Het West-Afrikaanse Benin ligt gepropt tussen het kleinere Togo en het uitgestrekte Nigeria. Vanaf de zuidelijke kustlijn van 121 kilometer breed strekt het land zich zo'n 800 kilometer noordwaarts uit. De hoofd- en havenstad Cotonou zorgt voor enige economische activiteit, maar hoe noordelijker, hoe erbarmelijker de levensomstandigheden zijn. Benin heeft geen grondstoffen en weinig landbouw ¬ behalve katoen, dat goed is voor vier vijfde van de Beninse export. Armoede is het gevolg. Volgens de Verenigde Naties leeft de helft van de Beniners onder de armoedegrens van 1,9 dollar per dag.
...

Het West-Afrikaanse Benin ligt gepropt tussen het kleinere Togo en het uitgestrekte Nigeria. Vanaf de zuidelijke kustlijn van 121 kilometer breed strekt het land zich zo'n 800 kilometer noordwaarts uit. De hoofd- en havenstad Cotonou zorgt voor enige economische activiteit, maar hoe noordelijker, hoe erbarmelijker de levensomstandigheden zijn. Benin heeft geen grondstoffen en weinig landbouw ¬ behalve katoen, dat goed is voor vier vijfde van de Beninse export. Armoede is het gevolg. Volgens de Verenigde Naties leeft de helft van de Beniners onder de armoedegrens van 1,9 dollar per dag. Tien jaar geleden kwamen Hilde Ingelaere en Fried Vancraen, het Belgische koppel dat de 3D-printingspecialist Materialise oprichtte, er terecht in hun zoektocht naar goede doelen om in te investeren. De missie van het Leuvense technologiebedrijf is 3D-printen te gebruiken voor een betere en gezondere wereld. Het frustreert Fried Vancraen dat de technologie de meer geprivilegieerde niches bedient, zoals de formule 1 en complexe chirurgie, maar nog niet de brede massa, en nog minder degenen die er het meeste nood aan hebben. Eerder had Materialise al vrijwilligersprojecten opgezet in Irak, waar het zijn technologie inzet voor de reconstructie van verminkte gezichten van oorlogsslachtoffers. Daarna viel hun oog op Benin dankzij de Leuvense Stichting Hubi & Vinciane, die er al jaren ontwikkelingswerk deed. Hilde Ingelaere nam in 2011 met twee collega's het vliegtuig naar Benin, op zoek naar projecten waar hun 3D-printtechnologie een meerwaarde kon zijn. Eerst bezochten ze de ziekenhuizen, want daar zijn de nuttigste toepassingen voor hun technologie te vinden. Maar na lang zoeken vonden ze slechts één radioloog, die bovendien twee weken na hun terugkomst in België omkwam in een verkeersongeval. In plaats van verder te zoeken naar hoe ze hun geavanceerde maar ook dure technologie in Benin konden inzetten, beseften de oprichters van Materialise dat ze zich beter op twee andere problemen konden toeleggen: het gebrek aan artsen, ingenieurs, techniekers en andere geschoolde beroepen, en de rampzalige verkeersveiligheid. Zo zetten ze samen met Hubi & Vinciane in 2011 de Materialise Summer School op. Sindsdien reizen werknemers van Materialise elk jaar naar Benin om er een groep van twintig jongeren te begeleiden in projecten die het plaatselijke leven verbeteren. Dat leidde tot projecten voor betere voeding, hygiëne in ziekenhuizen of zonne-energie. Aan het einde van de cursus krijgen de drie leerlingen die het best presteerden een studiebeurs voor de universiteit. De voorwaarde is dat ze een opleiding kiezen die leidt naar een beroep waarvan er een tekort is in Benin, zoals ingenieur, arts of informaticus. De impact van de zomerschool op de jongeren valt niet te ontkennen. "Op de eerste dag stellen ze zich voor met zachte stem en de blik naar beneden, maar aan het einde van dat traject zijn ze helemaal