De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.be
...

De auteur is hoofddocent aan de Universiteit Gent en partner van de Vlerick Leuven Gent Management School. Reacties: marc.buelens@trends.be Waarschijnlijk vertel ik u weinig nieuws als ik u meld dat het meeste onderzoek in management van bedroevend lage kwaliteit is. Ofwel kent de onderzoeker niets van management en alles van onderzoeksmethodologie (de typische situatie van een 25-jarige doctoraalstudent), ofwel kent hij heel veel van management maar bitter weinig van onderzoeksmethodologie (de typische situatie van een consultant). De combinatie van diep inzicht in management en grondige kennis van onderzoeksmethodologie is zeer uitzonderlijk, want én duur én uiterst moeilijk. Wetenschappelijk onderzoek op het allerhoogste niveau is zoals koken in een driesterrenrestaurant: er kunnen tientallen dingen fout gaan. De vraag: maakt management het verschil? Toch is de krachttoer gepresteerd. En ere wie ere toekomt. London School of Economics en McKinsey hebben de krachten gebundeld en een onderzoek gedaan dat verplichte lectuur zou moeten zijn voor alle overambitieuze researchers in spe. De onderzoeksvraag was even eenvoudig als essentieel: maakt management wel een verschil? Als je de pers er op naleest, zie je vooral pleidooien om het economische beleid te veranderen, het exportbeleid aan te passen en de loonkosten te verlagen, of de bevolking langer actief te houden. Maar hoeveel draagt management bij tot economisch succes? Veronderstel dat dit 0,5 % zou zijn. Dan zou je als overheid best niet te veel ondernemen om goed management te stimuleren. Dan blijf je best bij je economisch stimuleringspalet. Maar veronderstel dat het 15 % of 25 % zou zijn. Dan zou je waarschijnlijk best managementontwikkeling steunen, en dat zou een totaal ander pakket begeleidingsmaatregelen veronderstellen. Theoretisch is de vraag ook belangwekkend. Er is namelijk een sterke stroming in het managementonderzoek die stelt dat tradities, landen, culturen, maatschappelijke instituties enzovoort veel belangrijker zijn dan management. De onderzoekers vergeleken de resultaten van meer dan 700 middelgrote productiebedrijven in vier landen: de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland. De managementgegevens werden per telefoon verzameld, double blind, zoals bij de betere medische experimenten. Interviewer noch geïnterviewde kon vermoeden wanneer het plaatje zou kloppen. De economische resultaten werden via een andere, onafhankelijke weg, verzameld. Door overal middelgrote productiebedrijven te bestuderen werd een hele reeks factoren constant gehouden. Door twee landen in de steekproef op te nemen die niet bepaald 'Angelsaksisch' zijn, konden de onderzoekers de kritiek vermijden dat ze eigenlijk onderzochten in welke mate de bedrijven het Angelsaksische model volgen. Het superieure aan het onderzoek is dat de methodologische verfijningen naadloos aansluiten bij wat McKinsey uit jarenlange ervaring weet wat goed management is. Het antwoord: 'Ja'. De resultaten zijn overduidelijk. Ook binnen Frankrijk en Duitsland waren alle resultaten van de beter gemanagede bedrijven superieur: groter marktaandeel, hogere winstgevendheid, betere productiviteit. Al te schematiserend kan je de resultaten als volgt samenvatten: slecht management kost je 10 %, goed management brengt je 10 % op. Dat zijn ongehoorde effecten! Een slecht geleid bedrijf heeft dan bijvoorbeeld 20 % meer mensen nodig dan een goed geleid bedrijf! De auteurs blijven wetenschappelijk zeer voorzichtig. Nergens, zo stellen ze uitdrukkelijk, hebben we een oorzakelijk verband aangetoond. Goed management en degelijke resultaten gaan gewoonweg hand in hand. Het zou natuurlijk altijd kunnen dat betere resultaten (bijvoorbeeld door de structuren van de kapitaalmarkten) meer speelruimte bieden en dat net daardoor 'beter' management mogelijk wordt. Laat de resultaten, om welke reden dan ook, achteruitboeren, en je zult slechter management krijgen. Deze voorzichtigheid siert de auteurs, maar net zoals niet velen nog zullen beweren dat de aanleg tot longkanker rookgedrag veroorzaakt, moet je al zeer koppig zijn om na alle evidentie te blijven beweren dat goede resultaten goed management veroorzaken. Het is wel degelijk omgekeerd. "Dat zal vonken geven."De studie is uiteraard beperkt tot één sector. Net de sector waar de Japanse managementmethoden in het verleden al bewezen hadden zeer effectief te zijn. Als deze studie echter, zoals de auteurs zelf aangeven, herhaald kan worden in andere sectoren, vooral in de dienstensector, dan kunnen we echt spreken van een doorbraakonderzoek. Dan kan de overheid eens heel rustig zijn beleid herbekijken. Dan is elke euro geïnvesteerd in opleiding, begeleiding en opvolging van managers, goud waard. Dan moet de overheid kwaliteitssystemen bevorderen, een degelijk personeelsbeleid uitwerken, helpen met de ontwikkeling van goede boordinstrumenten enzovoort. En dan zien we één sector die met kop en schouders boven al de rest uitsteekt om de managementcultuur te versterken. De overheid kan dan een nieuw beleid in de eerste plaats op zichzelf gaan toepassen. Dat zal vonken geven. Ik vermoed dat McKinsey dan graag een handje zal helpen. En misschien zal zelfs The London School of Economics dit wondere fenomeen komen bestuderen. En dan halen we nog eens de wereldpers. Marc Buelens