Op maandag 24 september stelt Start-Up Chile zich voor aan het Belgische publiek in Leuven. Inschrijven via www.startupchile.be
...

Op maandag 24 september stelt Start-Up Chile zich voor aan het Belgische publiek in Leuven. Inschrijven via www.startupchile.be Santiago de Chile is een grote, veilige en relatief rijke stad tussen de Stille Oceaan en de zuidelijke Andes. Maar ze staat niet op de radar van de nieuwe generatie startende Belgische ondernemers, in tegenstelling tot Silicon Valley, New York of Londen. Maar de Belgische internetondernemer Peter-Jan Celis startte er wel zijn arbitragebedrijfje. Als beloning kreeg hij van de Chileense staat 40.000 dollar subsidies en een tijdelijk visum. "Voor wie graag organisch groeit en niet meteen in het groeiverhaal van durfkapitalisten wil stappen, is dit echt een goede keuze", vertelt hij. De Chileense centrumrechtse regering van president Sebastian Pinera kwam met Start-Up Chile net na een aardbeving en de beruchte mijnramp in 2010. Het miljoenenprogramma is gericht op het aantrekken van buitenlandse ondernemers. Het idee was even simpel als controversieel: nodig beginnende ondernemers van over de hele wereld uit in Chili, geef hun elk 40.000 dollar en laat hen in ruil projecten opzetten om de slabakkende Chileense ondernemerschapsmentaliteit aan te wakkeren. "De overheid stond open voor de idee van ondernemerschap", zegt Horacio Melo, die aan het hoofd staat van het project. "De bedoeling was via een startschotsubsidie buitenlanders Chili te leren kennen. Tegelijk komen de Chilenen in contact met ondernemers en ondernemerschap. Een win-winsituatie dus." Het was een berekend risico, volgens Melo. "Na alle miljarden die waren uitgegeven aan de nasleep van de aardbeving, leek het eerste jaarbudget van 1 miljoen dollar voor Start-Up Chile-programma tamelijk goedkoop." Toen het proefproject succesvol bleek, werd het budget opgetrokken en kwamen nog meer ondernemers naar Chili. Een van de buitenlanders die mee op de kar sprongen, was Peter-Jan Celis. De 25-jarige handelsingenieur uit Oud-Heverlee nam in 2011 deel aan de tweede ronde van het programma. Hij werd geselecteerd, kreeg een visum en een cheque van 40.000 dollar en pakte zijn koffers. Zijn bedrijfsidee was Judge.me, een online-arbitragebedrijf gebaseerd op decennia oude VN-wetgeving. Celis wilde in rechtsgeschillen private arbitrage aanbieden, in de plaats van de zaak voor de rechtbank te brengen. Dat is mogelijk en wettelijk als de betrokken partijen het erover eens zijn. "Ik heb een libertaire overtuiging en geloof sterk in de vrije markt", zegt Celis. "Uit het verleden wist ik dat het theoretisch mogelijk was private arbitrage te laten erkennen. Maar in de praktijk bestond het nog amper." En dus ging Celis in Chili aan de slag. "De deal was te goed om te laten liggen", zegt hij. "Met die 40.000 dollar kon ik zes maanden zonder zorgen tijd spenderen aan de uitbouw van mijn bedrijf." Een jaar later en zijn Chileense ervaring rijker staat het bedrijfje op poten. Voor 299 dollar kan je bij hem een private arbiter aanstellen voor het oplossen van handels- en andere contractuele geschillen. Door koudwatervrees bij klanten blijven de grote omzetcijfers voorlopig uit, zegt Celis. Maar door de inbreng van Start-Up Chile is Judge.me wel winstgevend. Hij ziet het Start-Up Chile-model dan ook als iets positiefs. "Eigenlijk is het Chileense model een goed alternatief voor het Silicon Valley-model van agressieve groei", zegt Celis. "Met de startschotsubsidie van Start-Up Chile kan je als bedrijf rustiger groeien." Bij het Amerikaanse Silicon Valley-model heb je durfkapitaal nodig om exponentiële inkomsten te genereren. "Nu heb je dus twee modellen, en dat is best gezond", zegt Celis. Ook in verloning is het Chileense model interessant, vindt Celis. "Zo krijg je geen opgeblazen lonen voor de stichters en de eerste werknemers", zegt hij. Maar Celis heeft ook kritiek: "Ondanks zijn nobele bedoelingen blijft het toch in de eerste plaats een overheidsprogramma, en dat heeft zo zijn mankementen." "Je moet je kosten dan wel bewijzen", vertelt hij. "Maar ik ken er een paar die het programma veeleer als een goedkope wereldreis zagen dan als een duwtje in de rug voor hun onderneming." Een externe aandeelhouder is in dat geval beter om de concentratie scherp te houden, denkt Celis. Aan de inventiviteit van de initiatiefnemers van het staatsprogramma ligt dat alvast niet. Elke deelnemer moet behalve zijn project ook een soort sociaal werk doen als wederdienst. Celis nam bijvoorbeeld een Chileense stagiair aan, en woonde als spreker ondernemersconferenties bij. Het is een essentieel onderdeel van het programma, zegt Horacio Melo. "We zijn op zoek naar ondernemers die echt wat willen teruggeven aan ons land. We geven hun geld, en we verwachten dat ze in ruil daarvoor onze maatschappij ondersteunen." Dat Celis en veel anderen na hun zes maanden het land weer verlaten, stoort Melo niet. "We willen niet dat mensen enkel op Chili focussen met hun bedrijf. Je moet je ook op andere markten richten." Na drie jaar is de balans voor Melo dan ook positief. De start-ups die het programma steunde, haalden tot nog toe 13 miljoen dollar op in de privékapitaalmarkt. Ruim een vierde van de bedrijven blijft ook actief in Chili, en een op de zes heeft er zijn hoofdzetel. Maar het belangrijkste resultaat is volgens Melo het toegenomen ondernemerschap bij de Chilenen. "In de tweede ronde was slechts 10 procent van de kandidaten Chileens, op een totaal van 500. In de net afgelopen vierde ronde waren het er 40 procent op een totaal van 1500." Dat betekent volgens Melo twee dingen: ten eerste wordt Start-Up Chile populairder overal ter wereld, en ten tweede zijn meer Chilenen geïnteresseerd om ondernemer te worden. En wat met de Belgische kandidaten? "We hebben normaal toch vijf à tien kandidaten uit België", zegt Melo. "Maar de vorige keer was er wel geen enkele Belgische winnaar."PETER VANHAM"Het Chileense model is een goed alternatief voor het Silicon Valley-model van agressieve groei" Peter-Jan Celis