Mocht George Stephenson vandaag naar Brussel reizen, dan nam hij wellicht de Eurostar. In de jaren 1830 moest de uitvinder van de stoomlocomotief nog per koets en boot naar België te komen. Hier ontwierp hij mee de eerste openbare spoorlijn op het Europese vasteland.
...

Mocht George Stephenson vandaag naar Brussel reizen, dan nam hij wellicht de Eurostar. In de jaren 1830 moest de uitvinder van de stoomlocomotief nog per koets en boot naar België te komen. Hier ontwierp hij mee de eerste openbare spoorlijn op het Europese vasteland. De spoorverbinding Brussel-Mechelen was het eerste stukje van een groot spoorwegplan dat de haven van Antwerpen via Leuven en Luik moest verbinden met het Ruhrgebied. Daarnaast moesten er treinverbindingen komen naar Gent, Brugge en Oostende. In 1834 nam het parlement die wet aan, een jaar later reden al treinen tussen Brussel en Mechelen. Een jaar later bereikten ze Antwerpen en tien jaar later was de verbinding met Parijs een feit. De Franstalige jurist Louis Gillieaux was pers- en pr-verantwoordelijke van de NMBS. In De Belgische spoorwegen schetst hij een nostalgisch beeld van onze nationale spoorwegerfenis. Dankzij het spoor ontwikkelde België zich tot een toonaangevende industriële natie. Belgische bedrijven exporteerden locomotieven, rijtuigen, goederenwagons, trams en innovatieve engineering tot diep in China en Afrika. De NMBS werd in de jaren 1930 zelfs wereldrecordhouder. De locomotieven Type 12 van Belgische makelij konden in drie minuten optrekken van 0 naar 140 kilometer per uur. In 1939 spoorde zo'n trein met vijf rijtuigen van Brussel-Zuid rechtstreeks naar Oostende in 57 minuten. De Luikenaar George Nagelmackers introduceerde slaaptreinen in Europa en richtte de prestigieuze Compagnie des Wagons-Lits op. Na de Tweede Wereldoorlog was het liedje van de Belgische treinconstructie uit. Ons land kampte met een verwoeste infrastructuur en kocht spoorwegmaterieel aan in het buitenland. Elektrische en dieseltreinen vervingen onze stoomlocomotieven. Toen België besliste mee te stappen in de hogesnelheidstreinen, waren die al ontwikkeld in de buurlanden. Het eerste deel van het boek schetst een mooi overzicht van de gouden eeuw van onze ijzeren weg. In de volgende twee delen schetst Gillieaux een optimistisch en weinig kritisch beeld van de spoorwegen van vandaag en de toekomst. Brussel als spil van een internationaal netwerk van hogesnelheidslijnen én als spil van een Gewestelijk ExpresNetwerk (GEN). Gillieaux is vast overtuigd van een happy end.