Venetië moet rond 1651 een leuke plaats zijn geweest, anders waren er zo geen geestige opera's als La Calisto gecreëerd. De eerste commerciële schouwburgen hadden er zowat vijftien jaar eerder de deuren geopend, en hun onderwerpen uiteraard aangepast aan de smaak van een nieuw, minder adellijk publiek. Rendabel vermaak moest het zijn want de concurrentie was bikkelhard waar hebben we dat nog gehoord ? Zo bleven de helden wel gehandhaafd, om het aristocratische publieksdeel te behagen, maar werden ze geflankeerd door meer burleske nevenpersonages, die een parallelle, komische actie stuurde...

Venetië moet rond 1651 een leuke plaats zijn geweest, anders waren er zo geen geestige opera's als La Calisto gecreëerd. De eerste commerciële schouwburgen hadden er zowat vijftien jaar eerder de deuren geopend, en hun onderwerpen uiteraard aangepast aan de smaak van een nieuw, minder adellijk publiek. Rendabel vermaak moest het zijn want de concurrentie was bikkelhard waar hebben we dat nog gehoord ? Zo bleven de helden wel gehandhaafd, om het aristocratische publieksdeel te behagen, maar werden ze geflankeerd door meer burleske nevenpersonages, die een parallelle, komische actie stuurden. De goden en de helden die de vorige decennia bij Monteverdi nog absoluut goddelijk en heroïsch waren, staan in La Calisto, van componist Francesco Cavalli (1602-1676) en librettist Giovanni Faustini helemaal niet meer op dat voetstuk. De verheven, geestelijke liefde werd vervangen door zinnelijkheid, verleiding, zelfs travestie. In het liberale Venetië, ver van de Romeinse contrareformatie, kon dat, men accepteerde er onverbloemde erotiek op het toneel. In het libretto van Faustini verleidt oppergod Jupiter (Giove, op z'n Italiaans), altijd al bekend als vermommingsspecialist en versierder, de nymf Calisto, die meent met de godin Diana te doen te hebben. Diana op haar beurt vermeit zich in de aandacht en liefde van Endymion, wetende dat ook Pan een oogje op haar heeft. Liefdesperikelen dus, en bijgevolg ook jaloezie : Juno (Giunone) weet zich weer eens bedrogen en wreekt zich op Calisto. De Duitse regisseur Herbert Wernicke maakte er voor de Muntschouwburg in 1993 een spitsvondige enscenering van, die de valkuilen van de platitude in dat opzicht is het een "gevaarlijk" libretto fijnzinnig omzeilt met behulp van de commedia dell'arte. De reprise, nu drie jaar later, levert nog altijd grappig, begeesterend muziekteater op. Het doet ons al uitkijken naar wat Wernicke zal maken van een heel ander werk, Debussy's Pelléas et Mélisande (première op 21 april in de Muntschouwburg). Maar keren we terug naar Calisto. De Venetiaanse opera, overgeleverd in de summiere vorm van een zanglijn en basso continuo, moet georchestreerd en geharmoniseerd worden. Dirigent René Jacobs opteerde daarbij voor een "verrijkt" orkest : hij voegde cornetten, blokfluiten, altviolen, een orgel, een lirone en een harp toe, en vulde Cavalli's werk aan met stukjes muziek van diens tijdgenoten Cazzati, Cestio, Marini,... Academisch-musicologisch klopt dat niet geen enkele 17de-eeuwse Venetiaan heeft het werk ooit zo kunnen horen maar voor moderne oren in een grote zaal als de Munt is het een muzikaal pareltje geworden, een "authentieke uitvoering" in de goede zin van die term. Jacobs' orkest, Concerto Vocale, verklankt het prachtig, en bij de stemmen is er geen enkele zwakke schakel vooral Maria Bayo als Calisto weet te bekoren. (R.P.)La Calisto wordt in de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel nog opgevoerd op 14, 16, 17, 19 en 20 maart. Plaatsbespreking : tel.(02)229.12.11.'La Calisto in de Muntschouwburg Grappige, spitsvondige regie en heerlijk authentieke barokmuziek.