Toen Europa na de crisis van de eurozone in 2012 dringend nood had aan een succesverhaal, werd dat prompt door Spanje aangeleverd. De regering van het land kreeg greep op de kaduke economie, maakte de arbeidsmarkt flexibeler, reorganiseerde en herkapitaliseerde de banken en hakte in het begrotingstekort. De export zwol aan naarmate de concurrentiekracht toenam. De economie begon opnieuw op te bloeien. Privé-investeerders kwamen behoedzaam terug en de leningskosten van de overheid daalden scherp. Eindelijk begon ook de werkloosheid af te nemen. Spanje werd als voorbeeld gesteld voor slome hervormers als Italië en Frankrijk.
...

Toen Europa na de crisis van de eurozone in 2012 dringend nood had aan een succesverhaal, werd dat prompt door Spanje aangeleverd. De regering van het land kreeg greep op de kaduke economie, maakte de arbeidsmarkt flexibeler, reorganiseerde en herkapitaliseerde de banken en hakte in het begrotingstekort. De export zwol aan naarmate de concurrentiekracht toenam. De economie begon opnieuw op te bloeien. Privé-investeerders kwamen behoedzaam terug en de leningskosten van de overheid daalden scherp. Eindelijk begon ook de werkloosheid af te nemen. Spanje werd als voorbeeld gesteld voor slome hervormers als Italië en Frankrijk. In 2015 is dat succes meer genuanceerd. De economie groeit opnieuw en zelfs iets sneller dan in 2014. Een goedkopere euro ondersteunt zowel de groei als de handelsbalans door de binnenlandse vraag naar ingevoerde goederen te temperen. Spanje haalt waarschijnlijk de doelstelling om het begrotingstekort te verlagen tot 4,2 procent van het bbp niet en de schuldenlast neemt toe tot meer dan 100 procent van het bbp. Het grote gevaar is echter dat 2014 het hoogtepunt was van de hervormingen. Om op termijn te gedijen, heeft Spanje meer hervormingen nodig, vooral dan in het belastingsysteem, de arbeidsmarkt, de faillissementsprocedures en de bedrijfsregulering. Zelfgenoegzaamheid en een verkiezingsjaar staan dat in de weg. Lokale verkiezingen zijn gepland voor mei en aan het einde van het jaar volgen algemene verkiezingen. De twee partijen die sinds de dood van Franco over Spanje regeerden, de socialisten en de centrumrechtse Partido Popular (PP), die nu aan de macht is, zien hun steun afbrokkelen. Een nieuwe links-populistische beweging die Podemos ('Wij kunnen') gedoopt werd, behaalde amper vier maanden na haar oprichting 54 zetels in het Europees Parlement in mei 2014. In 2015 doet ze het mogelijk nog beter. Maar anderzijds neemt ook de apathie toe. Van een krachtig hervormingsbeleid is voor de verkiezingen geen sprake. Belastingverlaging is al gepland en de nadruk ligt op een actief werkgelegenheidsbeleid om meer mensen aan het werk of in opleiding te krijgen. De PP komt waarschijnlijk met de meeste stemmen uit de algemene verkiezingen, maar dat is onvoldoende om alleen te regeren. Er moet dus een alliantie komen aan de rechter- of de linkerzijde. De andere politieke afspraak met het lot in 2015 betreft de Catalaanse onafhankelijkheid. Tijdens de crisis groeide het enthousiasme voor de afscheiding in het rijke, industriële Catalonië. Opiniepeilingen wijzen uit dat de Catalanen vastbesloten zijn om zeggenschap te veroveren, al kan een referendum wellicht meer stemmen opleveren voor de overdracht van meer bevoegdheden uit Madrid dan voor onomwonden onafhankelijkheid. Mariano Rajoy, de Spaanse premier, is minder inschikkelijk dan de Britten ten opzichte van de Schotten waren. Hij ontzegt de Catalanen het referendum over onafhankelijkheid dat hun premier Artur Mas beloofd heeft. Verwacht wordt dat Mas vervroegde regionale verkiezingen uitschrijft en die gebruikt als een volksraadpleging. Intussen groeit de Catalaanse frustratie. Met een beetje geluk is een nationale regering die snugger genoeg is om de economie weer op het rechte pad te helpen, ook voldoende schrander om onderhandelingen te beginnen over de overdracht van bevoegdheden aan Catalonië. Maar daarvoor is geld nodig en dat heeft ze niet. Zulke onderhandelingen kunnen jaren aanslepen. 2015 wordt een stuk woeliger op politiek dan op economisch gebied. De auteur is redacteur Europese economie van The Economist.MERRIL STEVENSON