Het kunstenaarskoppel Olivier Strebelle en Gurmit Kaur betrekt de eerste woning die André Jacqmain, samen met Victor Mulpas en Jules Wabbes, kort na het einde van de tweede wereldoorlog ontworpen heeft. Licht en ruimte bepalen het interieur : zoals in open lucht.
...

Het kunstenaarskoppel Olivier Strebelle en Gurmit Kaur betrekt de eerste woning die André Jacqmain, samen met Victor Mulpas en Jules Wabbes, kort na het einde van de tweede wereldoorlog ontworpen heeft. Licht en ruimte bepalen het interieur : zoals in open lucht.TEKST : SERGE VANMAERCKE / FOTO'S : JAN VERLINDE Het bezoek heeft iets van een ritueel : om het huis te bereiken, moet men hoogte winnen via een klimpad en komt men voorbij de woning van de buren, een bewoond atelier, getekend door Claude Strebelle, de broer van Olivier. De voortuin van het huis van Olivier Strebelle doet ons meteen wegdromen naar het Verre Oosten. Wat ook niet verwonderlijk is, aangezien de stenen die ervoor gebruikt werden, afkomstig zijn van het Japans paviljoen voor de Wereldtentoonstelling van 1958 in Brussel. Het land van de rijzende zon levert dus zowel materie als inspiratie. Allesis goed doordacht. Het huis heeft iets intelligents, sensueels ook, in al zijn (gesofisticeerde) eenvoud. De stenen werden in de straat gemaakt uit de aarde van de plaats zelf. Hele muren werden opgetrokken met afbraakmateriaal van de omheiningsmuren van het kerkhof van Ukkel. De grond kostte toen amper 30 frank per vierkante meter.De woning is tegelijk ontroerend en geruststellend. Ze maakt indruk, onderlijnt één en ander met brede halen. Maar bij het betreden lijkt het huis zichzelf helemaal weg te cijferen om de gast in het brandpunt te plaatsen. Plantengroen en het licht dat binnenstroomt door een muur van glastegels geven een gevoel van gewichtloosheid. Het plafond neemt de helling van het dak aan en soms lijkt het als men een kamer betreedt dat men zich gewoon op de grond bevindt. Reeds in 1958 heeft het gerenommeerde tijdschrift Domus (geleid door Alessandro Mendini !) een artikel aan dit bijzondere huis gewijd. Olivier Strebelle : "Toch kan ik dit huis op geen enkele manier catalogeren. Dat is er juist interessant aan. De inrichting is haast in tegenspraak met zijn oorspronkelijke concipiëring. Het huis is weinig functioneel. Alles werd veranderd. Een oude molen in de Ardennen kan men prachtig vinden ; een antieke hoeve sympathiek ; een verdedigingstoren interessant. Maar als u een nieuwe villa bezoekt, kan dat wel eens weinig opwindend zijn. Omdat de dingen meestal in de eerste plaats een functie moeten hebben ! Hier is de werkkamer de eetkamer geworden ; de badkamer doet nu dienst als keuken ; de twee slaapkamers van vroeger werden badkamer en tatami-kamer." Olivier Strebelle was een jongeman van vooraan in de twintig toen hij hier kwam wonen, wat niet belet dat hij de grootste zorg besteedde aan de indeling van het huis. Het oeuvrevan Olivier Strebelle is alomtegenwoordig. In een volgende bijdrage zullen we overigens uitvoerig terugkomen op het werk van de kunstenaar die in België en overal ter wereld waardering geniet. Recente en monumentale werken van zijn hand vinden we aan de Louizalaan in Brussel en in het nieuwe luchthavengebouw van Zaventem. We zullen trouwens ook aandacht besteden aan de juwelen van Gurmit Kaur, buitengewoon sensueel, die hun weg vinden naar de juwelierszaak en de kunstgalerij. Gurmit werd geboren in Panjab en woonde in Singapore. De sculpturen van Olivier Strebelle doen denken aan Reinhoud D'Haese, Tony Park, Pierre Alechinsky en Paul Delvaux. In de gang valt ons oog op werk van Alechinsky naast aquarellen van Gurmit Kaur. We duiken in een lager gelegen ruimte samengesteld uit twee kamers die één zijn waar een hele muur aan de vader gewijd is. Rodolphe Strebelle