De tweede editie van de Brussels Biennale focust op de neoklassieke architectuur van de hoofdstad. Hoewel die op het eerste gezicht minder bekend is, voert het programma naar heel wat opmerkelijke gebouwen. Een van de bekendste is het Paleis der Nati...

De tweede editie van de Brussels Biennale focust op de neoklassieke architectuur van de hoofdstad. Hoewel die op het eerste gezicht minder bekend is, voert het programma naar heel wat opmerkelijke gebouwen. Een van de bekendste is het Paleis der Natie, de zetel van het federaal parlement. Ook de daartegenover gelegen Cercle Gaulois, die deel uitmaakt van de Vauxhall, het achttiende-eeuwse lustoord voor de Brusselse burgerij, is opgetrokken in die stijl. Iets verderop is de Sint-Jacob-op-de-Coudenbergkerk, met haar impressionante zuilen en fronton, een andere neoklassieke blikvanger, naast de Koninklijke Kapel, die nu de protestantse kerk huisvest. Behalve die officiële gebouwen krijgen de bezoekers tijdens de biënnale ook toegang tot plekken die anders gesloten zijn voor het publiek. Vlak bij het kerkhof van Laken is het atelier van de funeraire beeldhouwer Ernest Salu geopend en in de Europese wijk kunt u ontdekken waar schilder, theosoof en mecenas Marcel Hastir werkte. In Schaarbeek doet het voormalige landhuis van de rijke lakenhandelaar Charles-Louis Eenens de deuren open. Daarin is La Maison des Arts gevestigd, dat tijdelijke tentoonstellingen organiseert.