Het land van de rijzende zon was het voorbije decen- nium zozeer in wolken gehuld dat zelfs de optimisten aarzelen om zich erover uit te spreken. Ondanks het feit dat 2005 een goed jaar was voor de Japanse economie, een prima jaar voor zijn beurs en een uitstekend jaar voor zijn politiek, lijkt 2006 zelfs nog beter te zullen worden. Japan staat eindelijk op het punt om opnieuw te verrassen, maar nu eens een keer niet negatief, maar positief.
...

Het land van de rijzende zon was het voorbije decen- nium zozeer in wolken gehuld dat zelfs de optimisten aarzelen om zich erover uit te spreken. Ondanks het feit dat 2005 een goed jaar was voor de Japanse economie, een prima jaar voor zijn beurs en een uitstekend jaar voor zijn politiek, lijkt 2006 zelfs nog beter te zullen worden. Japan staat eindelijk op het punt om opnieuw te verrassen, maar nu eens een keer niet negatief, maar positief. In het begin van 2006 zal de economie afstand nemen van de deflatie waaronder zij te lijden had. Dalende prijzen kunnen misschien een meevaller lijken in wat geruime tijd beschouwd werd als een economie met een hoog kostenniveau, maar het resultaat was dat de consumenten hun uitgaven uitstelden, de lonen daalden en de ondernemingen aarzelden om te investeren. In dat alles komt nu verandering. Sinds begin 2005 zijn de lonen weer aan het stijgen en sinds het midden van dat jaar is dat ook het geval voor het soort van regelmatige, voltijdse tewerkstelling dat zo belangrijk is voor het consumentenvertrouwen. De groei van de deeltijdse en tijdelijke werkgelegenheid, die met 30 % van de actieve bevolking onmisbaar was voor het opdrijven van de winsten maar een verlammend effect had op de vraag, is opgehouden. Langzaam maar zeker werd het Japanse overschot aan arbeidskrachten opgeslorpt en begonnen de gezinsinkomens weer te stijgen. Daardoor aangemoedigd zal de investeringsneiging van de ondernemingen toenemen en zelfs de productiviteit zou een sprong kunnen maken. Tenslotte valt er toch heel wat achterstand in te halen. Dat leidt echter ook tot de vrees dat de Bank of Japan wel eens zou kunnen reageren op de terugkeer van de inflatie door zijn nulinteresten en de massale monetaire expansie op te geven en zodoende het herstel te verstikken. Maar zolang de bank wacht tot het midden van het jaar, om zeker te zijn dat de economische groei inderdaad duurzaam is en de deflatie echt voorbij, wordt die vrees waarschijnlijk geen bewaarheid. Integendeel, een bescheiden terugkeer naar positieve interestvoeten zal een belangrijke nieuwe fase in het herstel van Japan inluiden: de wederinvoering van het prijsmechanisme voor de toewijzing van kapitaal. De Takenaka-behandeling Eerste minister Junichiro Koizumi kwam in september 2005 opnieuw aan de macht na een verpletterende verkiezingsoverwinning. Men zou dan ook mogen verwachten dat hij een fors hervormingsprogramma gaat uitvoeren om de economie te stimuleren. Dat zou echter een verkeerde conclusie zijn. In 2006 bestaat Koizumi's belangrijkste taak erin om het economische herstel niet in de weg te staan en zich te verzetten tegen het ministerie van Financiën en sommige collega's in de Liberaal-Democratische Partij, die erop aandringen de belastingen te verhogen of te snoeien in de overheidsuitgaven om zo het begrotingstekort, dat nu 6,4 % van het BBP bedraagt, terug te dringen. Dat zal nodig zijn met een brutostaatsschuld die is opgelopen tot 170 % van het BBP en een nettoschuldenlast (waarin rekening gehouden wordt met de overheidsobligaties die aangehouden worden door de openbare pensioenregimes) die meer dan 80 % van het BBP bedraagt, het vierde hoogste percentage in de Oeso. Het is echter beter het kalmpjes aan te doen omdat een en ander ook een domper zou kunnen zetten op de consumentenbestedingen. De hervormingen die Koizumi en zijn minister voor Economie Heizo Takenaka aan de Diet (het parlement) zullen voorleggen, zijn eerder gericht op de lange termijn. Net als de privatisering van de postspaarbank, die Koizumi als sleutelelement aanwendde om de verkiezingen te winnen, hebben ook de hervormingen voor 2006 tot doel de rol van de staat in de economie op lange termijn te beperken. De privatisering van de post zal pas tegen 2017 haar volledige uitwerking krijgen. Met de tweederde meerderheid die hij samen met Nieuw Komeito, de kleine coalitiepartner van de LDP, in het Lagerhuis van de Diet geniet, krijgt Koizumi de kans om andere hervormingen iets sneller door te voeren. Maar voorzichtigheid is en blijft geboden. De volgende in de rij voor de Takenaka-behandeling zijn acht kredietinstellingen van de staat (zoals de Japanse Ontwikkelingsbank). De grootste uitdaging bestaat er evenwel in om middelen te vinden om te bezuinigen op de kosten van de publieke gezondheidszorg en het pensioenstelsel. In zijn verkiezingsmanifest kondigde Koizumi al hervormingen aan, maar hij bleef spaarzaam met details. Zijn campagne voor de privatisering van de posterijen werd gedragen door hoogstaande principes, voor de pensioenen en de gezondheidszorg wordt het zwoegen. Die taak zal Koizumi echter aan zijn opvolger overlaten. Die opvolging zou wel eens opmerkelijk snel beklonken kunnen zijn - opmerkelijk, gezien de overweldigende verkiezingsoverwinning. Het partijreglement van de LDP vereist dat Koizumi in september 2006 aftreedt. Er zal heel wat druk komen om de regels te omzeilen en hem nog een jaar of twee meer te geven, zowel wegens zijn succes in 2005 als wegens de verkiezingen voor het Hogerhuis die voor 2007 op de agenda staan. Koizumi is zo'n Einzelgänger dat niemand er zeker van kan zijn of hij zal willen aftreden, zoals hij zegt, dan wel zal aanblijven. De menselijke natuur doet eerder het tweede veronderstellen. Toch lijkt een aftreden op dit ogenblik plausibeler. Koizumi heeft zijn lang gekoesterde ambitie om de postdiensten te privatiseren waargemaakt, hij heeft zijn partij veranderd, zoals hij gezegd had, en het is niet geweten of hij nog verdere punten op de agenda heeft. De twee meest voor de hand liggende opvolgers zijn desgevallend Shinzo Abe, een conservatief voormalig secretaris-generaal van de LDP die uit hetzelfde hout gesneden is als Koizumi, of Yasuo Fukuda, een minder populistische en zeer standvastig gewezen kabinetssecretaris. Als Koizumi erin slaagt om zijn opvolger te mogen kiezen, dan maakt Fukuda het meest kans om gedurende twee jaar als stabilisator op te treden, met de electoraal aantrekkelijke Abe in een van de topfuncties in het kabinet. In dat geval zullen de hervormingsgezinden tevreden zijn. Dat in tegenstelling tot China. Abe heeft een strakke nationalistische houding aangenomen en beweert Koizumi's gewoonte te zullen voorzetten om het controversiële Yasu- kuni-schrijn voor de oorlogsdoden te bezoeken, wat de Chinezen zo ergert. De auteur is hoofdredacteur van The Economist.Bill Emmott