is hier haast lijfelijk aanwezig met prachtige schilderijen van zijn hand, die Olivier en zijn broers voorstellen. Tegen een belendende muur rust een oude vitrinekast op fragiele Boomse tegels uit gebakken aarde. In de kast zien we een zee van schelpen en koralen die de moeder van Olivier bijeen raapte. "Ik heb veel aan mijn moeder te danken", mijmert Olivier Strebelle. "Zij was een buitengewone vrouw met een sterke wil en een overweldigende generositeit. Zij heeft ons de liefde bijgebracht voor de dingen waarvan ze hield." Vlakbij staat een lieflijke koe in keramiek : een eerste werk van Olivier Strebelle, vervaardigd in 1943. Onder de talrijke voorwerpen in het huis vinden we stenen, vuistbijlen, fossielen, bilboquets (dat zijn balvangertjes of duikelaartjes), dozen, messen en scheden. "In hou van mooi gemaakte dingen", zegt Olivier Strebelle. Hij lijkt ook vooral te houden van het mysterie van het ingepakte, het verpakte ding, de gesloten doos. Gurmit Kaur deelt trouwens die voorkeur. De dingen roepen eerder iets op, dan dat ze zich uitstallen of blootgeven. Vanuit deze kamer vol herinneringen aan vader en moeder vertrekt een licht gewelfde gang die leidt naar het huidige atelier van Olivier Strebelle. Helemaal achteraan, op de werktafel voor het raam, ligt een kostbaar halssieraad van smaragdgroene stenen, gezet met fijne diamanten.In het oudeatelier van Strebelle staat een tafel in Ardens notenhout, waarvan de poten door de kunstenaar gesculpteerd werden. Aan deze tafel, waaraan geregeld gasten aanzitten, hebben mensen als Paul Delvaux, Gio Ponti en Norge plaatsgenomen. Op tafel treffen we vandaag doosjes in keramiek aan, die Strebelle ontwerpt. Dozen die een van de meest kostbare van alle materies volgens de kunstenaar bevatten : lucht. Van hieruit hebben we een buitengewoon zicht op de tuin. In deze tuin heeft het kleinste sprietje gras, het kleinste takje buxus, het kleinste boompje de hand van de zaaier/planter Strebelle gevoeld. "In de tuin zijn we veel dichter bij de bomen, de paddestoelen, de dingen in de natuur waar we van houden. De tuin is het verlengde van het huis. De tuin is een kamer van het huis."Gurmit heeft uit de Verenigde Staten een enorme 19de-eeuwse kast laten overkomen, die haar stempel op de eetkamer drukt. De kast zou toebehoord hebben aan een Amerikaanse wethouder. Een tafelservies dat Olivier Strebelle nog vervaardigd heeft voor Cerabel, een bedrijf dat al lang niet meer bestaat, ligt netjes uitgestald. In het salon treffen we een haard in metaal aan, ontworpen door de meester zelf, eenvoudige bankstellen met kussens in natuurkleuren, een zetel van Tobia Scarpa, een tapijt in bamboe, een lage tafel in blauwe steen, met erbovenop sculpturen en planten, papieren lampen van Isamo Noguchi : alles doet denken aan de natuur en de aarde. Een gang zonder deuren, maar met vensters die uitgeven op de tuin, leidt naar de slaapkamer en een badkamer. De zachte bogen en de ruwe vormen, de zware materie en het vloeibare vormen hier een vreemde harmonie. Al het overbodige is weggelaten in deze kamer om te dromen. De houtkleuren, het wit en zwart : het steekt nederig af tegen de weelde van bladgroen in de tuin. De nieuwe badkamer werd getekend door Bernard Maquet en Strebelle. We zijn rond. Nu moeten we alleen nog de lucht en de aarde doorgronden die het huis omringen. Maar daar zijn we nog jaren zoet mee.Het kunstenaarskoppel Olivier Strebelle en Gurmit Kaur ontvangt vele vrienden/kunstenaars in de eetkamer die een ode aan het licht brengt. Hieronder : doosjes in keramiek van Strebelle.Eetkamer en living vloeien in elkaar over. Objecten en schilderijen als herinnering aan vader en moeder.De sleutelwoorden (oosterse) eenvoud, bedrevenheid en passie worden vertaald in het interieur, in de details, in de tuin.