De CIA heeft zijn mannetjes in de Antwerpse haven die strategische informatie over de handelsstromen van Europese bedrijven kunnen inwinnen. De Franse Sûreté volgt met belangstelling Electrabel. En de Duitse Bundesnachrichtendienst had een undercoveragent bij Lernout & Hauspie.
...

De CIA heeft zijn mannetjes in de Antwerpse haven die strategische informatie over de handelsstromen van Europese bedrijven kunnen inwinnen. De Franse Sûreté volgt met belangstelling Electrabel. En de Duitse Bundesnachrichtendienst had een undercoveragent bij Lernout & Hauspie. Wat onderneemt de Staatsveiligheid tegen deze economische spionage? Tot voor enkele weken: niets. Er was immers geen definitie van het 'wetenschappelijk en economisch potentieel' dat ze moet beschermen. Het onlangs bepaalde economische takenpakket voor Alain Winants, de nieuwe nummer een van de Belgische geheime dienst, blijft echter heel beperkt. Eigenlijk kan hij alleen inlichtingen inwinnen over economische spionagepraktijken, ze analyseren en bezorgen aan de minister van Justitie. Officiële contacten met bedreigde bedrijven blijven taboe. Laat staan dat hij zijn spionnen informatie laat zoeken over concurrenten van Belgische ondernemingen. Dat is verboden, want in strijd met de vrije markt, klinkt het op de hoofdzetel van de Staatsveiligheid. Deze defensieve houding contrasteert met die van de tegenhangers in onze buurlanden. Hoewel 'bevriend', voeden deze inlichtingendiensten hun bedrijven met strategische informatie. Franse politici en ondernemers verdedigen de vervlechting van staat en privé met het argument dat hun land in een "economische oorlog" verkeert. Als België hoopt in deze strijd om marktaandeel de neutraliteit te bewaren, is het erg naïef. Eenzijdig economisch pacifisme ondergraaft welvaart en dus ook welzijn. Het is overigens een goede zaak dat de Senaat is gestart met gesprekken over de uitbreiding van de onderzoeksmiddelen voor de Staatsveiligheid. Toch een nuance. Initiatiefnemer Luc Willems (VLD) zegt dat hacken, de schending van het briefgeheim en telefoontaps slechts mogelijk zijn in ernstige gevallen, zoals terrorisme. De justitiële en parlementaire controle op deze technieken, en overigens op de Staatsveiligheid in het algemeen, kan beter. Elke politicus heeft belang bij een stringent toezicht. Vandaag weegt één partij (PS) door op alle niveaus van de inlichtingendiensten. Morgen kan dat perfect een andere formatie zijn. Machtsmisbruik op dit schimmige terrein is een potentieel gevaar voor de rechtsstaat en moet dus structureel ernstig bemoeilijkt worden. Vraag is wat de Staatsveiligheid zelf ernstig genoeg acht om er speciale technieken op los te laten. In een interview met de redactie (zie blz. 48) beweert superspion Winants dat een separatist of republikein niet in zijn databank terechtkomt, tenzij ... hij politiek succes boekt. Het argument: "De Belgische staat moet een geheel blijven." Iedereen die "de grondwettelijke orde" wil aantasten, krijgt de Staatsveiligheid in zijn kielzog. Zelfs CD&V'er Yves Leterme of SP.A'er Luc Van den Bossche (twee confederalisten) zijn onder deze ruime definitie staatsgevaarlijk. Eventuele staatsvorming moet men niet duiden in termen van radicalisme of gevaar, maar van een politieke keuze. De Staatsveiligheid trekt zich beter terug van een terrein waar de democratie zijn gang moet gaan. Zo kan ze focussen op de echte gevaren die economie en veiligheid bedreigen. Hans Brockmans