Zijn Luc De Bruyckere en Johan Mussche, allebei Manager van het Jaar, deerniswekkend? Neen. Dat is wel de stelling van De Standaard van 26 maart 1999.
...

Zijn Luc De Bruyckere en Johan Mussche, allebei Manager van het Jaar, deerniswekkend? Neen. Dat is wel de stelling van De Standaard van 26 maart 1999. Een Manager van het Jaar heeft niet de gave van de onfeilbaarheid. Dat beweren niet zijn kiezers, en evenmin Trends, dat in december 1998 voor de veertiende maal opnieuw vijf kandidaten voorstelde. Hij/zij hoeft zelfs die gave van onfeilbaarheid niet te hebben. We kiezen geen Superman of Supervrouw. De Manager mag struikelen en zal door de maalstroom waarop het zakenleven - vandaag meer dan ooit - slingert voorspelbaar struikelen. Een Manager heeft minstens het talent van de weerbaarheid. John Cordier, de eerste Manager van het Jaar (1985), is geen grammetje beschadigd door de kwade tijd van Telindus, enkele jaren na zijn uitverkiezing. John Cordier heeft zonder nonsens en zonder frustraties, door zijn werklust en het geloof in zijn mensen en zichzelf de inzinking overwonnen. Hij werd sterker, internationaler en welvarender. Zonder een herboren John Cordier geen Mobistar, een kanjer van een zaak. Voor Johan Mussche en Luc De Bruyckere zal de zakelijke ontwikkeling eveneens zo verlopen. Na de opdoffer, een nieuwe klim. Het is een gezelschapsspel op recepties, bij vriendenborrels en soms in dagbladen die kwaliteitskranten heten te zijn, naar aanleiding van de tegenvallende ontwikkelingen bij bijvoorbeeld Spector (Johan Mussche) en Ter Beke (Luc De Bruyckere), Managers van het Jaar te besprenkelen met vitriool. Erg menselijk is deze reactie, maar ook onnozel. Erg voorspelbaar is deze reactie bovendien in Vlaanderen, want volwassen omgaan met mensen die hun hoofd uitsteken boven het maaiveld is hier moeilijk. Vlamingen reageren door hun historische achterstelling dikwijls als plebejers; benepenheid blijft voor hen de norm, wie meer wil en waard is dan doordeweeksheid krijgt kritiek. Meestal, ook zo'n Vlaams gebruik, achter de rug. Elke Manager excelleert in het jaar en de jaren voor hij gekozen wordt. De redactie en de externe juryleden - onder meer de bestuursleden van de Vlaamse Management Associatie - doen hun huiswerk. De grote abonneegroep die kiest tussen de vijf kandidaten doet dat op basis van cijfers, haar kennis van het zakenleven en intuïtie. Elke keuze in de voorbije veertien jaar was in de eerste plaats een prachtige momentopname en in de tweede plaats een terechte eerbetuiging voor mensen die meer spannende en soms ronduit gevaarlijke beslissingen moeten nemen op één maand, dan een journalist(e) in zijn/haar hele leven. Johan Mussche heeft een familiezaak van 8 miljard frank omzet in strak tempo geleid naar een Europese onderneming met 30 miljard frank omzet. Hij moest, en dat weten al zijn bestuurders en de beleggers in Spector, daarvoor zichzelf en zijn managementstructuur uitrekken tot tegen de grenzen van de gevarenzone. Maar, beter een vent met een stevig hoofd die dat aandurft en er zich zal doorslaan, dan een bangerik die tot aan zijn dood kmo'ertje is.Luc De Bruyckere heeft een bocht genomen in 1994. De traditionele kwaliteitsproducten van Ter Beke gaven onvoldoende hefboom voor de toekomst. Dat niet elk van zijn overnames een bloeiende roos werd, kan niemand verbazen. De vleeswaren en de kant-en-klare maaltijden zijn modegebonden, gekoppeld aan percepties van het publiek over hygiëne en gezondheid en branches met internationale spelers. Moest Ter Beke de zoveelste routine-kmo blijven? In een Vlaanderen dat zweert bij het kleinbedrijf hebben Johan Mussche en Luc De Bruyckere vandaag op meer recht dan puberale woorden.Luc Vansteenkiste is geen Manager van het Jaar, hij heeft er wel de stof voor. Een kwarteeuw werkt hij bij Recticel (voor koppensnellers was hij goud, maar hij bleef tegen beter weten in) en de jongste acht jaar heeft hij zich volledig gegeven om het kwakkelende bedrijf te redden en een Europese mininational te bouwen. Dat lukt (zie omslagverhaal, blz. 36). Wie die story leest, weet wat ondernemen is. Hoe ondernemen te maken heeft met cijfers, met rede, maar evenzeer met geloof, hoop en liefde. Waarom wordt een Manager van het Jaar gekozen? Om ijdelheden te strelen, om een schitterende receptie te organiseren waar de fine fleur uit noord en zuid massaal wil zijn, om een blad te promoten? IJdeltuiten vinden voldoende spiegels, recepties met allure zijn er nog, dit blad hoeft zich niet te bewijzen met de reputatie van anderen. Een Manager van het Jaar is zinvol als manifestatie. Precies hier, precies bij de Vlaamse mensen die een haat-liefdeverhouding hebben met macht - zij weze financieel en economisch -, met aanzien, met visie, met internationale zwier. Managers van het Jaar zijn kompassen voor een betere economie, voor meer welvaart, voor meer burgerzin. Verklap ik een geheim met aan te stippen dat de helft van de Managers de nominatie terughoudend aanvaardt? Alle Managers weten dat hun directieteam, hun medewerkers, hun klanten zo zwaar wegen voor het succes van de onderneming als de rol die zijzelf spelen. Iedereen die werd uitverkozen, ook de meest tegenstribbelde ondernemer, heeft toch ja gezegd. Om te getuigen voor het zakendoen als roeping. Dat is de kern van het feest. FRANS CROLS