Het zijn pijnlijke beurstijden. Het is nog te vroeg om bij een herschikking van uw aandelenportefeuille in te stappen in Stichting Triodos-Doen. De Nederlandse bank participeert in microkredietprogramma's in ontwikkelingslanden. Dergelijke beleggingsfondsen evenaren momenteel de povere percentages van Nasdaq, maar kunnen op termijn veelbelovend worden. Die mogelijkheid wordt groter naarmate de nog jonge tak van het ethisch bankieren volwassener wordt, de wisselkoersen door het gebruik van de euro worden uitgevlakt en goed bestuur de inflatie in die landen beter bedwingt. Tegelijk stopt u coll...

Het zijn pijnlijke beurstijden. Het is nog te vroeg om bij een herschikking van uw aandelenportefeuille in te stappen in Stichting Triodos-Doen. De Nederlandse bank participeert in microkredietprogramma's in ontwikkelingslanden. Dergelijke beleggingsfondsen evenaren momenteel de povere percentages van Nasdaq, maar kunnen op termijn veelbelovend worden. Die mogelijkheid wordt groter naarmate de nog jonge tak van het ethisch bankieren volwassener wordt, de wisselkoersen door het gebruik van de euro worden uitgevlakt en goed bestuur de inflatie in die landen beter bedwingt. Tegelijk stopt u collega-ondernemers in het Zuiden een hefboom toe, en dat op een heel wat efficiëntere manier dan de miljardenstroom uit de klassieke ontwikkelingshulp. Behalve dat er dus nog hoop is voor beleggingsclubs, is dit een denkpiste voor de experts die zich op verzoek van premier Guy Verhofstadt ( VLD) buigen over de prangende vraag: "Welke pakketten van de 20 miljard frank Belgische hulp aan de 'Derde Wereld' mogen tegen 2004 onder de hoede van gewesten en gemeenschappen komen?" Sommige experts vrezen het ergste als de Belgische ontwikkelingssamenwerking zou worden opgesplitst. Onzin is dat. De pausen van de hulpverlening zouden de gelegenheid met beide handen te baat moeten nemen om resoluut de platgetreden paden van de klassieke liefdadigheid te verlaten. Want kunnen ze één plek aanduiden waar hun miljardenstroom het mechanisme van lokale welvaartscreatie met succes op gang heeft gebracht? Neen. Ook de Wereldbank moet dat toegeven: de Papierfabriek doet dat deze week voor de zoveelste keer in Aid & Reform in Africa, een baksteen van 678 bladzijden. Hoe kan het dan wel? In Indonesië sluit de Britse consultinggroep Grant Thornton, in het licht van de regionale autonomie (en democratisering) van het immense eilandenrijk, een contract van 25.000 frank per maand met de provincies Riau en Manado voor het financiële management en de opleiding van de lokale besturen. Elders in het Zuiden pionieren professioneel gerunde beleggingsfondsen als Profund, waarin Triodos participeert, om privé-spaargelden uit de Amerikaanse kapitaalmarkt te kanaliseren naar microkredietinstellingen in de 'Derde Wereld'. Gevestigde bankiers ontdekken dat kleine ondernemers in de informele economie goede betalers zijn. Hier is werk aan de winkel voor Vlaamse beleggingsclubs op de rand van een zenuwinzinking. En voor Verhofstadt: de Nederlandse regering kondigt voor dergelijke aandelen fiscale gunstmaatregelen af. De klassieke ontwikkelingsconcepten en -instrumenten zijn versleten. Ze werken niet. Er is wereldwijd een nieuwe visie nodig om 80% van de bevolking in het Zuiden en de ex-communistische landen in het 'kapitalisatieproces' te integreren - tot nu de enige werkbare formule voor plaatselijke welvaartscreatie. In deze optiek maakt het echter weinig uit of de structuren die aan het Zuiden nieuwe hefbomen kunnen aanreiken op Vlaams dan wel op Belgisch niveau functioneren. Op het niveau van Europese Unie, België, Vlaanderen - én op uw en mijn niveau - staan ook Vlaamse beleggers, bankiers en ondernemers (via het Company Partnership Plan) voor die uitdaging. Erik Bruyland