In het parlement is onlangs een wetsontwerp ingediend, dat in een nieuwe uitzondering op de btw-vrijstelling voor onroerende verhuur voorziet. De vrijstelling zal niet meer gelden voor de 'terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens'. Daardoor voorkomt men dat de btw in deze omstandigheden kostprijsverhogend werkt.
...

In het parlement is onlangs een wetsontwerp ingediend, dat in een nieuwe uitzondering op de btw-vrijstelling voor onroerende verhuur voorziet. De vrijstelling zal niet meer gelden voor de 'terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens'. Daardoor voorkomt men dat de btw in deze omstandigheden kostprijsverhogend werkt. De btw-vrijstelling voor onroerende verhuur houdt weliswaar in, dat op de verhuur geen btw moet worden aangerekend. Maar keerzijde van de medaille is dat de verhuurder dan geen recht op recuperatie heeft van de btw die hij zelf - bijvoorbeeld bij de oprichting van het verhuurde gebouw - heeft betaald. Door de terbeschikkingstelling van onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, enzovoort, aan de btw-vrijstelling voor onroerende verhuur te onttrekken, heeft de verhuurder nu wel recht op recuperatie van de btw die hij zelf heeft betaald. De aan te rekenen huurprijs kan daardoor omlaag. Weliswaar moet op die huurprijs nu wel btw worden aangerekend (er geldt geen vrijstelling meer). Maar zolang de huurder zelf ook een 'btw-plichtige met recht op aftrek van de voorbelasting' is, heeft dit geen belang: de huurder kan de btw die hij betaalt, op zijn beurt recupereren. De btw vormt dan noch bij de verhuurder, noch bij de huurder een kostprijselement. Waarom moest zo nodig in een nieuwe uitzondering op de btw-vrijstelling voor onroerende verhuur worden voorzien? Dat heeft alles te maken met de bijzondere situatie van overheidsinstellingen die actief zijn in de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens. Overheidsinstellingen vallen in de regel niet onder toepassing van de btw. Maar op die regel bestaan verscheidene uitzonderingen. Zo worden overheidsinstellingen in ieder geval aangemerkt als btw-plichtigen wanneer zij bepaalde, in de wet zelf uitdrukkelijk opgesomde, handelingen verrichten. Daartoe behoren onder meer, de 'levering van goederen en het verrichten van diensten in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens'. Stel dat een overheidsinstelling in het kader van de exploitatie van een haven bijvoorbeeld gronden of gebouwen in concessie geeft die tot de nationale domeingoederen behoren. In het verleden is men er altijd van uitgegaan, dat het verlenen van dergelijke domaniale concessies niet onder de btw-vrijstelling voor onroerende verhuur valt. Aangezien een overheidsinstelling voor diensten in het kader van de exploitatie van havens, enzovoort, in principe de hoedanigheid van btw-plichtige heeft (zie hoger), moest op dergelijke concessies bijgevolg btw worden aangerekend. Het voordeel was, dat de overheidsinstelling in kwestie meteen ook recht had op recuperatie van de btw die zij bijvoorbeeld bij het uitvoeren van infrastructuurwerken betaalde. Enige tijd geleden gooide het Europese Hof van Justitie evenwel roet in het eten. Het oordeelde dat het verlenen van dergelijke domaniale concessies over het algemeen wel beschouwd moest worden als een gewone onroerende verhuur. Het gevolg is redelijk catastrofaal. Als men deze rechtspraak volgt, moet ten aanzien van domaniale concessies toepassing worden gemaakt van de btw-vrijstelling voor onroerende verhuur. Dit betekent, enerzijds dat geen btw meer mag worden aangerekend op het verstrekken van dergelijke concessies; maar anderzijds is het veel erger, dat de overheidsinstelling die de concessies verleent, haar recht op recuperatie van de betaalde voorbelasting verliest. De btw die zij bijvoorbeeld bij het uitvoeren van infrastructuurwerken betaalt, wordt daardoor een kostprijselement. De huurprijs moet dus omhoog. De exploitatie van havens, enzovoort, dreigt daardoor fors duurder te worden. Daarrom wordt achter de schermen al enige tijd druk nagedacht over een oplossing. Die is nu gevonden: door de terbeschikkingstelling van onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens, uitdrukkelijk aan de btw-vrijstelling voor onroerende verhuur te onttrekken, behoudt de verhuurder zijn recht op recuperatie van de betaalde voorbelasting. En hoeft de huurprijs dus niet omhoog. Eind goed, al goed dus. Toch kan men zich afvragen, of de geplande regeling de toets met het gelijkheidsbeginsel ongeschonden zal doorstaan. Het wetsontwerp voorziet enkel in een uitzondering op de btw-vrijstelling voor onroerende verhuur, in de mate dat de terbeschikkingstelling van onroerende goederen gebeurt in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens. Wie gronden of gebouwen verhuurt in het kader van andere exploitaties (denk aan winkelcentra, enzovoort) blijft in de kou staan. Als dat maar goed afloopt. DE AUTEUR IS ADVOCAAT EN HOOFDREDACTEUR VAN FISCOLOOG.Jan Van DyckDe wetgever voorkomt hiermee dat de exploitatie van onder meer havens duurder wordt.