alvast niet in de stelling dat één munt automatisch tot een grotere Europese integratie op andere beleidsvlakken zal leiden. De topeconoom van de Bundesbank zet in zijn analyse een stap verder met het argument dat wat vandaag in het Verdrag van Maastricht voorzien is onvoldoende is om te waarborgen dat de Europese Centrale Bank (zij is in de maak) zelfs dat ene, onmiddellijke objectief, prijsstabiliteit, zal kunnen realiseren. Men moet, zo argumenteert Issing, ook het monetaire beleid in een breder economisch geheel zien : "Zal de Europese Centrale Bank in staat zijn om op een samenhangende wijze een beleid te voeren gericht op prijsstabiliteit als er aanzienlijke werkloosheid ontstaat door buitensporige loonakkoorden in individuele landen ? Zal het monetaire beleid niet bezwijken onder de druk van een budgettaire politiek die op zijn beurt onder druk komt door de hogere werkloosheidsuitkeringen ? Hoe zal de Europese Centrale Bank zich verdedigen tegen de voorspelbare beschuldiging dat haar op prijsstabiliteit gericht monetair beleid de samenhang van de EMU in gevaar brengt ?" (blz. 22).Otmar Issing wijst er ook op dat de monetaire unie een pervers effect op de budgettaire politiek van de individuele lidstaten kan uitlokken : "Alle partnerlanden dragen mee de last van een onaangepast budgettair beleid van een lidstaat en dit onder de vorm van hogere rentevoeten. (...) Het gegeven van een eenheidsmunt creëert voor lidstaten een prikkel om deficits te gaan opbouwen" (blz. 23). Vandaar het belang van de Maastricht-criteria inzake publieke financiën : "Zelfs al zijn er niet direct overtuigende argumenten waarom het 3 % en 60 % moet zijn, dan nog blijven ze erg valabel als een algemeen principe... Elk land moet op voorhand bewijzen dat het tot discipline in staat is" (blz. 26). De slotwaarschuwing van Otmar Issing is duidelijk : "Het getuigt zeker niet van een sterke genegenheid voor de Europese zaak om te pleiten voor snelle overgang naar een monetaire unie, ongeacht de vele vragen die onbeantwoord blijven" (blz. 23).OTMAR ISSING (BUNDESBANK) Stuurt niet zonder reden boodschap vanuit Londen.