Minister voor Buitenlandse Zaken Louis Michel ( PRL) heeft gelijk: de overgangssituatie in Congo, na de moord op president Laurent-Désiré Kabila, opent perspectieven om een dynamiek van verzoening op gang te brengen. De dood van Kabila biedt kansen om opnieuw aan te knopen bij gunstige ontwikkelingen - zowel politiek als economisch - die onderhuids aan de gang waren in de laatste jaren van het Mobutu-tijdperk.
...

Minister voor Buitenlandse Zaken Louis Michel ( PRL) heeft gelijk: de overgangssituatie in Congo, na de moord op president Laurent-Désiré Kabila, opent perspectieven om een dynamiek van verzoening op gang te brengen. De dood van Kabila biedt kansen om opnieuw aan te knopen bij gunstige ontwikkelingen - zowel politiek als economisch - die onderhuids aan de gang waren in de laatste jaren van het Mobutu-tijdperk. Terwijl westerse politici zich toen blindstaarden op schijnmanoeuvres aan de top, gistten in de Zaïrese (Congolese) maatschappij diepgaande veranderingen: een verbazend sterk politiek bewustzijn bij de bevolking en een reoriëntatie van de politiek-economische elite. Omdat de economische afgang van Zaïre zo dramatisch was geworden, drong zich een sanering op. Van binnenin. Dat proces was volop bezig. Mobutu had nog nauwelijks macht en zou door een terminale kanker hoe dan ook van het toneel verdwijnen. Washington (en Brussel) wilden dat niet zien. Kabila werd erbij gehaald en nam de kwalen van zijn voorganger over: het resultaat was mobutisme in het kwadraat. Maar ook Laurent Kabila kon niet langer om de realiteit van zijn land heen. In de weken voor zijn dood werd er intens gepalaverd met oppositiebewegingen, rebellen en mobutisten. De laatste dagen van het Kabila-regime leken verrassend veel op de laatste maanden van het Mobutu-bewind. Toen, begin 1997, was een Lusaka-akkoord avant la lettre best denkbaar, maar niet-begrijpende westerse mogendheden staken stokken in de wielen. Het Kabila-intermezzo heeft inmiddels 1,7 miljoen doden geëist; het vredesakkoord van Lusaka uit juli 1999 raakte in het slop. Vandaag echter blazen oorlogsmoeheid en een sterk patriottisch elan bij alle fracties - ook bij de door Uganda en Ruanda gesteunde rebellen - 'Lusaka' nieuw leven in. Washington en Brussel kunnen dit momentum stimuleren. In de regering van George Bush jr. zijn de Amerikaanse vice-president Dick Cheney en minister van Defensie Donald Rumsfeld vertrouwd met Congo vanuit het presidentschap van George Bush sr. In België bieden ontnuchtering en meer zin voor de Congolese realiteit hoop. De achilleshiel van Congo is zijn elite. De dinosaurussen ( Kengo, Bomboko, Nendaka, Tshisekedi, Vunduawe) blijven aan de mouwen trekken van westerse bewindslui; de generatie vijftigers ( Kamanda, Thambwe, Mende) is meer zelfbewust; de toekomst ligt bij de veertigers ( Bemba, Kamitatu jr., Kapend). Een gevecht onder kemphanen kan het vredesproces nog verstoren, maar de drang naar een vergelijk overheerst op het verlangen naar chaos. De bal ligt in het kamp van de buurlanden. Na de financiële belofte van Laurent Kabila zullen ze maar met tegenzin bereid zijn om op te stappen. Dat is het heikele punt. Joseph Kabila was na de dood van zijn vader de meest stabiliserende optie van het moment. Kinshasa, een stad van zes miljoen radelozen, bleef opmerkelijk kalm. Als die toestand zich kan handhaven, schemert voor Congo een nieuwe dageraad en kunnen de rijkdommen van het land (zie blz. 50) op een rationele manier ten bate van de staat en zijn bevolking worden aangewend. erik bruyland