Wandelen is peanuts voor de CEO van de beursgenoteerde textielgroep. Ze stapt niet, ze beent stevig door. Een beetje zoals het traject van haar bedrijf van de voorbije maanden.
...

Wandelen is peanuts voor de CEO van de beursgenoteerde textielgroep. Ze stapt niet, ze beent stevig door. Een beetje zoals het traject van haar bedrijf van de voorbije maanden. De crisis sloeg hard toe in de industriële sector en daar was Sioen niet immuun voor. In volle crisis moest Michèle Sioen bovendien het overlijden van haar vader en oprichter van het bedrijf verwerken. "2009 was een annus horribilis, maar ik ben een optimist en in 2010 hebben we ons goed herpakt." Het management schakelde een versnelling hoger om de recessie het hoofd te bieden. Sioen saneerde, herstructureerde, sleutelde aan het werkkapitaal en bouwde stocks af. Maar ook, en vooral, zette ze in op onderzoek en ontwikkeling. "We kunnen het ons gewoon niet permitteren om op onze producten te teren." Vandaag plukt Sioen de vruchten van de crisismaatregelen. De omzet steeg met 15 procent en er werd weer winst geboekt (18,1 miljoen euro), de productportfolio is uitgebreid en nieuwe markten werden aangeboord. "We hebben van de crisis gebruikgemaakt om grote kuis te houden, te herdefiniëren. We hebben veel omzet verloren en dan komt het erop aan dat je break-evenpoint lager komt te liggen. Dat je alleen maar kosten maakt naar de zak." MICHELE SIOEN (CEO SIOEN INDUSTRIES). "Eigenlijk wel. Maar ik denk dat je altijd kunt blijven verbeteren. Het sterkt mij in de overtuiging dat we ons voortdurend in vraag moeten blijven stellen. Dat is een continu proces, op elk niveau." SIOEN. "In 2009 hebben we natuurlijk nog de herstructureringskosten gekend. Nu niet, en intussen is ook de omzet gestegen. We zijn dus heel tevreden. Ik wil met klem benadrukken dat Sioen nooit een onemanshow is geweest en nooit zal worden. De goede prestaties zijn het resultaat van een team. "Mijn moeder is nog actief in de confectie, mijn zus in de chemicaliën en dan hebben we nog het directiecomité. Als we er nu weer goed voorstaan, dan is dat de verdienste van al die mensen. Maar het geeft wel een voldoening. We werken dag en nacht en met heel veel overtuiging. Als de resultaten dan ook positief zijn, dan is dat een bekroning voor dat harde werk. Sinds de oprichting in de jaren zestig zijn we jaar na jaar gegroeid, met uitzondering van de jongste twee crisisjaren. Het is de bedoeling om weer te groeien." SIOEN. "Beide. Met de crisis hebben we eerst gezorgd voor een solide basis. Die hebben we nu. We staan open voor opportuniteiten. We kijken zowel naar geografische mogelijkheden als naar productuitbreiding. Vanaf het moment dat we iets zien dat complementair is aan onze business hebben we interesse. Maar we doen ook geen overname tegen eender welke prijs." SIOEN. "Europa maakt nu driekwart van de omzet uit. Europa is en blijft onze thuismarkt, maar onze interesse voor andere regio's is groot. We hebben in Tunesië en in Indonesië vestigingen, en een verkoopkantoor in Sjanghai dat aan belang wint." SIOEN. "De crisis is in september 2008 echt van de ene dag op de andere gestart. Dat was ongezien. Plots kwam er geen order meer binnen. Niemand kon voorspellen dat de markt met die omvang zou kelderen en al helemaal niet na het topjaar 2007. Toen we merkten dat er na enkele weken nog altijd geen bestellingen binnenkwamen, hebben we snel gereageerd. 