Wat is er aan de hand met de Belgische niet-gereglementeerde beurzen? Op Euronext Access in Brussel noteren negen bedrijven. Op de groeimarkt Euronext Growth zijn het er acht. Hun evenknieën in Parijs tellen respectievelijk 172 en 228 bedrijven. Ook in beursgangen moet België onderdoen. Euronext Parijs zag vorig jaar zeventien bedrijven toetreden tot zijn Growth-platform en negen tot de Access-markt. Voor Euronext Brussel staat de teller tweemaal op nul. De laatste Belgische notering op Euronext Growth Brussel dateert van eind 2011. Toen trok Softimat naar de beurs.
...

Wat is er aan de hand met de Belgische niet-gereglementeerde beurzen? Op Euronext Access in Brussel noteren negen bedrijven. Op de groeimarkt Euronext Growth zijn het er acht. Hun evenknieën in Parijs tellen respectievelijk 172 en 228 bedrijven. Ook in beursgangen moet België onderdoen. Euronext Parijs zag vorig jaar zeventien bedrijven toetreden tot zijn Growth-platform en negen tot de Access-markt. Voor Euronext Brussel staat de teller tweemaal op nul. De laatste Belgische notering op Euronext Growth Brussel dateert van eind 2011. Toen trok Softimat naar de beurs. Alex Houtart, die duurzame en innovatieve financiering doceert aan de Brusselse managementschool Ichec, ziet verschillende oorzaken voor de belabberde prestatie van de Belgische intermediaire aandelenmarkten. "Het ontbreekt in België aan structuren om die markten te ondersteunen. Bedrijven in de fase net na de start-up zijn structureel ondervoed." Volgens Houtart is er in België wel genoeg geld om die bedrijven te doen groeien, eventueel richting een beursgang, maar zijn niet de juiste structuur en cultuur aanwezig. Er gaapt een kloof tussen de prille start-upfase en de latere exitfase, zoals bijvoorbeeld een beursnotering. "Daardoor worden Belgische start-ups of opgekocht door buitenlanders, of kiezen ze voor een notering in Parijs omdat het handelsvolume op de Access- en de Growth-markt daar groter is", aldus Houtart. Daarnaast kampt België met een cultuurprobleem. "We hebben niet genoeg nieuwe ondernemers. Veel ondernemers van de tweede en de derde generatie hebben hun kapitaal geërfd en hebben daardoor een ander soort ondernemingszin", analyseert Houtart. "Dat, samen met de crisis in 2008, heeft voor een zeer risicoavers discours gezorgd." Een beursgang is zo uit de gratie gevallen bij Belgische groeibedrijven. Guy van der Heyden is hetzelfde opgevallen. Hij is vennoot bij ONEtoONE Finance, een van de Belgische listing sponsors, die bedrijven begeleiden bij een beursgang. "In Frankrijk heb je een veel groter ecosysteem van analisten en investeerders. Dat zorgt voor meer noteringen en handelsactiviteit op die instapmarkten dan in België", legt hij uit. Deze week komt daar een kleine verandering in. Vanaf 20 februari noteert het Belgische Audiovalley ook in Brussel. Het techbedrijf, gespecialiseerd in digitale audio, stapte in juli al naar de groeibeurs in Parijs. "We kozen voor Parijs omdat daar een ecosysteem bestaat van gespecialiseerde adviseurs en financiële tussenpersonen die een beursgang begeleiden", legt CEO Alexandre Saboundjian uit. "De Parijse beurs telt ook genoeg brokers om het handelsvolume in ons aandeel te stimuleren. Bovendien zijn er veel plaatselijke investeerders en fondsen die zich toeleggen op middelgrote bedrijven zoals het onze." Net die specialisatie zorgt voor een bruisende niet-gereglementeerde markt in Parijs. Dat ontbreekt in België. "We moeten opnieuw een liquide markt scheppen met investeerders die gewoon zijn te beleggen in middelgrote bedrijven. Als je dat koppelt aan het idee dat een beursnotering een van de exitmogelijkheden is voor investeerders van het eerste uur, dan kunnen we evolueren naar enkele, misschien wel tientallen, beursgangen van start-ups per jaar", droomt Alex Houtart hardop. Audiovalley haalde bij zijn beursgang 9,5 miljoen euro op en heeft een marktkapitalisatie van ruim 40 miljoen euro. De redenen voor een beursnotering te kiezen zijn divers. Een eerste is financiering. "Onze kapitaalophaling dient deels om de overname van Radionomy van vorig jaar te financieren", legt Alexandre Saboundjian uit. "Het is ook een bijkomend instrument om de verdere ontwikkeling van ons bedrijf te financieren. Bovendien geeft het ons een zekere zichtbaarheid", stelt hij. Snelheid is daarbij niet onbelangrijk. "Bij elke ontwikkeling speelt snelheid een rol en geld ophalen bij durfkapitaalfondsen duurt soms langer dan via de beurs." Met die eerste beurservaring in Parijs