Warren Buffett legt de focus op transport op het spoor. Afgelopen maand investeerde de beursgoeroe met zijn investeringsvehikel Berk-shire Hathaway meer dan 25 miljard USD in Burlington Northern Santa Fé. Via die overname probeert hij te anticiperen op een nieuw tijdperk van hoge brandstofkosten en energie-efficiënt transport. We kunnen hem daarin zeker volgen, want spoorwegtransport heeft nog een mooie groei in het verschiet.
...

Warren Buffett legt de focus op transport op het spoor. Afgelopen maand investeerde de beursgoeroe met zijn investeringsvehikel Berk-shire Hathaway meer dan 25 miljard USD in Burlington Northern Santa Fé. Via die overname probeert hij te anticiperen op een nieuw tijdperk van hoge brandstofkosten en energie-efficiënt transport. We kunnen hem daarin zeker volgen, want spoorwegtransport heeft nog een mooie groei in het verschiet. De UNIFE (European Railway Industries Union) schatte de totale waarde van de globale toegankelijke markt van spoorwegtransport op 86 miljard EUR per jaar, gebaseerd op het gemiddelde tussen 2005 en 2007. UNIFE verwacht bovendien dat die markt gemiddeld 3 % per jaar zal groeien, wat het marktpotentieel in 2014-2016 op een totaal van zowat 111 miljard EUR moet brengen. Europa neemt nog altijd nagenoeg de helft van de wereldmarkt voor zijn rekening. Voor Azië en Latijns-Amerika wordt er uitgegaan van een gemiddelde jaarlijkse groei van 3,5 tot 4 %. In de ontwikkelde landen is de sector vrij volwassen, maar in de ontwikkelingslanden is er nog een forse uitbreiding van het netwerk vereist om passagiers en goederen efficiënter te vervoeren. De trend van marktliberalisatie over de hele wereld moet in combinatie met de onderliggende tendens van toegenomen private financiering in spoorwegmaatschappijen voor een stabiele langetermijngroei zorgen. Twee belangrijke motoren achter de groei voor het spoorwegtransport hangen nauw samen: milieu en energie. Het spoorwegtransport is immers heel wat minder vervuilend dan andere belangrijke transportmiddelen. Zo zorgt het transport over de weg voor liefst 9 % van de totale CO-emissies. Voor spoorwegtransport is dat minder dan 1 %. Ook wat betreft NOx-uitstoot doet spoorwegtransport het een stuk beter dan baantransport, met een uitstoot van respectievelijk 1 % en 38 % van het totaal. Spoorwegtransport kan dus beschouwd worden als een middel in de strijd tegen broeikasgassen. Energie-efficiëntie wordt natuurlijk binnen datzelfde thema steeds belangrijker. De vervuiling, het lawaai en de enorme drukte doen verlangen naar een groen en energie-efficiënt transportmiddel dat niet te veel lawaai maakt in centrale gebieden. Daar zal de keuze niet zozeer uitgaan naar treinen, maar naar trams. De spoorwegtransportsector investeert ten volle in een betere milieuprestatie, met een focus op een lagere energieconsumptie. Denk maar aan motorefficiëntie, gewichtreductie, nieuwe materialen en energierecuperatie. Zo lanceerde de sector recent al de mogelijkheid om een significant deel van de elektriciteit die wordt verbruikt tijdens de remfase te recupereren via het spoor. De groei van de vraag naar transport is evenredig met de evolutie van de infrastructuur. Om aan de noden van de economische groei in zowel de ontwikkelde landen als de ontwikkelingslanden te kunnen voldoen, moeten de verschillende transportvormen nog sterk worden uitgebreid en verbeterd. Nog voor het ontstaan van de auto als transportmiddel waren de spoorwegen het enige vervoermiddel voor massatransport van personen en goederen. Het was voor het eerst mogelijk om grote volumes over uitgestrekte economische gebieden te vervoeren. Het netwerk, dat op termijn zelfs kleine steden en gemeenten bereikte, zorgde voor nieuwe verplaatsingsmogelijkheden en voor het ontstaan van massatransport. Na de komst van de auto kreeg de sector van het transport over het spoor met een stagnatie en zelfs met een lichte achteruitgang te maken. De autowereld slaagde erin meer betaalbare en betrouwbare voertuigen te produceren, wat in combinatie met een goede weginfrastructuur voor transport van deur tot deur aan hoge snelheden zorgde. In dezelfde periode begon de luchtvaart aan een opmars. De prijzen werden aanvaardbaarder en de faciliteiten werden sterk uitgebreid. Op dit moment zit het spoor in een herstel- en groeiperiode. De zo geprezen autowegen zitten overvol en het kostenplaatje loopt opnieuw op. Ook de luchthavens bereiken stilaan hun maximumcapaciteit. Bovendien is er niet overal voldoende ruimte om het weg- en luchtvaarttransport uit te breiden en lopen de investeringskosten op. Het spoorwegtransport heeft op dat vlak twee belangrijke voordelen: de infrastructuur bestaat zelfs in centrale locaties (onder de vorm van bijvoorbeeld een tramnetwerk) en reservecapaciteit is er in overvloed. (C) Door Ken Van WeyenbergSpoorwegtransport heeft nog een mooie groei in het vooruitzicht.