De kustgemeente Koksijde en de eigenaars van een tweede verblijf daar zijn al jaren verwikkeld in een juridische strijd. De eigenaars betalen niet alleen de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing -- zoals andere eigenaars-inwoners van de gemeente -- maar ook een gemeentebelasting van enkele honderden euro's op hun tweede verblijf. De gemeente Koksijde argumenteert dat de eigenaars van een tweede verblijf geen gemeentelijke opcentiemen op de personenbelasting betalen -- Koksijde is een van de weinige gemeenten die 0 procent gemeentebelasting toepass...

De kustgemeente Koksijde en de eigenaars van een tweede verblijf daar zijn al jaren verwikkeld in een juridische strijd. De eigenaars betalen niet alleen de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing -- zoals andere eigenaars-inwoners van de gemeente -- maar ook een gemeentebelasting van enkele honderden euro's op hun tweede verblijf. De gemeente Koksijde argumenteert dat de eigenaars van een tweede verblijf geen gemeentelijke opcentiemen op de personenbelasting betalen -- Koksijde is een van de weinige gemeenten die 0 procent gemeentebelasting toepassen -- terwijl ze toch mee profiteren van de gemeentelijke nutsvoorzieningen zoals de ophaling van vuilnis en de bibliotheek. De procedure voor de rechtbank werd enkele jaren geleden ingezet met een eis om de gemeentebelasting op tweede verblijven met betrekking tot het aanslagjaar 2007 nietig te laten verklaren. In twee arresten van 12 maart 2013 en 16 april 2013 oordeelde het Gentse hof van beroep dat die belasting in strijd is met het grondwettelijk gewaarborgd gelijkheidsbeginsel. De gemeente Kok-sijde maakt volgens het hof een discriminerend onderscheid tussen de vaste inwoners van de gemeente -- die geen belasting op tweede verblijven hoeven te betalen -- en mensen die een tweede verblijf hebben in Koksijde maar er niet permanent wonen. De gemeente Kok-sijde is tegen deze uitspraken in cassatieberoep gegaan. Het Hof van Cassatie beslechtte die procedure op 3 september 2015 in het nadeel van Koksijde. De uitspraken van het hof bevestigen dus dat de gemeentebelasting op tweede verblijven in Koksijde met betrekking tot het aanslagjaar 2007 onwettig is en nietig moet worden verklaard. Dat betekent evenwel niet dat elke eigenaar van een tweede verblijf in Kok-sijde de ten onrechte betaalde belasting op een tweede verblijf kan terugvorderen. Dat is enkel het geval voor eigenaars die tijdig een vordering hebben ingediend tegen de gemeentebelasting met betrekking tot het aanslagjaar 2007. Eigenaars die niet de juiste procedure hebben gevolgd, blijven dus in de kou staan. De gemeente Koksijde heeft bovendien haar belastingreglement op tweede verblijven aangepast. Ze hanteert nu andere argumenten om de extra belasting toch te kunnen heffen. Natuurlijk hebben de recente uitspraken van het Hof van Cassatie een belangrijke precedentswaarde voor de andere kustgemeenten die geen aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting toepassen en toch een belasting op tweede verblijven innen. Het gaat meer bepaald om de badplaatsen De Panne en Knokke. Met het arrest van het Hof van Cassatie kunnen de eigenaars van een tweede verblijf in Knokke en De Panne een bezwaar indienen tegen de tweedeverblijftaks daar, op voorwaarde dat ze een onwettig onderscheid maken tussen de eigen inwoners en de niet-inwoners/ eigenaars van een tweede verblijf. JOHAN STEENACKERS