De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloog
...

De auteur is advocaat en hoofdredacteur van Fiscoloogeroepsmatige zijn in de regel slechts voor 75 % fiscaal aftrekbaar. En gaat het om autokosten van het woon-werkverkeer, dan is de aftrek beperkt tot een vast bedrag van 0,15 euro per kilometer. Motorrijders hebben van deze aftrekbeperkingen geen last. De beperkingen gelden alleen voor personenauto's, auto's voor dubbel gebruik en minibussen. Niet dus voor motorfietsen. De beroepsmatige kosten van motorrijders zijn in principe volledig aftrekbaar. HELM. In dit verband is onlangs de vraag gerezen welke kosten motorrijders in aftrek kunnen brengen. In het wetboek staat ook te lezen dat kledingkosten (behoudens bij specifieke beroepskledij) nooit voor aftrek in aanmerking komen. De administratie antwoordde bijgevolg uiterst voorspelbaar dat de kostprijs van een motorpak niet voor aftrek in aanmerking komt. Alleen de kost van een helm zou (wat de vestimentaire uitrusting betreft) in aftrek kunnen worden gebracht. KLEDIJ. Maar na luid protest floot de minister van Financiën zijn admini- stratie terug. In de Kamercommissie voor de Financiën en de Begroting liet hij weten dat de fiscale aftrek niet alleen slaat op de helm, maar ook op de specifieke motorrijderskledij. Daartoe rekent hij niet alleen de helm van de motorrijder, maar ook de erkende beschermende motorpakken, beschermende schoenen en handschoenen, en reflecterende jassen. Volgens de minister hebben de kosten van dergelijke kleding niet in de eerste plaats het karakter van (niet-aftrekbare) kledingkosten, maar wel van kosten die de veiligheid moeten verhogen. PROBLEEM. Het probleem met dit type van toegevingen is, om te beginnen, dat zij moeilijk in rechte afdwingbaar zijn. Als er over de aftrek van dergelijke kosten morgen een betwisting ontstaat, is het nog maar de vraag of een rechtbank bereid zal zijn om de aftrek toe te staan. Rechters hebben zich te houden aan hetgeen in de wet te lezen staat. Herhaaldelijk hebben zij beslist dat zij geen rekening kunnen houden met wat in circulaires of ministeriële standpunten te lezen staat, zodra blijkt dat die eigenlijk strijdig zijn met de tekst van de wet. Weliswaar zou men het vertrouwensbeginsel kunnen inroepen. Als de minister van Financiën zelf zegt dat een motorrijder zijn beschermende kledij als beroepskost in aftrek mag brengen, dan mag de belastingplichtige erop vertrouwen dat de fiscus zijn woord gestand doet. Maar de leer van het vertrouwensbeginsel is een moeilijke aangelegenheid. Meestal wordt aangenomen dat de belastingplichtige er zich niet op kan beroepen zodra de fiscus een standpunt verkondigt dat ingaat tegen hetgeen duidelijk in de wet te lezen staat. De niet-aftrekbaarheid van kledingkosten is een wettelijk voorschrift dat aan duidelijkheid niet veel te wensen overlaat. FIETS. Een ander probleem met dit type van toegevingen is dat men wel weet waar men begint, maar niet waar men eindigt. Als de beschermende kleding van motorrijders fiscaal als beroepskost aftrekbaar is, dan valt het niet in te zien waarom hetzelfde niet van toepassing zou zijn op bijvoorbeeld de valhelm en het reflecterende jasje van een fietser, of nog bijvoorbeeld op de beschermende hulpmiddelen van de sportieveling die zich op rollersblades naar zijn werkplek begeeft. BEROEPSMATIG. Let wel, het feit dat de minister van Financiën heeft toegezegd dat motorrijders de kosten van hun beschermende kledij als beroepskosten in aftrek kunnen brengen, betekent uiteraard niet dat de volledige kostprijs aftrekbaar is. Zoals bij andere uitgavenposten zal de aftrek slechts aanvaardbaar zijn, voor zover de kosten een beroepsmatig karakter hebben. Het ligt voor de hand dat de opdeling tussen privé- en beroepsgebruik gemaakt zal worden op basis van het aantal beroepsmatig gereden kilometers. Voorts zal ook uitgemaakt moeten worden in welke mate de kosten in één keer aftrekbaar zijn, dan wel afgeschreven moeten worden over de normale gebruiksduur. Voor bijvoorbeeld een motorpak dat vele jaren meegaat, ligt het voor de hand dat de aftrek van het beroepsmatig gedeelte ook gespreid zal moeten worden over de normale levensduur van een dergelijk pak. Net zoals dit het geval is voor de kostprijs van de motorfiets zelf. GOEDKOOP. Als al deze principes nauwgezet toegepast worden, zal het aftrekbaar bedrag per jaar allicht in zeer veel gevallen vrij beperkt zijn. En zullen vele motorrijders waarschijnlijk moeten vaststellen dat zij geen voordeel hebben bij het bewijs van hun werkelijke beroepsuitgaven. Dat bewijs loont immers slechts voor zover men hogere kosten kan bewijzen dan het kostenforfait waarop loontrekkers, bedrijfsleiders en be- oefenaars van vrije beroepen zonder meer recht hebben. De kans is dus groot dat de zogenaamde toegeving die de minister van Financiën heeft gedaan, uiteindelijk (voor de fiscus) erg goedkoop zal zijn. Jan Van DyckOok de veiligheidshelm van een fietser moet dan aftrekbaar zijn.