2009 is ronduit slecht gebleven. Pas vanaf begin 2010 hebben we de kentering gemerkt. "Al moet ik er wel op wijzen dat niet al onze afdelingen afgezien hebben. Onze confectieafdeling heeft de crisis zo goed als niet gevoeld, ze had in 2009 nog een gelijkaardige omzet. De industriële afdelingen chemicals en coating kregen wel voluit klappen. En zeker alles wat verband houdt met transport. Die sector heeft een enorme crisis doorgemaakt. In de klassieke industrie was er een gemiddelde omzetdaling van 30 procent. In de vrachtwagensector kon dat oplopen tot soms 70 procent." SIOEN. "Ik denk dat we in 2013 of ten laatste in 2014 weer op de volumes en het niveau van 2007 moeten raken. Maar intussen hebben we heel sterk gediversifieerd. Daardoor is het belang van de transportsector op onze groepsomzet gedaald van zo'n 45 procent tot minder dan 15 procent in 2010. De trucksector groeide vorig jaar fors en we hebben onze positie van marktleider verstevigd. Terwijl de productie tijdens de crisis stilstond, hebben we volop nieuwe zaken ontwikkeld. Daardoor kunnen we nu nieuwe markten aanboren, zoals biogasinstallaties, waterreservoirs, architecturale tenten. Ons klantenassortiment en productenportfolio zijn daardoor sterk verbeterd. "De crisis heeft ons zeker opportuniteiten gegeven. Dat zou je het positieve effect van de crisis kunnen noemen. Maar dat is achteraf natuurlijk. Op het moment zelf sloeg de schrik toch wel om het hart. Er was een enorme druk en stress om nieuwe zaken te ontwikkelen." SIOEN. "We stonden ook voor de crisis sterk in onze schoenen, maar nu staan we nog steviger. Ons assortiment is verbeterd en uitgebreid. O&O is voor ons nog, met de nadruk op nog, belangrijker geworden. Onze groeistrategie is volledig geënt op die O&O. Technisch textiel betekent per definitie moeilijke en hoogwaardige producten." SIOEN. "Wij investeren jaarlijks 5 miljoen euro, zeg maar 2 procent van de omzet (in 2010 was dat 5,8 miljoen euro, red.). Er werken 50 mensen alleen op R&D. Maar belangrijker dan het budget is dat het voor ons een state of mind is. Als de verkoper bij klanten zit, dan verwacht ik dat hij meedenkt met de klant. Ook onze aankopers moeten attent zijn. Dat we volledig verticaal geïntegreerd zijn, en de ketting zelf in handen hebben, geeft ons het voordeel om zaken sneller en efficiënter te ontwikkelen. We zijn dus niet meteen afhankelijk van externe leveranciers om voor ons zaken te ontwikkelen. We hebben perfect ingerichte en gesofisticeerde laboratoriums, we zijn zelfs het enige privébedrijf dat een eigen schietstand heeft. Daar kunnen we onze kogelvrije en steekwerende vesten testen. Maar we hebben natuurlijk ook heel wat samenwerkingsakkoorden met universiteiten, met klanten, met beroepsorganisaties en met IWT-projecten." SIOEN. "Neen, ik kijk eens van ver. Ik kom niet te dicht in de buurt." (lacht)SIOEN. "We waren daar voordien al mee bezig, maar hebben dat nu versneld. En we willen daar in groeien. De chemiedivisie draait nu nog maar voor 15 procent voor intern gebruik, al de rest is externe verkoop. Ook de spinnerijen en weverijen werken voor derden. Ik denk dat het evenwicht nu 50-50 is, waar dat vroeger toch snel naar de 80 procent intern overhelde. Elke afdeling heeft zijn eigen resultatenrekening, en als ze goedkoper kan aankopen, doet ze dat. Anders houd je jezelf in evenwicht, maar op het einde ben je niet meer competitief bezig." SIOEN. "De eerste drie maanden hebben we een mooie omzetgroei gekend en de dynamiek is goed, maar de grondstofprijzen zijn ook fors gestegen, en dat zet weer druk. We rekenen die wel door, maar daar zit altijd wat vertraging op en je kunt die niet integraal doorrekenen. Bij de leveranciers is er weinig marge. Ook hier helpt O&O ons. Door de druk op de marges zijn we volop