Op 4 mei 1945 blies de jonge Franse sergeant Bernard de Nonancourt een stalen deur op van een kelder in de Beierse Alpen. Hij was met zijn troepen doorgestoten tot het Adelaarsnest, waar kort voordien nog Adolf Hitler en de nazi-kopstukken grote sier maakten. Achter de deur ontdekten de soldaten, toevallig uit de champagnestreek, een half miljoen van de duurste Franse wijnflessen die geplunderd waren door de nazi's. Met die scène begint het journalistenpaar Don en ...

Op 4 mei 1945 blies de jonge Franse sergeant Bernard de Nonancourt een stalen deur op van een kelder in de Beierse Alpen. Hij was met zijn troepen doorgestoten tot het Adelaarsnest, waar kort voordien nog Adolf Hitler en de nazi-kopstukken grote sier maakten. Achter de deur ontdekten de soldaten, toevallig uit de champagnestreek, een half miljoen van de duurste Franse wijnflessen die geplunderd waren door de nazi's. Met die scène begint het journalistenpaar Don en Petie Kladstrup het voortreffelijk vertelde en stevig gedocumenteerde Wijn & oorlog (Manteau, 277 blz., 19,90 euro). Vervolgens blikken ze terug op de dramatische geschiedenis van beroemde en andere wijnbouwers in Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een eenduidig verhaal is het niet. Net als andere burgers, reageerden de wijnboeren heel verschillend op bezetting, plundering en oorlog. Sommigen slaagden erin hun beste wijnen te verbergen. De kelders fungeerden zelfs al eens als vluchtroute voor verzetslieden. Heroïek en tragiek rond de wijnkastelen. Het meest imponerende oorlogsboek dat de jongste tijd van de persen liep, is zonder de minste twijfel Berlijn - De ondergang 1945 (Van Halewyck, 530 blz., 27 euro). Het is brutaal, shockerend en gruwelijk, maar de Brit Antony Beevor blijft objectief en verliest zelfs bij de meest ijselijke getuigenissen zijn zin voor ruimere analyse niet. Terwijl hij in zijn vorige boek, Stalingrad (1999), de wreedheden aan het Oostfront beschreef, heeft hij het nu over één van de meest onderbelichte en barbaarse episoden uit de Tweede Wereldoorlog: de opmars van het Russische leger naar Berlijn. Stalin was zo tuk op wraak en vooral op de Duitse nucleaire kennis, dat hij twee generaals tegen elkaar ophitste om als eerste Berlijn in te nemen. Alleen al in die strijd in de strijd kwamen vreselijk veel soldaten om. Naast de bombardementen en andere gruwel, vond het Rode Leger ook nog de tijd om zowat 2 miljoen Duitse vrouwen te verkrachten. Ondertussen gaf Hitler vanuit zijn stinkende Berlijnse bunker onwezenlijke bevelen, waardor nog meer mensen de dood ingejaagd werden. Ook over de opmars van de geallieerden via Frankrijk naar Duitsland verscheen een boek, niet bepaald van dezelfde envergure, maar overtuigend door zijn compacte directe getuigenis. Als inlichtingenofficier van het Amerikaanse leger maakte Frank Manuel de opmars mee. Pas onlangs schreef hij die ervaring neer in Slotscène (Globe, 151 blz., 17,50 euro). Hij laat de analyse bewust weg, waardoor de nadruk nog sterker op de chaos gelegd werd. Het alomvattende beeld kwam pas achteraf tot stand, dat is wat Manuel de mythe van de officiële geschiedenis noemt. Luc De Decker [{ssquf}]