De laatste wedstrijddag sloeg hij een indrukwekkende 65. Meer had Ernie Els niet nodig om twee weken geleden de Qatar Masters te winnen, een slag beter dan de Zweed Henrik Stenson. Hij sloeg acht birdies en maar één bogey, goed voor een totaalscore van min twaalf en een tweede overwinning op rij na de Dubai Desert Classic, een week eerder.
...

De laatste wedstrijddag sloeg hij een indrukwekkende 65. Meer had Ernie Els niet nodig om twee weken geleden de Qatar Masters te winnen, een slag beter dan de Zweed Henrik Stenson. Hij sloeg acht birdies en maar één bogey, goed voor een totaalscore van min twaalf en een tweede overwinning op rij na de Dubai Desert Classic, een week eerder. Meer had Els niet nodig om zijn derde plaats in de wereld nog wat te versterken. "Eigenlijk is het heel bizar. Ik had zin om een scherpe score te slaan, en het lukte nog ook."Els had die goede score nodig, want hij begon aan het toernooi met een zwakke 73, gevolgd door twee keer 69. Het was dan ook niet bepaald een rustige week voor de Zuid-Afrikaan, die eerst brak met zijn goeroe, de Belg Jos Vanstiphout, maar dan tijdens het toernooi in Qatar opnieuw een beroep op hem deed. "Als er iets is waar ik echt goed in ben, dan is het dat ik heel eerlijk tegen die jongens kan zeggen wat ik van ze denk," lacht Vanstiphout. "Je moet weten dat die kerels altijd en overal worden omringd door mensen die hen voortdurend zeggen dat ze de beste zijn en alles perfect doen. Als ik dan mijn mening geef, dan valt dat niet altijd in goede aarde. Maar het is wel de moeite waard."Tussen Vanstiphout en Els is de sfeer altijd al gespannen geweest. Els begon met de Belg samen te werken na een tip van zijn landgenoot Retief Goossen, en niet alleen omdat hij met Vanstiphout gewoon Afrikaans kon spreken. Tijdens hun eerste werkweek werd Vanstiphout naar verluidt twee keer ontslagen, maar kort daarna won Els de British Open 2002 in Muirfield. "Ernie had een fixatie op Woods," zei Vanstiphout ooit. "Ik moest eerst Tiger uit zijn geest verjagen en hem er daarna van overtuigen dat hij in zichzelf moest geloven."In de Verenigde Staten is het heel gewoon dat topsporters te rade gaan bij psychologen. Tom Kite, Nick Price, John Daly en Davis Love III hebben dat altijd gedaan, terwijl Tiger Woods al op zijn dertiende mental coaching kreeg. "Het mentale aspect bepaalt voor minstens 90 procent het verschil tussen winnen en verliezen," zegt Kite. Sportpsychologen proberen spelers ervan te overtuigen dat alles makkelijk en normaal is, maar dat weten de anciens al. "Ik heb altijd maar aan één ding gedacht: op die bal meppen," zei Bobby Jones, die van 1923 tot 1932 vier keer de US Open won en drie keer de British Open. "Ik concentreerde me op één zaak: mijn back swing zo zacht mogelijk slaan," zei Sam Snead op een mooie dag. Hij had eraan kunnen toevoegen: " Keep it simple stupid". Maar dat willen de goeroes van de hedendaagse spelers ook niet meer horen. John Baete