Toen het Cybertheatre twee jaar geleden zijn deuren opende in de Avenue, een leegstaande bioscoop aan de Brusselse Guldenvlieslaan, streek de virtuele wereld van het Internet neer op de boulevards van de hoofdstad. Het concept ging veel verder dan dat van een cybercafé. Overdag zou het Cybertheatre de bedrijven zalen en een informatiecentrum aanbieden, 's avonds zou het een echt centrum worden van de multimediacultuur.
...

Toen het Cybertheatre twee jaar geleden zijn deuren opende in de Avenue, een leegstaande bioscoop aan de Brusselse Guldenvlieslaan, streek de virtuele wereld van het Internet neer op de boulevards van de hoofdstad. Het concept ging veel verder dan dat van een cybercafé. Overdag zou het Cybertheatre de bedrijven zalen en een informatiecentrum aanbieden, 's avonds zou het een echt centrum worden van de multimediacultuur. Het project was een idee van La Rétine de Plateau, een vzw die zich specialiseert in filmevenementen en het vinden van nieuwe bestemmingen voor oude zalen. Ze rekende erop dat Internet de Avenue, vlakbij de Naamse Poort, die een banale winkel dreigde te worden, nieuw leven zou inblazen. Aangezien de vereniging niet over de nodige financiële middelen beschikte, stond ze het concept af aan Philippe Brawerman, de topman van softwarehuis Reef, dat tot op heden de financiële pijler van het Cybertheatre is. De ambities waren groot: Brawerman, een gewezen manager van Cisco, droomde van een keten van Cybertheatres met Brussel als prototype en uitstalkast. ALLES EROP EN ERAAN.De mensen van het Cybertheatre zagen de zaken groot - zo groot als het Internet. Onder het motto Think Global, Act Global startten ze allerlei initiatieven: het Cybertheatre werd een technologisch centrum met geavanceerde multimedia-apparatuur (60 computers, 3D-studio, gigantische LCD-schermen), een concertzaal, vergaderzalen en lokalen voor seminaries, een Netschool, een cyberrestaurant en cybercafés, dat alles gesteund door een flinke dosis sponsoring. Fabrikanten als Apple leverden materieel, in ruil voor het gebruik van het Cybertheatre. In 1998 vonden er 250 evenementen plaats: 3D-projecties, mixings van films, concerten via het Net. Bij het opmaken van de balans moest men de realiteit echter onder ogen zien: het Cybertheatre heeft zijn publiek niet gevonden. Het gratis surfen en de gratis e-mail waren een succes, de cyberculturele evenementen waren dat niet.MAATREGELEN.Er zijn een reeks maatregelen genomen om het complex van de financiële ondergang te redden. De zwaarste: het ontslag van 22 van de 41 personeelsleden. Het Cybertheatre was bedoeld als cultureel centrum, maar is uiteindelijk een commercieel platform geworden dat hoofdzakelijk dankzij bedrijfsseminaries het hoofd boven water houdt. De culturele activiteiten, die gefinancierd hadden moeten worden door de diensten aan de bedrijven, worden niet langer ondersteund. Cyberkunstenaars kunnen de lokalen niet meer gratis gebruiken. Het kosteloze surfen, de publiekstrekker bij uitstek, ruimde al enkele maanden geleden plaats voor de taximeters (250 frank per uur) die typisch worden voor cybercafés - tenminste voor die welke overleven. Tot daar het slechte nieuws. Het Cybertheatre zal zich voortaan meer met opleidingen bezighouden, door onderdak te geven aan een Brussels filiaal van de Antwerpse Netschool. HET AFWEZIGE PUBLIEK.Het terugschroeven van de ambities van het Cybertheatre heeft veel te maken met het overdreven optimisme van de initiatiefnemers van het project. Philippe Brawerman, een pionier die al jarenlang vertrouwd is met het Net, heeft de inplanting van de cybercultuur bij het jonge publiek overschat. Hij heeft gegokt op een mode-effect, in een stad die geen modes kent. Anders dan verwacht is het Internet niet zo populair geworden als de bioscoop.Philippe Brawerman reageert op die kritiek door uit te halen naar de overheid, die de multimedia niet als een cultuurvorm beschouwt die aangemoedigd moet worden, zoals het toneel. Volgens Brawerman ontbreekt het de politici aan visie, en het Cybertheatre aan subsidies. Het project kreeg bij zijn start geen enkel budget om het culturele luik van zijn activiteiten te steunen. Er waren heksentoeren nodig om van het Waalse Gewest een recupereerbaar voorschot te krijgen. Uiteindelijk werd het toegekend door het departement Onderzoek en Ontwikkeling, voor het ontwerpen van multimediatoepassingen.Gezien zijn lokalisatie kon het Cybertheatre niet rechtstreeks gesubsidieerd worden. Zijn geldschieter, Reef, die gevestigd is in Lopoigne (Waals-Brabant), kwam echter wel in aanmerking. De gefinancierde Internet-toepassingen maken gebruik van de systemen die in de muren van het Cybertheatre zitten.Deze late subsidiehonger die voortvloeit uit de beheersproblemen kan betwistbaar lijken. Volgens Eric Vauthier, de stichter van La Rétine de Plateau, heeft de overheid zich echter erg onverschillig getoond. Hij haalt een anekdote op: "Kort nadat wij een LCD-scherm op de gevel van het Cybertheatre hadden geïnstalleerd, begon de gemeente aan de heraanleg van de Guldenvlieslaan. Net vóór het scherm, dat wij voor een openluchtbioscoop in 3D wilden gebruiken, hebben ze doodleuk een straatlantaren neergezet." Wat op z'n minst bewijst dat er geen cyberlobby bestaat... F.D.