Wim De Veirman (39), CEO van The Cookware Company DRANG NAAR LEIDINGGEVEN

Toen burgerlijk ingenieur Wim De Veirman na een eerste werkervaring bij een bouwbedrijf een MBA ging volgen aan de Vlerick Business School, kon hij niet vermoeden dat hij later in kookpannen zou handelen. Intussen verkoopt zijn bvba The Cookware Company maandelijks tussen 1 en 1,4 miljoen kookpannen van het merk Greenpan, dat De Veirman vijf jaar geleden oprichtte.
...

Toen burgerlijk ingenieur Wim De Veirman na een eerste werkervaring bij een bouwbedrijf een MBA ging volgen aan de Vlerick Business School, kon hij niet vermoeden dat hij later in kookpannen zou handelen. Intussen verkoopt zijn bvba The Cookware Company maandelijks tussen 1 en 1,4 miljoen kookpannen van het merk Greenpan, dat De Veirman vijf jaar geleden oprichtte. Na zijn MBA, die Wim De Veirman volgde omdat hij de drang voelde een leidinggevende functie uit te oefenen, richtte hij Anotech op. Dat deed de Gentenaar samen met zijn partner, die thuis was in de wereld van huishoudaccessoires. Anotech bouwde in China een fabriek om potten en pannen onder private label te produceren. De Veirman opereerde vanuit het hoofdkwartier in Hongkong, toen hij in 2007 op de technologie stootte die nu wordt gebruikt in Greenpan. De oorspronkelijke bedrijfsnaam Anotech werd The Cooking Company en Greenpan het eerste eigen merk. De Veirman zette de kookpan van Greenpan in de markt als een veiliger alternatief voor de pannen die een antiaanbaklaagje hebben dat gemaakt is van teflon en een plaklaag van PFOA, een stof die als schadelijk wordt beschouwd. The Cookware Company verkoopt zijn pannen met een veilig keramisch antikleeflaagje in 106 landen. De VS, Japan en Turkije zijn de grootste markten. Opvallend is dat het bedrijf ondanks de naam Greenpan de marketing niet toespitst op het groene karakter van de pan. "Dat is er natuurlijk wel, want we gebruiken geen PFOA, geen zware metalen en het CO2-verbruik is lager dan bij andere pannen", zegt De Veirman, die getrouwd en vader van vier zonen is. "Maar we spelen dat niet uit als argument omdat er te weinig mensen zijn die om die reden een product kopen. Onze marketing is gericht op gezondheid." The Cookware Company heeft 3000 medewerkers, van wie er 2700 in de productievestigingen in China en Zuid-Korea werken. In 2012 was er naar eigen zeggen een geconsolideerde omzet van 135 miljoen dollar. Ondertussen werd de merkenportefeuille uitgebreid met enkele andere merken en heeft De Veirman met zijn vennoot al twee andere bedrijven opgericht in de biomedische en farmasector. Internationaliseren brengt stabiliteit. "Onze omzet in Griekenland, Spanje en Portugal was gedecimeerd. Spanje leeft nu weer op, Griekenland een klein beetje. Als je internationaal verkoopt, heb je verschillen tussen wisselkoersen en diverse economische situaties. Honderd procent internationaal gaan, is onvermijdelijk om stabiliteit te creëren. Wanneer het in de ene markt minder gaat, wordt dat gecompenseerd door andere."De Gentenaar Thomas Bonte haalde het idee voor zijn bedrijf MuseScore toen hij in 2005 Jimmy Wales, de stichter van Wikipedia, en Richard Hallman, pleitbezorger van opensourcesoftware, hoorde spreken op een evenement. Hij besloot hun inzichten toe te passen om de markt voor muziekpartituren radicaal te vernieuwen door te werken met vrije software en een gemeenschap. Bonte besloot met zijn masterdiploma burgerlijk ingenieur in zicht om zijn studie niet af te maken en nam dezelfde dag nog contact op met twee Nieuw-Zeelanders om een project op poten te zetten. Hij richtte met Wikifonia een sociaal netwerk op, waar muzikanten partituren kunnen delen, en vervolgens een softwareprogramma om die partituren digitaal te kunnen schrijven. Dat resulteerde in MuseScore, dat Bonte oprichtte met een Franse en een Duitse vennoot. Aan het gelijknamige product schrijven intussen 300 softwareontwikkelaars mee. In nauwelijks vijf jaar is MuseScore uitgegroeid tot het meest gebruikte muzieknotatieprogramma ter wereld. Het is 4,8 miljoen keer gedownload, en haalt ongeveer 150.000 downloads per maand. Dat komt omdat de opensourcesoftware van MuseScore gratis is, terwijl de alternatieven van de twee beursgenoteerde bedrijven -- die tot de komst van MuseScore de markt onder elkaar verdeelden -- te betalen zijn. Vooral in de VS en Japan wordt de software van MuseScore naarstig van het net gehaald. Het verdienmodel van MuseScore lijkt op dat van Spotify: een gratis versie voor desktop en een professionele account van 49 dollar waarmee je het programma ook kan gebruiken op smartphone en tablet. Zowat duizend mensen betalen ondertussen voor MuseScore. Bonte weet nu al dat hij geen manager is. "Om operationeel door te kunnen groeien, zal ik iemand anders nodig hebben." Hij ziet zichzelf als iemand die van alle markten thuis is en een internationale kijk heeft op de dingen. Na bijna