"De uitgebreide Europese Unie mag dan wel het principe van vrij verkeer van werknemers hanteren, lidstaten kunnen nog altijd gebruikmaken van beperkende overgangsmaatregelen om de instroom van Oost-Europeanen te beperken. Een land als België maakt kwistig gebruik van die overgangsmaatregelen, maar raakt daardoor in een competitief nadeel ten opzichte van andere lidstaten die op dat vlak veel pragmatischer zijn."
...

"De uitgebreide Europese Unie mag dan wel het principe van vrij verkeer van werknemers hanteren, lidstaten kunnen nog altijd gebruikmaken van beperkende overgangsmaatregelen om de instroom van Oost-Europeanen te beperken. Een land als België maakt kwistig gebruik van die overgangsmaatregelen, maar raakt daardoor in een competitief nadeel ten opzichte van andere lidstaten die op dat vlak veel pragmatischer zijn." Marc De Vos, professor arbeidsrecht aan de Universiteit Gent en de VUB en advocaat bij Lontings & Partners, kan zijn ergernis amper verbergen. Hij vindt dat de huidige Belgische arbeidswetgeving contraproductief werkt. "Bang dat de zogenaamde hordes uit Oost-Europa ons zullen overspoelen, willen we hen de toegang tot onze arbeidsmarkt ontzeggen. Concreet houdt dit in dat we een reguliere tewerkstelling van Oost-Europeanen als gewoon werknemer in België verhinderen. Maar intussen komen bijvoorbeeld de Polen wel massaal als zelfstandige in ons land werken, en dat zonder enige minimumbescherming inzake arbeidsvoorwaarden. Die instroom is door de inspectiediensten nagenoeg niet te controleren." De stringente Belgische wetgeving bereikt dus net het tegenovergestelde van wat ze beoogde: de Oost-Europese arbeidskrachten komen België toch binnen, maar dan via allerlei schemerconstructies die vaak instrumenten zijn voor sociale dumping. Schijnzelfstandige spelen is daarbij slechts een van de mogelijke opties. Via het vrije verkeer van diensten kunnen ondernemingen uit Oost-Europa perfect met eigen werknemers diensten verrichten in België. Ook via de klassieke detachering raken de Oost-Europeanen hier probleemloos aan de slag. Een Litouwse werknemer van een Litouws bedrijf dat vanuit het buitenland in België diensten komt verrichten, bevindt zich in een zeer comfortabele positie. Volgens De Vos opnieuw het bewijs dat de huidige Belgische arbeidswetgeving zo lek is als een zeef. Inzake sociale zekerheid laat een gewone detacheringsconstructie immers toe om te ontsnappen aan de dure Belgische sociale zekerheid, zodat de Oost-Europese werknemers onderworpen blijven aan de goedkope sociale zekerheid van het herkomstland. Een ander probleem heeft te maken met de arbeidsvoorwaarden. Elk bedrijf dat in België werknemers vanuit het buitenland tewerkstelt, moet in theorie de minimale Belgische arbeidsbescherming naleven. De Vos: "Dat is een mooie utopie. Controleer maar de vrije en vaak kortstondige instroom van buitenlandse dienstverrichtende ondernemingen. Dat is ondoenbaar."De critici van de huidige wetgeving richten echter ook hun pijlen op Belgische ondernemingen, die van deze detacheringsconstructies gebruikmaken om hier goedkope Oost-Europese arbeidskrachten aan het werk te zetten. Sinds 2000 kunnen Belgische bedrijven buitenlandse ondernemingen in zelfstandige aanneming gebruiken zonder dat ze veel risico lopen dat de inspectie hen als medewerkgever van de buitenlandse arbeidskrachten beschouwt. Daardoor is controle op misbruik van terbeschikkingstelling ook bij de eindgebruiker bijna onmogelijk geworden en dat verhoogt de instroom van Oost-Europese werknemers. A.M.