opengebloeid", vertelt Hilde Ingelaere. "Zelfs van degenen die geen beurs ontvangen, horen we achteraf dat ze een eigen zaak zijn begonnen of lesgeven." Het probleem van de Beninse verkeersveiligheid en mobiliteit bleef Fried Vancraen bezighouden. "Hoe kun je ondernemen zonder infrastructuur om van A naar B te gaan? Zo kun je geen lokale markt uitbouwen", legt zijn vrouw uit. Bovendien maakten de versleten en uit Europa geïmporteerde dieselwagens en tweetaktbrommers, ' les venus de France' genoemd, er het verkeer extreem vervuilend en gevaarlijk. Vancraen vatte het plan op om in Benin een busmaatschappij op te richten. "Onrealistisch. Onhaalbaar. Waarom?" luidden de eerste reacties toen hij het idee voor het eerst tijdens een nieuwjaarsspeech bij Materialise opperde. Maar volgens hem kon degelijk openbaar vervoer een vliegwiel zetten op het ondernemerschap in Benin. Op Vancraens aansturen werden er in de Summer School zakenplannen voor gemaakt. Toen op papier steeds meer bleek dat een busmaatschappij levensvatbaar kon zijn, zette hij een stuurgroep op met mensen van Materialise, kenners van de bussector en marketingexperts. In 2013 richtte hij de investeringsmaatschappij African Drive op. Daarmee haalde hij geld op bij andere Belgische ondernemers en kleinere donateurs. Het doel van de holding is te investeren in een openbare vervoersmaatschappij in Benin, die op termijn rendabel genoeg is om op eigen inkomsten te overleven. De eerste kapitaalronde bracht genoeg op om twaalf Russische minibussen te kopen. Goedkoop, maar voldoende robuust om de onherbergzame wegen van Benin aan te kunnen. De busfirma werd Baobab Express gedoopt, naar de iconische Afrikaanse boomsoort die traditioneel het centrale punt is in een gemeenschap. Met de twaalf busjes werden de eerste buslijnen opgezet tussen verschillende districtshoofdsteden. Na verloop van tijd kwamen er grotere bussen en ondertussen telt de vloot veertien Volvo-bussen voorzien van alle modern comfort zoals wifi en airco. Baobab Express is uitgegroeid tot de grootste busmaatschappij van Benin, de enige met buslijnen over heel het land. Met 260 werknemers voor de coronapandemie en 160 nu, is het een van de grootste werkgevers en zeker de meest aantrekkelijke. Dat blijkt uit de honderden cv's die op de personeelsdienst liggen. Elk jaar reizen Belgen uit het netwerk van Materialise naar Benin om het plaatselijke management van Baobab Express te coachen. Het gaat om marketeers die mee nadenken over betere campagnes, of gepensioneerde coaches die er de garagementaliteit en het belang van goed onderhoud aanleren. Tegelijk blijft de de Summer School een broedkas voor projecten die de busmaatschappij verder professionaliseren. De slogan van Baobab Express luidt ' Bouger et gagner ensemble, c'est bon'. Het is de perfecte weerslag van de cultuur die de Materialise-coaches en het plaatselijke management er sinds 2014 cultiveren. Daarvan getuigen ook enkele werknemers. Habib is in 2014 begonnen als ticketverkoper of gagneur. Ondertussen is hij opgeklommen tot de administratie. Hij gaat prat op de kwaliteit die Baobab levert. Wahab werkt er ook al sinds het begin als buschauffeur, ook wel bougeur genoemd. Hij straalt een en al tevredenheid uit, omdat hij met degelijke bussen kan rondrijden en zijn gezin kan onderhouden. Ola werkt al twee jaar voor Baobab als gagneuse. Zij hecht sterk aan het groepsgevoel in het bedrijf, wat meteen de reden is waarom al haar vrienden haar vragen of ze hen er niet binnen krijgt. Het Beninse busavontuur is nochtans niet