Neen, dit is geen nieuwe Opel Astra. Hooguit een opgefriste versie van het model dat in 2004 op de markt kwam. Na drie jaar, dus. En dat is van moeten. De concurrentie in de middenklasse is immers genadeloos, tussen klassiekers als de Renault Mégane, Volkswagen Golf en Opel Astra. Vorig jaar finishten ze in die volgorde in de hitlijst van de meest verkochte auto's in ons land. En om in die top drie te blijven, moet je blijven bekoren.
...

Neen, dit is geen nieuwe Opel Astra. Hooguit een opgefriste versie van het model dat in 2004 op de markt kwam. Na drie jaar, dus. En dat is van moeten. De concurrentie in de middenklasse is immers genadeloos, tussen klassiekers als de Renault Mégane, Volkswagen Golf en Opel Astra. Vorig jaar finishten ze in die volgorde in de hitlijst van de meest verkochte auto's in ons land. En om in die top drie te blijven, moet je blijven bekoren. Bekoren doet de Opel Astra trouwens. Bij zijn lancering in 2004 zorgde hij dan ook voor een kleine stijlbreuk. Tot dan was een Astra altijd synoniem geweest met traditie. Een veilige keuze voor de rationele consument. Weinig gewaagd design, ook. Maar de huidige Astra heeft een veel sportievere en strakkere lijn. En is daardoor aantrekkelijker dan zijn voorganger. Hij bekoort, ja: al 1,3 miljoen exemplaren van verkocht, waarvan een half miljoen in 2006. Vandaar dat de opsmuk nu heel beperkt blijft: alleen een goed geoefend oog van de autoliefhebber merkt het verschil. Zoals: andere bumper en koplampen, wat meer chroom in de snoet ook. In het interieur probeerde Opel een indruk van meer kwaliteit te creëren, en dat is zeer zeker gelukt. Maar de grote veranderingen zitten onderhuids. "Vandaag moet je in de autowereld heel kort op de bal zitten," hoorden we tijdens de perspresentatie. "Zeer zeker in de middenklasse, waar het knokken is. Deze vernieuwde Astra beantwoordt nu helemaal aan de markt." En aan de markt beantwoorden, dat betekent vooral: minder verbruiken, minder CO2 uitstoten en toch meer vermogen onder het gaspedaal schuiven. En dat resulteert tegenwoordig in een term die stilaan ingeburgerd raakt, in het autolandschap: downsizing. In de plaats van wat vroeger een tweeliter benzine was, komt nu een 1.6 met turbo. Met zijn 180 paardjes is hij tien pk sterker dan zijn voorganger, en op de testbank blijkt hij 13 procent zuiniger. Leuk om vaststellen, tussendoor: de constructeurs beginnen in hun strijd tegen verbruik en uitstoot opnieuw naar de turbo te grijpen, ook omdat die technologie nu af is. Van het vroegere turbogat is niets meer te merken. Voor liefhebbers van zelfontbranders, en dat zijn we in België massaal, wordt de 1.9 CTDi vervangen door een 1.7 turbodiesel, die ook krachtiger en zuiniger uit de hoek zal komen. We reden voorlopig alleen met de benzineversie met turbo (in het gamma zitten nog andere motoren van 1.4 tot 2.0 T) en ontdekten een motor die vooral scoort met zijn soepelheid, en niet zozeer met echt sportieve prestaties die je misschien wel verwacht van een mechaniek met 180 pk. Uiteraard blijft Opel ook deze opgefriste versie van de Astra uitwaaieren in tal van versies, zoals drie- of vijfdeurs, break, GTC (met het heerlijke glazen panoramadak, zie foto) of coupé-cabrio met metalen plooidak. Jo Bossuyt