vijf jaar is hij nog aan het bootstrappen. Zo heeft hij geen auto en betaalt hij zichzelf geen loon uit. Zijn inkomsten haalt hij van advertenties bij zijn sociaal netwerk Wikifonia en uit losse opdrachten als fotograaf. "Dit jaar is wel een kantelpunt: ofwel halen we geld op, ofwel slagen we erin inkomsten te halen uit business-to-businesszijde. We praten met de grootste uitgeverij ter wereld, die onze software wil bundelen met een cursus die ze uitgeeft. We hebben nu ook iemand aangetrokken die aan businessdevelopment doet." Zijn weinige vrije tijd besteedt Bonte, die pas trouwde, aan atletiek, muziek en fotografie. Wie het dichtst bij de consument staat, wint. "Dat inzicht heb ik geleerd van Alain De Taeye, de oprichter van Tele Atlas (door TomTom overgenomen maker van digitale kaarten, nvdr). Ik probeer nu hetzelfde te doen met MuseScore. We geven nu veel gratis weg, maar zo bouwen we waarde op. De jackpot komt bij ons pas aan het einde van de rit." Hij noemt zichzelf graag een 'filantrokapitalist'. Dat het neologisme een contradictio in terminis lijkt, daar maalt Patrick Somerhausen niet om. "Ik streef ernaar beide begrippen met elkaar te verzoenen", stelt hij. Somerhausen heeft twee passies: ondernemerschap en vrijwilligerswerk. "Ik zou naar Afrika kunnen trekken om er huizen te bouwen, maar helaas heb ik twee linkerhanden. Een bedrijf managen, dat kan ik wel. Ik verdien er mijn brood mee en ik draag mijn steentje bij aan de maatschappij." Het begon nochtans anders. Na zijn studie handelsingenieur aan Solvay Business School deed de Brusselaar zijn eerste professionele stappen bij Unilever. Eerst in de afdeling human resources, daarna als brandmanager. In die laatste functie kreeg hij de kans naar Frankrijk te trekken. Daar kreeg Somerhauser de ondernemersmicrobe te pakken. "Ik voelde de nood om in een groot bedrijf te functioneren, maar het sterkte mij ook in mijn verlangen een eigen zaak op te richten." Hij richtte het affichagebedrijf Euromobile France op. Tegelijk stampte hij The Green Link uit de grond, een start-up in ecologische leveringen. Wat later verkocht hij zijn aandelen en keerde hij terug naar België. Samen met twee partners, Marc Verhaeren en Nicolas Crochet, richtte hij Funds for Good op. Het trio maakt investerings- en spaarplannen voor institutionele beleggers en particulieren. 10 procent van hun omzet en 50 procent van hun winst gaat naar het Rode Kruis en naar een eigen stichting, die microkredieten verstrekt aan mensen die het moeilijk hebben en met een zaak willen beginnen. "Het is maar een druppel op een hete plaat, maar ik wil meer doen in het leven dan alleen geld verdienen. Geven doet deugd, zowel voor anderen als voor jezelf." Waag de sprong. "Het is zonde om je zin in ondernemen de kop in te drukken, maar als je nog geen ervaring hebt, is het belangrijk dat je in je comfortzone blijft, zodat er snel geld in het laatje komt."Als student business administration aan de UCL had Olivier Olbrechts al een eigen bedrijf. Hij verkocht gsm's, maar de zaak was geen lang leven beschoren. Zijn tweede poging was succesvoller. "Mijn afstudeerscriptie ging over de oprichting van een bedrijf voor informatiegaring via internet. Vervolgens heb ik er ook echt een opgericht", verklaart Olbrechts. Het avontuur duurde anderhalf jaar. Dan kreeg de Brusselaar een contract aangeboden bij Web-Diggers, een bedrijf "dat veel groter was en hetzelfde deed als wij". Daarna volgden nog enkele carrièrewendingen. Landbouwkrediet nam hem in dienst als analist. Hij kon er zijn IT-kennis perfectioneren, maar kreeg het gevoel dat een job als werknemer niets voor hem was. Vervolgens trok hij een jaar naar Costa Rica voor Keystone View. Daar rijpte zijn ondernemersproject, dat in 2004 concreet vorm kreeg. "Oorspronkelijk was Dropstore een bedrijf dat voor derden informaticamateriaal verkocht op eBay, maar algauw had ik zo veel materiaal verzameld, dat ik maar beter een winkel kon openen." Hij vulde zijn aanbod ook aan met de herstelling van elektronicamateriaal. Mister Genius is inmiddels uitgegroeid tot een keten van zeven winkels in het Brussels Gewest. Binnenkort komt er een achtste vestiging. Het bedrijf heeft een twintigtal mensen in dienst. Op termijn wil Olbrechts tachtig winkels openen in heel België. "Ik ben graag creatief bezig. Het is fijn een behoefte te ontdekken en te proberen erop in te spelen. Jobs creëren is heel belangrijk in mijn ogen. Ik probeer jongeren een kans te geven. Je kan de golf van ontslagen met lede ogen aanzien, of je kan je verantwoordelijkheid opnemen en meewerken aan de economische ontwikkeling van je regio." Maak je droom waar. "Wees niet bang om de handen uit de mouwen te steken en ga ervoor. Als je niet te veel risico neemt, kan je van elke ondernemerservaring een succes maken. Want zelfs als je faalt, levert het je heel wat levenswijsheid op." BENNY DEBRUYNE & MÉLANIE GEELKENS