"Veel #Oekraïners herinneren zich nog de goede oude tijd, toen #Sovjet-Oekraïne de graanschuur van de #USSR was", tweette @Rusland, een door de regering beheerd Twitter-account. Het deelde daarbij een reeks foto's van vrolijke Sovjet-taferelen van weleer. "Veel van dat, en nog veel meer, is vandaag beschikbaar in #Ruslands #Krim." Een uur later reageerde @Oekraïne op het bericht van Rusland met de suggestie dat het was geplaatst door een "giftige ex".
...

"Veel #Oekraïners herinneren zich nog de goede oude tijd, toen #Sovjet-Oekraïne de graanschuur van de #USSR was", tweette @Rusland, een door de regering beheerd Twitter-account. Het deelde daarbij een reeks foto's van vrolijke Sovjet-taferelen van weleer. "Veel van dat, en nog veel meer, is vandaag beschikbaar in #Ruslands #Krim." Een uur later reageerde @Oekraïne op het bericht van Rusland met de suggestie dat het was geplaatst door een "giftige ex". Die berichten uit 2020 waren een opwarmertje voor een socialemediaoorlog die is blijven woeden, zelfs nu er een echte oorlog is uitgebroken. Oekraïense functionarissen van de president posten en promoten berichten om de aandacht van zowel het internationale als het binnenlandse publiek te trekken. De afbeeldingen en grappen lijken frivool. Maar de strijd om likes en shares maakt deel uit van een strategie om de mening van westerse kiezers - en hun regeringen - te beïnvloeden. Al voor de uitbraak van de gevechten was de president van Oekraïne, Volodimir Zelenski, een van de meest gevolgde staatshoofden. Hij heeft ruim 14 miljoen Instagram-volgers. Dat is op vier na het meest van alle wereldleiders. Zelenski post de meeste dagen tientallen tweets, in het Oekraïens en het Engels, waarin hij andere nationale leiders tagt en retweets van hun volgers krijgt. Oekraïense regeringsfunctionarissen hebben het voorbeeld van Zelenski gevolgd. Op 26 februari tweette vicepremier Mikhailo Fedorov een verzoek aan ondernemer Elon Musk om zijn Starlink-internetdienst in Oekraïne op te zetten. Dezelfde dag antwoordde Musk dat de dienst actief was, twee dagen later tweette Fedorov een afbeelding van nieuwe Starlink-terminals die per vrachtwagen arriveerden. De vastgepinde tweet op het account van @Oekraïne vraagt om donaties in cryptomunten. Op 1 maart was al meer dan 25 miljoen dollar binnengekomen, volgens het analysebedrijf Elliptic. Eerder had de regering bezoekers doorverwezen naar een account op de fondsenwervingswebsite Patreon, waar donateurs het land konden sponsoren. De levendige onlineaanwezigheid van Oekraïne staat in contrast met de posts van @Rusland, dat tijdens de oorlog onder meer een post van "vier van de mooiste treinstations in Rusland" retweette. Recente posts van het account hebben honderden vijandige reacties uitgelokt. De aandacht voor Oekraïne op sociale media is mee te danken aan een overvloed aan dramatische content. Volgens het onderzoeksbureau Kepios is drie kwart van de Oekraïners ouder dan dertien actief op sociale media. De meesten gaan online met smartphones. Daarmee maken ze video's die viraal gaan, van ongewapende gepensioneerden die Russische soldaten uitschelden tot een Oekraïense automobilist die een groep gestrande tankbestuurders vraagt of hij ze terug naar Rusland kan slepen. Vroeger was er uitzonderlijk veel geluk voor nodig om een cameraploeg een moment te laten vastleggen zoals dat van de 'tankman' op het Plein van de Hemelse Vrede, die CNN in 1989 heeft gefilmd. Het conflict in Oekraïne heeft al tientallen soortgelijke dramatische momenten opgeleverd, bijna allemaal gefilmd door burgers met telefoons. Sociale media hebben de internationale aanhangers van Oekraïne ook geholpen hun acties te coördineren. Op 27 februari trokken de gesynchroniseerde protestmarsen over de hele wereld honderdduizenden deelnemers aan. Nadat de Oekraïense regering een "internationaal legioen" van vrijwillige strijders had aangekondigd, hebben amateursoldaten foto's gepost van zichzelf terwijl ze op luchthavens afscheid nemen van geliefden. Op het Reddit-forum VolunteersForUkraine wisselen aspirant-strijders tips uit over hoe ze kunnen meedoen. Sinds het begin van de vijandelijkheden is de publieke opinie sterk veranderd. De westerse landen waren altijd al geneigd Oekraïne te steunen in plaats van agressor Rusland. Uit een opiniepeiling van YouGov in het Verenigd Koninkrijk op 22 en 23 februari, vlak voor de invasie, bleek dat 69 procent van de respondenten voor strengere sancties tegen Rusland was. Twee dagen later, nadat de beelden van de Russische aanval de wereld waren rondgegaan, was dat percentage gestegen tot 77 procent. Het percentage voorstanders van het sturen van wapens naar Oekraïne steeg van 46 naar 60 procent. Voor de invasie was slechts 35 procent van de Britten voorstander van sancties die de kosten van het levensonderhoud in eigen land zouden verhogen. Binnen de twee dagen was dat gestegen tot 45 procent. De publieke verontwaardiging heeft zich vertaald in beleidswijzigingen. Op 27 februari kondigde Duitsland aan dat het zijn defensiebudget zou verhogen tot meer dan 2 procent van zijn bruto binnenlands product (bbp), tegenover nog zo'n 1,5 procent in 2021. Zelfs Zwitserland heeft ondervonden dat het onmogelijk is zijn neutraliteit te handhaven in het licht van de sterke publieke opinie. Op 28 februari kondigde het aan dat het de Russische tegoeden in het land zou bevriezen, naar schatting zo'n 11 miljard dollar. Ook bedrijven houden rekening met de publieke opinie. Disney, Sony en Warner Bros kondigden op 28 februari aan dat zij hun nieuwe bioscoopreleases in Rusland zouden opschorten. De sociale media zijn niet de enige oorzaak van de omslag in de publieke opinie. Maar hun vermogen om verslagen uit de eerste hand over te brengen van gewone mensen die er middenin zitten, kan hen bijzonder aangrijpend maken, suggereert Simon Kemp van Kepios. Sociale netwerken hebben ook de unieke eigenschap dat ze, naast het verspreiden van informatie, mensen aanmoedigen om hun eigen mening te vormen en te uiten, waardoor ze gemakkelijker deelnemers worden in plaats van passieve toeschouwers. De manier waarop gebruikers van sociale media zich snel achter een standpunt scharen, verhoogt de druk op hun leiders om te handelen, merkt Ben Thompson op, de auteur van Stratechery, een nieuwsbrief over technologie. Dat kan ertoe leiden dat burgers, en hun leiders, sneller betrokken raken bij de problemen van andere landen. Amerika mengde zich in verre conflicten na incidenten zoals de bomaanslag in Pearl Harbour of de aanslagen van 11 september 2001, merkt Thompson op. Maar in het geval van Oekraïne "wordt een vergelijkbare mate van verontwaardiging en roep om actie opgewekt zonder de voorheen noodzakelijke nationale connectie". Nu sociale media van nieuwsconsumenten activisten maken, kan dat ertoe leiden dat hun regeringen op hun beurt actiever worden.