De reddingsoperatie van General Motors draait op volle toeren. Toch blijft het wachten op een privé-investeerder voor de Europese activiteiten. Moeder General Motors wordt nu blijkbaar echt wel ongeduldig. Zondag 19 april berichtte de Financial Times dat het moederconcern zijn dochter wil afstoten, zolang er maar een privé-investeerder komt. Een bericht waarop men in de Europese hoofdzetel in Rüsselsheim liever geen commentaar gaf.
...

De reddingsoperatie van General Motors draait op volle toeren. Toch blijft het wachten op een privé-investeerder voor de Europese activiteiten. Moeder General Motors wordt nu blijkbaar echt wel ongeduldig. Zondag 19 april berichtte de Financial Times dat het moederconcern zijn dochter wil afstoten, zolang er maar een privé-investeerder komt. Een bericht waarop men in de Europese hoofdzetel in Rüsselsheim liever geen commentaar gaf. In het reddingsdossier werd de jongste maanden al massaal bizarre informatie rondgestrooid. Begin april heette het investerings-fonds Adia uit Abu Dhabi nog de reddende engel te zijn. Adia beklemtoont echter dat het niet met Opel heeft gesproken. Wellicht werd het fonds genoemd, omdat het wel vaker als deus ex machina opduikt in overnamedossiers. De naam noemen van het grootste en bekendste investeringsfonds in de Golfstaat is vaak een middel bij het opdrijven van de prijs van een overnameprooi. Adia investeert echter in minderheidsbelangen. Het is niet geïnteresseerd in een prominente rol in de bedrijven waarvan het belangen koopt. Adia beoogt evenmin een zitje in de raad van bestuur. Het fonds ontkent voorts dat er is gesproken met Karl-Theodor zu Guttenberg. Volgens de geruchtenmolen bracht de Duitse federale minister van Economie (CDU) een bezoek aan Abu Dhabi, op zoek naar investeerders in Opel. Wanneer komt de reddende engel? Half april meldde Fritz Henderson, de CEO van General Motors, belangstelling van minstens zes investeerders in de Europese dochter. De leiding in Rüsselsheim knutselt alvast aan de juridische structuur voor de verzelfstandiging van de Europese activiteiten. Er wordt gewerkt aan een nieuwe vennootschap voor de kernmerken Opel en Vauxhall. Dat komt eigenlijk neer op een doorstart van de vennootschap Adam Opel GmbH, met het merk Opel als enige overlever. Want een Vauxhall is eigenlijk een Opel, maar voor de markt in het Verenigd Koninkrijk. Het stuur staat rechts, maar design en engineering worden in Rüsselsheim ontwikkeld. Dit scenario betekent een ontrafeling van GM Europe GmbH, de Europese dochter van General Motors. Voor Saab wordt samen met de Zweedse overheid een koper gezocht. Chevrolet, het snelst groeiende Noord-Amerikaanse GM-merk in Europa, wordt via GM Daewoo Motors Korea verkocht. De doorstart met de nieuwe vennootschap Opel-Vauxhall oogt juridisch anders dan de eventuele doorstart die moeder General Motors beoogt. De Amerikaanse moeder streeft wellicht via een Chapter 11 - het gerechtelijk akkoord in de Verenigde Staten - naar een nieuwe vennootschap die de gezonde delen overhoudt van wat tot voor kort het grootste autoconcern van de wereld was. In de oude vennootschap wil het autobedrijf uit Detroit onder meer pensioenlasten en schulden parkeren. Het is nog niet duidelijk of in het nieuwe Opel-Vauxhall ook historische lasten terechtkomen. Maar de nieuwe vennootschap versoepelt het losmaken van het moederconcern. Want een Chapter 11 voor General Motors leidt niet noodzakelijk tot een faillissementencascade op het niveau