Veel ministers van Justitie wilden hun departement moderniseren. Er is er slechts een die een aan de gang zijnde modernisering heeft geblokkeerd: Laurette Onkelinx (PS). Ze trok de stekker uit het Phenixpoject.
...

Veel ministers van Justitie wilden hun departement moderniseren. Er is er slechts een die een aan de gang zijnde modernisering heeft geblokkeerd: Laurette Onkelinx (PS). Ze trok de stekker uit het Phenixpoject. Haar voorganger, Marc Verwilghen (Open VLD), had deze doorgedreven informatisering op de sporen gezet. Hij kreeg - door gebrek aan steun binnen de regering en zijn eigen partij - onvoldoende middelen om die snelheid te geven. De oorzaak van het Phenixfalen in de schoenen schuiven van Verwilghen, zoals Onkelinx vorige week deed, gaat dus niet op. Zij had wél voldoende politiek gewicht om Phenix te implementeren. Het eerste wat ze deed, was een consortium rond Dolmen aan de deur zetten, waardoor het moderniseringsproces voor de eerste keer werd gestremd. In kabinetskringen wijt men de mislukking aan de corporatistische magistratuur, die elke hervorming blokkeert. Uiteraard was er rechterlijke tegenwerking, vooral ten zuiden van het land omdat de werklast meetbaar en niet meer te manipuleren zou zijn. Phenix werd echter enthousiast gesteund door de top van de magistratuur en de federale overheidsdienst Justitie. Corporatisme bestaat trouwens overal en kan worden bestreden. Het leger is ook een gesloten korps en kent toch een grondige herstructurering. Het elitekorps bij uitstek was de rijkswacht, en die werd zelfs afgeschaft. De minister probeert privépartner Unisys als oorzaak van de mislukking aan te duiden, en misschien is dat deels terecht. Maar de contractuele aansprakelijkheid sluit de ministeriële verantwoordelijkheid niet uit. In oktober 2005 onderhandelde de minister opnieuw met Unisys. Toen had ze de mislukking nog kunnen en moeten bijsturen. Toen we twee jaar geleden betwijfelden of Phenix wel haar prioriteit was, bestempelde de (toen) 'machtigste vrouw van België' het als "een extreem belangrijk project" dat tot een revolutie zou leiden, met als doel een "transparanter, efficiënter, sneller, toegankelijker en moderner gerecht". Had Onkelinx dit ene dossier gerealiseerd, dan was ze na Herman Vanderpoorten de eerste minister van Justitie die haar plaats in de parlementaire geschiedenisboekjes verdient. Het enige wat ze moest doen was het moderniseringsproces sturen, daar moest ze zelfs geen briljant jurist voor zijn. Alleen een goede manager. 'Heeft Justitie nog een minister', blokletterde Trends in november 2005, nadat duidelijk bleek dat Phenix ging mislukken. We kwamen tot het besluit dat er geen politieke wil was om de modernisering door te voeren. Misschien hadden we het fout. Het Phenixdebacle toont aan dat Laurette Onkelinx het gewoon niet kan. En eigenlijk heeft ze daarmee bewezen dat ze ongeschikt is als minister tout court. Door het mislukken van deze hervorming en de invoering van allerhande emo- en snelwetten (de verzwakking van het beslagrecht en de collectieve schuldenregeling, de strafuitvoeringsrechtbanken, de uitholling van het jeugdsanctierecht, het antidiscriminatiewet, en eventueel nog de verplichte rechtsbijstandverzekering) laat Onkelinx Justitie zwaar gehavend achter. Haar opvolger moet een reparatieminister zijn, die liefst weinig eigen initiatieven neemt. Zijn taak: het puin ruimen dat deze regering heeft achtergelaten. Hans Brockmans