Cochlear, een Australisch beursgenoteerd bedrijf en wereldleider in het ontwikkelen en produceren van hoorimplantaten, is het typevoorbeeld van een bedrijf dat dankzij de onderzoeksplatformen voor open innovatie van IMEC technologisch aan de spits kan blijven. Twee derde van de 90 werknemers in Mechelen zijn toponderzoekers.
...

Cochlear, een Australisch beursgenoteerd bedrijf en wereldleider in het ontwikkelen en produceren van hoorimplantaten, is het typevoorbeeld van een bedrijf dat dankzij de onderzoeksplatformen voor open innovatie van IMEC technologisch aan de spits kan blijven. Twee derde van de 90 werknemers in Mechelen zijn toponderzoekers. De Vlaamse afdeling van Cochlear beschouwt zichzelf als een kmo; ze ontstond in 1989 onder de naam Antwerp Bionic System. Deze spin-off van de Universiteit Antwerpen kwam later in handen van Philips en werd tien jaar geleden aan de Australische multinational verkocht. "We zijn voor de hoofdzetel in Sydney belangrijk voor onderzoek & ontwikkeling, omdat we in een netwerk van gespecialiseerde partnerbedrijven en onderzoeksinstellingen zitten waarmee we nauw samenwerken", zegt general manager Carl Van Himbeeck. Zo helpt IMEC, met zijn duizendtal in nano-elektronica gespecialiseerde onderzoekers, Cochlear in Mechelen te verankeren. "Hoorimplantaten zijn een multidisciplinaire business. IMEC kan de kritische massa samenbrengen van gespecialiseerde kennis bij verschillende industriële en wetenschappelijke partners in de driehoek Antwerpen-Brussel-Leuven. Dat is een unieke constellatie." Van Himbeeck schetst hoe Cochlear Mechelen zich zo kan toeleggen op 'platformontwikkelingen', naar analogie van de automobielindustrie. "We ontwikkelen componenten die gebruikt worden in de verfijning van de vier basisproducten die Cochlear in meer dan honderd landen aan de man brengt. Door specialisatie en onze inbreng kan Mechelen zijn toekomst veiligstellen." De vier productgroepen zijn: implantaten op basis van elektrische stimulatie; of die gebruikmaken van botgeleiding; hybride systemen waarbij een hoorapparaat en hoorimplantaat in één product zijn samengebracht; en het nieuwe DACS-implantaat (Direct Accoustic Cochlear Stimulation) dat via een miniatuurmotortje de falende mechanische werking van het middenoor vervangt. Dit laatste werd volledig in Mechelen ontwikkeld, de klinische testen gebeuren in België en het apparaat zal ook hier geproduceerd worden. Voor de ontwikkeling van de technologie wordt in onderzoeksplatformen voor open innovatie samengewerkt met organisaties en bedrijven die grotendeels ontstaan zijn in het vaarwater van IMEC: Europractice (maakt prototypes en elektronische chips in kleine hoeveelheden), NXP Semiconductors (laagvermogenelektronica) en Easics, ICsense en An Sem, spin-offs van KU Leuven. Van Himbeeck: "Partners kunnen door dit onderzoek ook hun technologie verfijnen. Nieuwe technologie die we met NXP ontwik-kelen, maakt het voor Cochlear mogelijk om nieuwe gebruikers te verwerven, terwijl NXP bijkomende troeven krijgt om ontwikkelingen te doen voor de fabrikanten van hoorapparaten." Hoorimplantaten en hoorapparaten zijn geen concurrenten, de markt voor de eersten is wereldwijd 30.000 stuks, tegen 10 miljoen per jaar voor de tweede. Ook IMEC heeft baat bij samenwerking: het onderzoekscentrum wil zich verdiepen in biotech. Het kan leren van de sterk geminiaturiseerde technologie van Cochlear Mechelen. Cochlear kan voor het maken van 'actieve elektrodes' gebruikmaken van de procestechnologie van IMEC om kleine deeltjes te assembleren op het niveau van een fractie van een micrometer. Want er is nog veel werk aan de winkel: elektrodes kunnen momenteel op 22 plaatsen elektrische prikkels en stroom genereren in het oorslakkenhuis, terwijl dat zo'n 30.000 zenuwcellen heeft.