aan het ontwikkelen om sneller te draaien. Veel meer kunnen we niet doen. Die prijzen worden door externe factoren bepaald." SIOEN. "We hebben toch drie dagen volledig stilgelegen. Nu zijn we weer herstart en de rust is teruggekeerd. Op het moment van de onlusten was het wel even spannend, want geen mens die wist hoe zoiets evolueert." SIOEN. "We hebben dat zo sociaal mogelijk proberen op te vangen, onder meer via brugpensioen. En ook wel door zo veel mogelijk rekening te houden met de persoonlijke situatie. Het gros van de afvloeiingen is gebeurd in Polen. Maar intussen zijn we weer bezig met de opstart van weekendploegen en we zoeken mensen, op alle niveaus. Maar het is in West-Vlaanderen almaar moeilijker om mensen te vinden. In Moeskroen en Henegouwen is er wel nog een hoge werkloosheid, maar die mensen steken niet snel over naar hier." SIOEN. "Dat is inderdaad de filosofie voor hun aanstelling. Het was de bedoeling om ook verjonging door te voeren. We hadden en hebben een heel goede raad van bestuur, onder voorzitterschap van Luc Vansteenkiste." SIOEN. " (lachend) Maar allez, we zitten al met vier vrouwen, dat is 44 procent! Naar Belgische normen zijn we echt wel heel vooruitstrevend." SIOEN. "Misschien verdienen vrouwen wel een extra duwtje in de rug. Maar ik denk niet dat quota een goede oplossing zijn. Ik ben tegen die quota omdat het moeilijk is voor een aantal bedrijven om geschikte kandidaten te vinden. En ook omdat er niet zoveel vrouwen beschikbaar zijn. Ik ben pro vrouwen, vergis u niet, maar ze moeten meer hun mannetje staan. De realiteit is dat het opofferingen vraagt om een topfunctie te bekleden. En niet elke vrouw heeft de mogelijkheid of de ambitie om dat op te brengen." SIOEN. " (lachend) Ik heb hier al meer dan een voltijdse job, dank u. " (ernstig) Om bestuurder te worden van een beursgenoteerd bedrijf moet je toch een zekere bagage hebben. En als wij een advertentie plaatsen voor een hogere functie, dan heb je op de negentien mannen, heel misschien één vrouw die solliciteert. Dat wil toch ook iets zeggen? Terwijl er wel meer vrouwen afstuderen aan de universiteiten, zijn ze blijkbaar toch niet te vinden voor hogere kaderfuncties. "Het is ook niet vanzelfsprekend. Dertiger zijn, kinderen krijgen, en net dan wil je carrière maken. Het is verschrikkelijk moeilijk. Ik denk dat de overheid de omkaderingsfactoren beter zou onder handen nemen dan een quotum op te leggen. Het enige positieve van het debat is dat er een zekere bewustmaking ontstaat." SIOEN. "Neen, niet echt. Ik wil ook niet als 'de topvrouw' gepercipieerd worden. Ik heb mijn moeder, mijn zus, het hele directiecomité. We willen wel als bedrijf een rolmodel zijn voor O&O." SIOEN. "Industrie is heel belangrijk voor ons land. Het is het fundament van onze welvaart. Voor mij zijn de twee belangrijkste zaken O&O en de loonkosten. Het kan niet dat we steeds weer aan competentiekracht moeten inboeten tegenover de ons omringende landen. We moeten waken over onze competitiviteit." SIOEN. "Neen, voilá. Het is een oud zeer, maar wel primordiaal voor de industrie." SIOEN. "Neen. De vakbonden zeggen dat de index geen loonsverhoging is. Maar wie betaalt dat denkt u? Europa trekt ook aan de alarmbel, we moeten van dat indexsysteem af, het is niet meer van vandaag. Maar ik leg daar liever geen verklaringen over af, want ik vrees nu al moeilijke cao-onderhandelingen. LIEVEN DESMET, FOTOGRAFIE JELLE VERMEERSCH" We stonden voor de crisis sterk in onze schoenen, maar nu staan we nog steviger" " We kijken met interesse rond. Maar we doen geen overname aan eender welke prijs"