van de Europese dochters. Alles hangt ervan af hoe nauw ze met elkaar verbonden zijn, en hoe men de dochters als het ware chirurgisch kan losweken. Zijn de heelmeesters in Rüsselsheim volleerde chirurgen? De nieuwe constructie streeft eenvoud na, met de focus op twee kernmerken. Of eigenlijk het historische kernmerk: Opel. Toch wordt de navelstreng met de moeder niet volledig doorgeknipt. Rüsselsheim hoopt nog steeds op een deelname van General Motors in de nieuwe vennootschap voor een bedrag van drie miljard euro. Niet meer dan ijdele hoop? Want volgens het bericht in de Britse zakenkrant Financial Times wil Detroit zijn dochter gewoon voorgoed kwijt. Daarnaast is er een inbreng door diverse overheden van 3,3 miljard euro. Nuance: dat bedrag vraagt de autobouwer aan de overheden. Die zijn geneigd tot een inbreng, als Opel-Vauxhall een geloofwaardig ondernemingsplan op tafel legt. Het leeuwendeel leveren de Duitse federale overheid en de vier Duitse deelstaten Hessen, Nordrhein-Westfalen, Rheinland-Pfalz en Thüringen. De Spaanse deelstaat Aragon, met in Zaragoza een autofabriek, gaf 200 miljoen euro waarborgen. Ook Vlaanderen wil garant staan voor 200 tot 300 miljoen euro. Andere landen die met geld over de brug komen zijn het Verenigd Koninkrijk en Polen. Hoe die inbreng zal gebeuren, is nog niet uitgeklaard. Via een kapitaalverhoging, leningen, of via een staatswaarborg. Nog een andere overheidsinstelling is de Europese Investeringsbank EIB. Met de Belg Philippe Maystadt, de gewezen federale minister van Financiën, als voorzitter van het directiecomité. Het Duitse weekblad Wirtschaftswoche berichtte begin april hoe de bank een aanvraag voor een miljardenkrediet van Opel onderzocht. Dit in het kader van een reddingsplan voor Opel, 'der grüne Blitz'. De bliksem verwijst naar het embleem van het automerk. Opel zou in sneltempo alles zetten op milieuvriendelijke wagens, en de wereldwijde marktleider willen worden in elektrische wagens. Rüsselsheim nuanceert het belang van het bliksemoffensief. Een bestuurder van Adam Opel GmbH kan zich niet herinneren dat het plan werd voorgelegd. Bovendien liet Carl-Peter Forster, de voorzitter van het directiecomité van GM Europe, in het Duitse weekblad Der Spiegel optekenen dat Opel geen kredieten kan aanvragen bij EIB, omdat de dochter geen afzonderlijke kredietwaardigheidsbeoordeling heeft. De doorstart via een nieuwe vennootschap rond Opel-Vauxhall zou alvast dat euvel van de baan helpen. En de weg vrijmaken voor kredieten bij de Europese Investeringsbank. Want ondanks alle rampspoed bij de Amerikaanse moeder loopt de verkoop van Opel zeer goed in de kernmarkt Duitsland. Van het nieuwe model Insignia - de Auto van het Jaar 2008 in Europa - werden sinds de lancering in november vorig jaar tot half april al 85.000 exemplaren verkocht. Dat is beter dan de verwachtingen, al geeft Rüsselsheim geen prognoses voor het hele jaar 2009. Ook in België loopt de verkoop als een trein. Henry Van der Haegen, de voorzitter van de Vereniging van Belgische en Luxemburgse Opel-dealers en -herstellers, merkt niets van de crisis. De Insignia is ook in België een enorm succes. Geloven de dealers erin? Zij willen alvast investeren in de nieuwe vennootschap. Morgen, vrijdag 24 april, houdt de vereniging een algemene vergadering, en stemt over een eventuele participatie in Opel-Vauxhall. Per verkochte wagen willen de dealers gedurende drie jaar 150 euro in een speciaal fonds storten. (T) Door Wolfgang Riepl