Australië staat met de Olympische Spelen momenteel in het middelpunt van de sportieve belangstelling. Arbeidsmarktexperts wereldwijd volgen dit land al sinds enkele jaren met meer dan gewone interesse. Met reden. In 1997 nam de nieuw aangetreden conservatieve regering een opmerkelijke beslissing. Besloten werd om het bestaand arbeidsmarktbeleid volledig af te schaffen en te starten met een totaal nieuw concept. Het spreekt vanzelf dat een grote onvrede met het bestaande beleid de belangrijkste reden was voor deze omwenteling. Wat waren de belangrijkste kenmerken van deze hervorming?
...

Australië staat met de Olympische Spelen momenteel in het middelpunt van de sportieve belangstelling. Arbeidsmarktexperts wereldwijd volgen dit land al sinds enkele jaren met meer dan gewone interesse. Met reden. In 1997 nam de nieuw aangetreden conservatieve regering een opmerkelijke beslissing. Besloten werd om het bestaand arbeidsmarktbeleid volledig af te schaffen en te starten met een totaal nieuw concept. Het spreekt vanzelf dat een grote onvrede met het bestaande beleid de belangrijkste reden was voor deze omwenteling. Wat waren de belangrijkste kenmerken van deze hervorming?Kenmerken.De bestaande arbeidsvoorzieningsorganisatie, de Commonwealth Employment Service ( CES), alias de Australische VDAB, werd afgeschaft. De uitvoering van het arbeidsmarktbeleid zou via een openbare aanbestedingsprocedure worden overgelaten aan Job Network, een verzameling van niet gouvernementele organisaties (ngo's), commerciële arbeidsbemiddelaars en een nieuwe publieke organisatie Employment National. Er diende te worden geconcurreerd op basis van prijs en kwaliteit. In de tweede aanbestedingsronde (in 1999) werd bovendien ook rekening gehouden met de prestaties die werden geleverd in de eerste periode. De belangrijkste vormen van dienstverlening die via openbare aanbesteding werden gegund, waren: job matching (pure arbeidsbemiddeling), job search assistance (het ondersteunen van het zoekgedrag) en ten slotte Intensive Assistance (intensieve dienstverlening aan moeilijk bemiddelbaren). De eerste vorm van dienstverlening is voorzien voor de best bemiddelbare werkzoekenden, de Intensive Assistance daarentegen is voorzien voor de zwakkere groepen. Bij deze laatste groep wordt trouwens intern nog een onderscheid gemaakt op basis van de afstand tot de arbeidsmarkt. Elke werkzoekende wordt gescreend door een aparte organisatie die ook instaat voor alle sociale uitkeringen. Afhankelijk van de screening heeft de werkzoekende recht op een bepaalde vorm van dienstverlening. De betrokkene kan de aanbieder van de dienstverlening zelf kiezen. Resultaat.Er werd sterk gefocust op resultaat. De aanbieders kregen carte blanche in het vormgeven van het proces, alleen het resultaat werd meegenomen in de uiteindelijke afrekening. Wel werd een onderscheid gemaakt op basis van doelgroep. Een plaatsing in het Intensive-Assistanceprogramma brengt natuurlijk veel meer op dan een simpele jobmatching. De sociale partners werden met het opdoeken van de CES op afstand geplaatst. Het systeem oogde mooi op papier maar zoals steeds: the proof of the pudding lies in the eating. Hoewel definitieve evaluaties pas voorzien zijn voor eind 2001 geven tussentijdse evaluaties een zeer positief beeld. Werkzoekenden zijn in grote mate positief. Zij die de vergelijking kunnen maken, schatten Job Network meestal hoger in dan de voormalige CES. De dienstverlening wordt beschouwd als meer geïndividualiseerd en gepersonaliseerd. Het feit dat men nu als werkzoekende kan kiezen tussen dienstverleners wordt sterk geapprecieerd. Ook werkgevers zijn positief, vooral op de punten snelheid van dienstverlening en het individuele maatwerk. In elk geval heeft Job Network veel meer mensen geplaatst dan de CES in een vergelijkbare periode. Het eerste jaar bedroeg het verschil al 43%, een cijfer dat nadien nog is opgelopen. Wel moet gesteld dat de CES in de laatste maanden van zijn bestaan niet meer optimaal functioneerde. Bovendien is ook in Australië de conjunctuur verbeterd. Toch blijft het verschil groot. Deze positieve waardering is opmerkelijk omdat het opzetten van zo'n systeem altijd gepaard gaat met groeipijnen. Zowel werkgevers als werknemers moeten met het nieuwe systeem vertrouwd raken. Een gouden medaille dient hier gegeven aan de administratie van het Department of Employment, Workplace Relations and Small Business die dit ingewikkelde proces uitstekend heeft gemanaged en dit zonder veel duidelijke voorbeelden. Het spreekt vanzelf dat er gaandeweg nog heel wat bijsturingen zijn gebeurd. Zo gaf de overheid op een bepaald ogenblik de kans aan aanbieders die zich hadden miskeken op de nieuwe markt (en zware verliezen boekten) om zich, mits een financiële tegemoetkoming, terug te trekken. De vrijkomende contracten werden dan opnieuw toegewezen. Op termijn zou de output van Job Network moeten stijgen omdat bij elke aanbestedingsronde de zwakkere performers worden vervangen door nieuwe veelbelovende intreders. Dienstverlening.Hoe zat het ten slotte met de verschillende dienstverleners. Hierboven stelden we reeds dat in de nieuwe constellatie zowel ngo's, als commerciële bedrijven, als een nieuw publiek bedrijf deelnamen aan de openbare aanbesteding. In de eerste ronde verdeelden ze min of meer de taart. Elk haalde ongeveer één derde van de markt binnen wat voor sommigen al aanleiding was om te spreken van een politiek compromis. In de tweede ronde zijn de kaarten volledig herschud. De ngo's zijn nu de belangrijkste aanbieder geworden met zo'n 50% van de markt. De privé-bedrijven halen iets meer dan 40% en de publieke aanbieder Employment National zakt terug tot minder dan 10%. Dit laatste gebeurde vooral op basis van de zwakke resultaten in het Intensive-Assistanceprogramma. Het spreekt vanzelf dat het wegzakken van de publieke aanbieder heel wat stof heeft doen opwaaien. Het minste wat men kan zeggen is dat het Australisch voorbeeld aantoont dat er alternatieve modellen werkbaar zijn voor het traditionele systeem waarbij de overheid een arbeidsmarktbeleid ontwerpt en nadien via eigen organisaties ook uitvoert. Ngo's en commerciële bedrijven hebben aangetoond dat ze een toegevoegde waarde kunnen leveren. Andere landen hebben intussen niet stilgezeten. In Nederland, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Zweden en zelfs Vlaanderen worden op dit ogenblik nieuwe modellen ontwikkeld die deels inspiratie halen uit het Australische voorbeeld. Niet toevallig doet momenteel de ene buitenlandse delegatie na de andere Australië aan. Men kan rustig stellen dat onze tegenvoeters beleidsmatig een prestatie van olympisch formaat hebben afgeleverd.Jan Denys