Guido Muelenaer
...

Guido MuelenaerDe beurs nam begin deze week opnieuw een valse start. De Bel20 kon zich nog redden omdat maandag Fortis 8,1 % steeg nadat de bank onder druk van de CBFA eindelijk gecommuniceerd had over de impact van de kredietcrisis. Vorige week vrijdag had Fortis wel ruim 10 % verloren. De ene dag slecht nieuws, de andere dag goed nieuws. Tenminste, als je 1 miljard euro kredietverlies goed nieuws kunt noemen. Het is duidelijk dat het stormweer op de beurs, ondanks de zonnige dagen tussenin, blijft aanhouden. Over een langere periode hebben die jojobewegingen op de beurs al een forse waardedaling opgeleverd. Sinds de piek in mei 2007 is er 27 % waarde verloren gegaan. KBC berekende dat de particulieren al 70 miljard euro verloren hebben (zie blz. 24). Dat is 8 % van het totale financiële vermogen. Voor de meeste particulieren zijn aandelen gelukkig een appeltje voor de dorst. We kennen geen Amerikaanse toestanden waarbij met kredieten aangegaan bij banken of op kredietkaarten aandelen gekocht worden om later met de opbrengsten daarvan levensnoodzakelijke uitgaven te kunnen doen. Belgen (en vele andere Europeanen) zijn brave huisvaders en huismoeders. We kopen aandelen met geld in overschot. Een waardevermindering nu zal wel gecompenseerd worden door een toekomstige waardestijging, wordt gedacht. En al is er vandaag een daling van de koopkracht, het is niet de huidige beurscrisis die daar verantwoordelijk voor is. Als het natuurlijk voor een langere periode zo hard blijft gaan, dan komt er wel hommeles van. Dat die koopkracht zoveel mogelijk in stand wordt gehouden, is belangrijk want de economie draait voor een groot deel op de consumptie. Als de Amerikaanse economie in een recessie verzeilt, dan is het voor Europa van levensbelang dat die consumptie op peil blijft. De situatie op de arbeidsmarkt is daarvoor van doorslaggevend belang. Job- en loonvooruitzichten zijn veel bepalender dan beursprestaties voor het vertrouwen van de consument. Het lijkt erop dat we geconfronteerd zullen worden met een merkwaardige paradox. De recessie in de VS zal zeker tot een groeivertraging in Europa leiden. Door de demografische evolutie is er echter een groeiend tekort aan werknemers. En dat wordt van jaar tot jaar nijpender. We zouden dus wel eens naar een economische crisis zonder snel stijgende werkloosheid kunnen gaan. Een nieuw fenomeen. Terwijl de economie het niet goed doet, blijven de consumenten zich daardoor veilig voelen. Dat is een gevaarlijke cocktail. De laatste weken zijn er al verschillende sociale conflicten geweest waarbij de werknemers meer loon vroegen. Het begon bij de toeleveranciers van Ford, deinde uit naar Opel en waait nu ook over naar andere bedrijven buiten de automobielsector. Telkens lagen er twee eisen op tafel: meer loon en minder werkdruk. De stakingen die uitbraken, waren vaak spontaan en ACV-voorzitter Luc Cortebeeck liet zich zelfs ontvallen dat stakingen bij Ford Genk de toekomst van de fabriek geen goed zouden doen. Werknemers krijgen het gevoel dat ze bekocht worden. Het liedje van de loonmatiging wordt al jaren gezongen en levert volgens hen weinig resultaten op. Veel heeft te maken met psychologie. Door de automatische indexering stijgen de lonen wel, maar de werknemers ervaren dat niet als een stijging. 2008 zal trouwens twee indexeringen kennen. Het klopt dat door de gezondheidsindex, die indexering niet altijd de koopkracht op peil houdt. Maar de koopkrachtuitholling komt via geïmporteerde prijsverhogingen (olie, voeding). Enkel een ander consumptiepatroon, en niet extra loonsverhogingen, kunnen hiervoor een oplossing bieden. Het is de taak van de vakbonden om dit duidelijk te maken aan hun leden. Zij moeten de val vermijden waarbij een krappe arbeidsmarkt de verleiding groot maakt om hogere looneisen te stellen. Misschien is dat nu tijdens de sociale verkiezingen een moeilijk verhaal, maar in het najaar krijgen de vakbonden alle kans om hun economisch inzicht te tonen. Tijdens de interprofessionele onderhandelingen in het najaar moet de loonnorm voor de periode 2009-2010 bepaald worden. Maar tussen januari en het najaar loopt er nog veel water naar de zee. En vloeit er misschien ook nog veel beurswaarde weg. De onzekerheid blijft groot. En de vraag is wanneer de onzekerheid in Europa omslaat in pessimisme. Zijn de eerste tekenen al aanwezig? De koopjes van januari zouden volgens de ene bron 2 % lager liggen en volgens de andere 5,4 %. Op het autosalon waren er 10 % minder bezoekers, maar of dat ook tot minder verkoop heeft geleid, is nog niet duidelijk. Ook elders zijn er geruchten op te vangen dat de consumptie onder druk staat. Niet voor niets voeren supermarkten een ware veldslag om goedkope prijzen te afficheren. In België doen we er blijkbaar alles aan om die onzekerheid te versterken. De interim-regering kijkt werkeloos toe, de communautaire onderhandelingen lijken niet op te schieten, de publieke ruzies tussen de coalitiepartners nemen opnieuw toe. Een krachtdadige regering zou al een deel van het antwoord kunnen zijn. Misschien zijn daar nieuwe verkiezingen het beste middel toe. (T) de auteur is hoofdredacteur.