Ademen doen we zonder nadenken: we halen zuurstof uit de ingeademde lucht en blazen weer koolzuurgas (CO2) uit. De ademhaling past zich aan naarmate we meer of minder zuurstof nodig hebben. Daarom ademen we tijdens een inspanning sneller en dieper, terwijl we tijdens de slaap rustig en oppervlakkig ademen.
...

Ademen doen we zonder nadenken: we halen zuurstof uit de ingeademde lucht en blazen weer koolzuurgas (CO2) uit. De ademhaling past zich aan naarmate we meer of minder zuurstof nodig hebben. Daarom ademen we tijdens een inspanning sneller en dieper, terwijl we tijdens de slaap rustig en oppervlakkig ademen. Sommige mensen gaan sneller ademen als reactie op spanningen, stress, oververmoeidheid, angsten of frustraties: ze hyperventileren. Terwijl het lichaam in rust is, wordt meer zuurstof dan nodig aangevoerd en vermindert het koolzuurgasgehalte in te sterke mate: de zuurstof-koolzuurgasbalans raakt uit evenwicht, met allerlei ongewenste verschijnselen tot gevolg zoals kortademigheid, duizeligheid, angst, hartkloppingen, koud zweet en paniekgevoelens. Volgens schattingen komt hyperventilatie voor bij één op tien mensen die een arts raadplegen. Er zijn twee vormen: acute en chronische hyperventilatie. Bij acute hyperventilatie krijg je een gevoel van benauwdheid en ademnood. Dat gaat soms gepaard met een prop in de keel, tintelingen in de vingers en rond de mond, duizeligheid, hartkloppingen, spierkrampen tot zelfs bewustzijnsverlies. Acute hyperventilatie kan leiden tot angst om te stikken, afhankelijk van de intensiteit van de aanval en de omstandigheden. Paniek is een klassiek symptoom. De meeste mensen met hyperventilatie vertonen die acute tekenen echter niet. Zij hebben klachten zonder de versnelde ademhaling op te merken. Chronische hyperventilatie wordt daardoor vaak miskend. De meeste voorkomende symptomen zijn vermoeidheid, hoofdpijn, gespannenheid en een angstig gevoel. Vermoeidheid en zich gespannen voelen, zijn vaak continu aanwezig en nemen bijvoorbeeld alleen maar af tijdens vakanties. Mensen die perfectionistisch zijn en hoge eisen stellen aan zichzelf hebben meer kans op hyperventilatie. Heel vaak bestaat een verband met stresserende leefomstandigheden. De diagnose hyperventilatie stellen is niet zo eenvoudig. De klachten zijn vaag en verscheiden. Heel vaak zuchten is soms het enige opvallende teken. Meestal zoekt de arts naar oorzaken voor de klachten, maar vindt geen lichamelijke afwijkingen. Aangezien de klachten nogal kunnen verschillen, worden mensen met hyperventilatie soms doorverwezen naar allerlei specialisten: zolang niemand aan het verkeerde ademhalingspatroon denkt, word je van het kastje naar de muur gestuurd. In de Engelstalige literatuur noemen ze hyperventilatie niet voor niets 'multiple doctor'-syndroom. Zodra de diagnose vermoed, worden ademhalingstests gedaan, onder meer een hyperventilatieprovocatietest, waarbij de artsen de persoon vrijwillig laten hyperventileren terwijl ze de concentraties van koolzuurgas en zuurstof in de uitgeademde lucht meten. De diagnose hyperventilatie is op zich een geruststelling: er zijn geen lichamelijke problemen, er is geen onderliggende ziekte. Dat neemt vaak al een deel van de spanning weg. De hyperventilatie behandelen is echter andere koek. Medicijnen helpen niet. Je moet langzamer en minder diep ademen, maar dat is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. Wanneer het niet met eenvoudige trucjes lukt, dan kan een kinesitherapeut helpen met aangepaste ademhalingsoefeningen. Bij terugkerende klachten is het ook zinvol om na te gaan welke situaties hyperventilatie uitlokken, zodat je daarop kan inspelen. Dat kan bijvoorbeeld met ontspanningsoefeningen om stress op te vangen. Marleen Finoulst