heeft Audiovalley voor een dubbele notering gekozen. Vanaf deze week is het techbedrijf ook op Euronext Growth van Brussel te verhandelen, tot vreugde van de CEO. "Die markt voor groeibedrijven is zinvol. Ze geeft particulieren de mogelijkheid rechtstreeks in kmo's te investeren. Daar zijn weinig andere mogelijkheden voor", stelt hij. De investeerders in Audiovalley zijn divers. "We mikken op alle types investeerders", verduidelijkt de CEO. "Bij de beursgang zijn zowel particulieren als fondsen ingestapt." Er zijn dus voordelen verbonden aan een notering op een van die intermediaire markten. Dat vindt ook listing sponsor Guy van der Heyden. "Met een notering krijg je als bedrijf toegang tot een nieuwe categorie van investeerders en kun je je aandeelhoudersbasis verbreden. Tegelijkertijd kan het management aan het stuur blijven met een kleiner deel van de aandelen dan bij private equity. Daar moet je meer autonomie afgeven. Een notering laat ook optieplannen toe en je kunt overnames financieren via nieuwe aandelenuitgiftes", legt hij uit. "Bovendien is het sneller. Een notering duurt drie tot zes maanden, terwijl een private-equitydeal tot een jaar kan duren", voegt hij toe. Volgens Ichec-docent Houtart is het voor start-ups niet verstandig een beursnotering uit te sluiten als mogelijke exit. "Een beursgang blijft voor ondernemers en bedrijven een interessante exitmogelijkheid", legt hij uit, "maar in België lijkt die te zijn verdwenen. Naar de beurs gaan, is uit de mode. Ondernemers nemen het vaak zelfs niet in overweging, maar het is niet logisch zichzelf van die mogelijkheid te onthouden. Dat moeten we weer opbouwen. Er is geen reden waarom een start-up op termijn niet kan uitgroeien tot een Bel-20-bedrijf." "Als listing sponsor mikken we op kapitaaloperaties van 4 tot 8 miljoen euro van bedrijven met een potentiële marktkapitalisatie van boven 20 miljoen euro", legt Van der Heyden uit. "Het is een interessante financieringsmogelijkheid voor een bepaald type bedrijven. Ze moeten wel enige body hebben. Ze moeten al omzet draaien en afhankelijk van de sector ook al winst maken." Om die intermediaire aandelenmarkten in België nieuw leven in te blazen, slaan Euronext, ONEtoONE en het microfinancieringsplatform Spreds (het vroegere mymicroinvest) de handen in elkaar. Begin dit jaar lanceerden ze met nog andere partners het programma Jungle Bells. Het doel is de kloof tussen start-ups en een eventuele beursnotering te dichten. "Onze bedoeling is in België meer ruchtbaarheid te geven aan die intermediaire markten en bedrijven er degelijk over te informeren", stelt Benoît van den Hove als verantwoordelijke voor beursnoteringen bij Euronext. De markten Access en Growth zijn evenwel niet geschikt voor elk bedrijf. "Een notering op die markten is vooral interessant voor kmo's", voegt hij toe. Een notering op die instapmarkten houdt minder verplichtingen in dan op de gereglementeerde markt ( zie kader). Het nadeel is dat investeerders en beleggers het met een minimum aan informatie moeten doen. "Sommige bedrijven op die groeibeurzen verwaarlozen hun communicatie en hebben te weinig oog voor goed bestuur", stelt Alex Houtart. Een blik op de websites van de Belgische noteringen geeft een gemengd beeld. Bij sommige is zelfs geen financiële rapportering te vinden. Andere plaatsten het absolute minimum aan cijfers zonder bijkomende uitleg. Een derde groep lijkt hun investeerders wel au sérieux te nemen met een aparte investeerderspagina met uitgebreide jaar- en halfjaarverslagen en aandeelhoudersinformatie. De vraag is of particuliere beleggers iets op die intermediaire markten te zoeken hebben. Op Access in ieder geval niet, aldus Guy van der Heyden. "Access geeft aandeelhouders van een bedrijf de mogelijkheid liquiditeit voor hun aandelen te scheppen", legt hij uit. "Met een notering zijn ze vrij die aandelen onder elkaar te verschuiven." De meeste bedrijven op Access Brussel of Parijs hebben heel weinig verhandelbare aandelen ( free float) en bijgevolg weinig handelsvolume. Daar valt voor particuliere beleggers weinig te rapen. Euronext Growth is een iets liquidere markt. "Let wel, het gaat om groeibedrijven. Die hebben natuurlijk een ander risicoprofiel dan grote bedrijven op de gereglementeerde markten", verduidelijkt Guy van der Heyden. Zo'n groeibeurs geeft particulieren de kans beperkt in die groeibedrijven te investeren. Het is een alternatief voor durfkapitaalinvesteringen. Die zijn niet allemaal even toegankelijk voor particulieren."