De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School.
...

De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.beEen jaar geleden overleed de alom gerespecteerde managementgoeroe Sumantra Ghoshal. In zijn onlangs gepubliceerde laatste artikelen was hij ongenadig scherp voor business-scholen (zie ook Trends, 31 maart 2005, blz. 113). Ze zouden het egocentrisme verwetenschappelijken door de nadruk te leggen op economische theorieën die anonieme transacties centraal stellen en die uitleggen hoe managers de plicht hebben alleen het economische belang van de almachtige aandeelhouder te dienen. Kortom, managers leren op business-scholen de verkeerde dingen steeds beter te doen. Het is daarom dat business-scholen rechtstreeks én onrechtstreeks verantwoordelijk zijn voor schandalen à la Enron, Tyco en Worldcom. Tot daar de centrale stelling van Ghoshal. Heeft de wijze man gelijk? Of heeft hij zich laten meeslepen door zijn groot hart? Er zijn enkele opvallende feiten. In en rond Enron circuleerden wel degelijk enkele figuren die duidelijk waren opgeleid aan business-scholen. Niet te verwonderen: er waren ingewikkelde constructies en die worden uitgedacht door mensen met interesse voor academisch onderbouwde opleidingen. Enron was echter de uitzondering. De meeste andere duistere figuren hadden nooit een voet in een business-school gezet, net zoals er weinig maffialeden alumnus zijn van Harvard of het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Af en toe zie je vreemde figuren rondlopen in de buurt van business-scholen. Dus zijn deze scholen schuldig aan de daden van deze vreemde figuren. Schuldig door associatie, heet dat in het jargon. Maar de feiten spreken dit wel tegen. Duistere figuren worden opgemerkt in voetbalkringen, in business-scholen, bij koninklijke bezoeken, tijdens handelsbeurzen. Ze drukken geregeld de hand van politici. Bij een enkeling is die associatie zeer sterk. Maar is het daarom zo dat die business-scholen, de voetballoge, het koninklijk hof of de politici die mensen corrupt, hebzuchtig of egocentrisch maken? En de verdachte figuren zijn meestal netwerkfiguren, en worden dus graag en op opvallende plaatsen gezien. Tot die plaatsen behoren blijkbaar ook managementscholen. En leren business-scholen al die gevaarlijke theorieën? Ghoshal heeft problemen met strategie, agency-theorie en transactiekostbenadering. Strategie wordt aan elke managementschool gedoceerd. Het is er meestal een koninginnenvak. Maar de twee andere? Hier en daar komt het aan bod, meestal als klein onderdeel van een ruimer vak. Maar waarom zou een minderheid van twee kleine vakjes ruimer moeten wegen dan al die andere vakken, die net het omgekeerde waardeoordeel meegeven? Ik denk niet dat 5 % van de Europese MBA-studenten in staat is drie stellingen te formuleren die aanleunen bij transactiekostbenadering. Maar neem gerust aan dat 95 % van de docenten accountancy met klem 'creatieve boekhouding' veroordeelt tijdens de lessen. En elke MBA'er heeft verplichte vakken accountancy. Neem maar aan dat al mijn collega's die 'organizational behavior' doceren, vertrekken vanuit een mensbeeld dat 100 % haaks staat op agency-theorie. Ghoshal heeft zeker een punt als hij aantoont dat de reactie op alle schandalen, namelijk corporate governance, lijnrecht uit de agency-theorie komt. Maar modewoorden als empowerment, autonome groepen, belang van missieverklaringen enzovoort komen uit een totaal andere achtergrond. Waarom slaat het ene gedachtegoed dan zo gemakkelijk aan en het andere niet? Kan je daar dan de managementscholen verantwoordelijk voor stellen? Ghoshal heeft natuurlijk wel gelijk als hij stelt dat business-scholen wat al te graag flirten met 'darwinistische' theorieën. Als je naar het overbekende strategiemodel van Michael Porter kijkt, dan moet je wel gaan denken dat elk bedrijf omsingeld is door een reeks vijanden, die er alleen maar op uit zijn je winstmarges op te peuzelen. Je leeft op constante voet van oorlog, niet alleen met je concurrenten, maar ook met je leveranciers en zelfs met je klanten. Dat soort gedachtegoed is uiteraard ronduit gevaarlijk. Als iedereen superachterdochtig wordt, dan lijdt weldra het gehele bedrijfsleven aan paranoia. En dan heb je heel veel controlekosten en op die manier krijg je dan behoefte aan theorieën die helpen te controleren, te onderdrukken. Samenwerking en vertrouwen worden dan een randfenomeen. Controle de essentie. Eén andere reeks feiten spreekt echter Ghoshal het sterkst tegen. De kern van bijna alle grote schandalen is net het omgekeerde van wat Ghoshal beweert. Managers hebben bij al die schandalen zeker niet de aandeelhouders eerst geplaatst, maar vaak zichzelf. De aandeelhouders hebben vaak alles verloren, en managers hebben zich soms ziekelijk verrijkt. Meer wraakroepend voor velen is dat samen met de aandeelhouders ook de leveranciers en vooral het personeel alles zijn kwijtgespeeld. Wat dan weer bewijst dat je die dingen wel kan onderscheiden, maar niet scheiden. En dat wie - op de lange termijn tenminste - echt goed zorgt voor zijn aandeelhouders, ook wel goed moet zorgen voor personeel, leveranciers of omwonenden. Want kippen die gouden eieren leggen, moet je af en toe eens bladgoud voederen. Marc Buelens