alleen maar succes en glorie geweest. De eerste bussen waren slecht en vielen regelmatig uit. Het management is al een paar keer herschikt omdat enkelen van hen in de bedrijfskas graaiden of profiteerden van persoonlijke afspraken met leveranciers. Maar ondertussen genereert Baobab Express operationele winst en kan het groeien op eigen kasstromen. Door de coronapandemie zal 2020 echter verlieslatend zijn. De busmaatschappij heeft de Beninse samenleving ten goede veranderd. Op tijd rijden was daarvoor cruciaal. Tegen de gewoonte van andere officiële en officieuze vervoerders in, die pas vertrekken wanneer hun bussen vol zitten, maakte Baobab er vanaf het begin een punt van om zich aan de tijdschema's te houden. "De eerste weken zijn we meer met lege dan met volle bussen vertrokken en kregen we regelmatig telefoon van passagiers die klaagden waarom we al weg waren", vertelt Chris Van Assche, die voor de holding African Drive maandelijks naar Benin reist om er het management te ondersteunen. Die stiptheid heeft rust en structuur in de Beninse samenleving gebracht. Zo vertelde een vrouw met een kleinhandel in katoen tegen Van Assche dat haar man niet langer ongerust en jaloers was, omdat hij wist hoe laat ze thuis zou komen. Vroeger bleef ze soms een nacht weg omdat ze niet sneller thuis raakte. Naast zakenmensen zijn ook veel ambtenaren klant, net door die stiptheid. "Mensen begrijpen dat het efficiënt is en onderdeel uitmaakt van ondernemerschap", stelt Van Assche. Ook al heeft hij er zich op afstand over ontfermd en heeft hij in België een beursgenoteerd bedrijf van bijna 3 miljard euro te runnen, zonder Fried Vancraen zou Baobab niet staan waar het nu staat. Hij is de drijvende kracht achter de ideeën bij Baobab en de Summer School. "Soms zet ik met opzet ' low priority' in mijn e-mails, maar toch krijg ik van hem het snelst een antwoord", getuigt een van de Materialise-werknemers die betrokken is bij de projecten. De Materialise-oprichter wil het niet bij bussen laten. Na zijn jongste bezoek aan Benin kwam hij op het idee er een elektrische bromfiets op de markt te brengen. Benin is vergeven van oude brommers die op extreem vervuilende en gesmokkelde tweetaktbenzine rijden. Een betaalbare elektrische brommer zou dat verhelpen. Ook deze keer waren de eerste reacties sceptisch, maar hij zette door en werkte het idee uit samen met Materialise-werknemer Jonas Van Eyck. De crux van zijn plan was niet de bromfiets zelf, maar de batterij. Behalve als energiedrager voor de bromfietsen zou die ook kunnen dienen als elektriciteitsbron voor gezinnen. Slechts 30 procent van de gezinnen heeft er toegang tot het elektriciteitsnet. Een veelzijdige batterij die oplaadbaar is met zonnepanelen en die zowel een bromfiets als een koelkast kan aandrijven, kan de Beniners ervan overtuigen hun vervuilende tweetaktbrommers van de hand te doen. Zo zag Baobab Energie het levenslicht. Jonas Van Eyck ontwikkelde de batterij samen met het technologiecentrum imec. De Koning Boudewijnstichting en de provincie Vlaams-Brabant financieren een eerste proefproject waarin vijftig Beniners met dertig bromfietsen testen of het project levensvatbaar is. "Als de afbetaling van de bromfietsen hen minder kost dan te blijven rondrijden op gesmokkelde benzine, zit er toekomst in", zegt Van Eyck. Het uiteindelijke doel is net zoals met Baobab Express een rendabel bedrijf op te zetten, dat ter plaatse de batterijen assembleert en dat wordt gerund door een plaatselijk management onder begeleiding van Belgische coaches.