Dat blijkt uit de Global Entrepreneurship Monitor ( GEM), een wereldwijd initiatief van het Babson College en de London Business School. GEM polste voor de derde keer naar het ondernemerschap in verschillende landen. In 2001 passeerden 29 landen de revue, in 1999 en 2000 waren dat er tien en 21 landen. De verwerking van de Belgische gegevens wordt voor de tweede keer verzorgd door zes onderzoekers van de Vlerick Leuven Gent Management School onder leiding van professor Sophie Manigart. Het team van Manigart is volop bezig het Belgische luik verder uit te diepen en de resultaten worden verwacht in het voorjaar.
...

Dat blijkt uit de Global Entrepreneurship Monitor ( GEM), een wereldwijd initiatief van het Babson College en de London Business School. GEM polste voor de derde keer naar het ondernemerschap in verschillende landen. In 2001 passeerden 29 landen de revue, in 1999 en 2000 waren dat er tien en 21 landen. De verwerking van de Belgische gegevens wordt voor de tweede keer verzorgd door zes onderzoekers van de Vlerick Leuven Gent Management School onder leiding van professor Sophie Manigart. Het team van Manigart is volop bezig het Belgische luik verder uit te diepen en de resultaten worden verwacht in het voorjaar. In de 29 onderzochte landen houdt ongeveer 10% of zo'n 150 miljoen mensen van de actieve beroepsbevolking - 1,4 miljard personen met een leeftijd tussen twintig en 64 jaar - zich in zijn carrière bezig met het opstarten of uitbouwen van een nieuwe zaak. Gemiddeld 6,5% van deze ondernemers neemt het risico een eigen zaak te starten omdat er zich een unieke kans in de markt voordoet ( opportunity entrepreneurship). Een minderheid, gemiddeld 2,5%, neemt het risico alleen omdat het de enige of best beschikbare oplossing is ( necessity entrepreneurship). Naast het oprichten of uitbreiden van een nieuwe zaak beschouwt de GEM-studie tevens de privé-investeringen van friends, fools and family en business angels als een onderdeel van het totale ondernemerschap van een land. In de 29 landen nam 3% van de volwassen actieve bevolking het initiatief om privé-gelden in andermans start-up te investeren. Dank u, papaIn België was 4,6% van de actieve bevolking betrokken bij de oprichting van een onderneming of als stakeholder (manager, mede-oprichter...) werkzaam in een onderneming met een levensduur van minder dan drie jaar. Vorig jaar bedroeg die ratio slechts 2,4%, maar, verduidelijkt Manigart: "De cijfers zijn moeilijk te vergelijken omdat de berekeningsmethode is verfijnd. Belangrijker is om de relatieve positie van België ten opzichte van de andere landen te evalueren." En die positie is miserabel (zie grafiek: Ondernemende volkeren). België is het minst ondernemende land en staat in schril contrast met koploper Mexico, dat een ratio van ongeveer 18% behaalt. Positief nieuws komt uit de hoek van de informele investeerders. Het aantal personen dat persoonlijk kapitaal uittrok voor een startende onderneming steeg van 1% naar 2%. Rudy Aernoudt, hoofdbestuurder bij de Europese Commissie en voormalig bijzonder raadgever van de voorzitter van de Industrieraad van de Europese Unie, bemerkt hierbij het volgende: "Door de terugtrekking van de banken op de financieringsmarkt voor starters ontstond er een grotere nood aan financiering door aanverwanten. Financiering door banken is niet opgenomen in het totale ondernemerschap van een land, de geldvoorziening door privé-personen wel. De ratio voor België is dus opgetrokken door deze vorm van kapitaalvoorziening. Anders waren we misschien nog dieper weggezakt in de statistieken." Belangrijk is het verschil tussen opportunity en necessity in België. Eén op dertig ondernemers startte zijn zaak omdat hij een opportuniteit in de markt zag. Algemeen gezien wordt hier een gemiddelde score van één op vijftien behaald. Eén op 125 werkende Belgen zag geen betere uitweg dan een eigen zaak te starten of nam het risico dus uit noodzaak. Ook hier scoort België lager dan het gemiddelde van één op veertig. De onderzoekers schuiven de volgende oorzaak naar voren: het sterke Belgische sociale vangnet. Hun verklaring staat haaks op de visie van Paul De Grauwe, professor Economie aan de KU Leuven, die in Knack onlangs stelde dat mensen vaak meer risico's durven te nemen als er een sociaal vangnet bestaat. Aernoudt deelt die mening niet: "In België leven we in een sociaal paradijs. Waarom zou je iets ondernemen om te overleven? Het lage ondernemerschap is een negatief gevolg van ons sociaal welvaartssysteem."Waarom de Belg niet onderneemtHet is niet de eerste keer dat het Belgische ondernemerschap in vraag wordt gesteld. Een studie uitgevoerd door Bain & Cie in opdracht van het Verbond van Belgische Ondernemingen ( VBO) legde al enkele groeihindernissen bloot (zie Trends, 7 juni 2001). Hoe kan een welvarend land als België zo weinig ondernemend zijn? Onze open economie met veel internationale handel en buitenlandse investeringen wordt in de GEM-studie aangehaald als een van de verklaringen. Moeilijke toegang tot financiering en het sterke sociale vangnet worden eveneens als belangrijke knelpunten naar voren geschoven. Maar ook ons internationaal gelauwerde Belgisch onderwijs wordt met de vinger gewezen. Te veel informatie en te weinig creativiteit, luidt het verdict.Een niet te ontkennen probleem ligt in onze mentaliteit. "Ondernemen wordt in België als iets vies beschouwd," zegt Herman De Bode, managing partner van de adviesfirma McKinsey in Brussel. "Als je in België geld verdient door risico te nemen, word je al gauw scheef bekeken. In andere landen word je dan als succesvol beschouwd." Vooral voor ondernemers die een eerste keer falen, kent de publieke opinie weinig genade. Aernoudt: "Wie faalt in België, krijgt zelden een tweede kans. Probeer na een faillissement maar eens een krediet bij de bank los te peuteren. In Amerika bestaan er zelfs risicokapitaalfondsen die alleen maar investeren in ondernemers die ervaring met (niet frauduleuze) faillissementen hebben. Maar de ondernemer in België die succes kent, wordt dan weer zwaar belast. In dit land mag een ondernemer succes kennen noch falen." Met de belastingdruk komen we aan het laatste grote Belgische obstakel voor potentiële ondernemers: de overheid. Consistentie in wetten en reglementen, administratieve vereenvoudigingen, lagere belastingen en werknemerslasten... Het zou de Belgische ondernemers een duw in de rug geven. Aernoudt: "Als België geen langetermijnstrategie uitstippelt voor het creëren van een goed ondernemersklimaat, riskeren we een lagere groei, lagere welvaart en hogere werkloosheid dan de andere Europese landen."An Goovaerts"Wie faalt in België, krijgt zelden een tweede kans. Maar een ondernemer die succes kent, wordt zwaar belast."[Rudy Aernoudt, Europese Commissie]