Na een opwaartse beweging van ruim zes jaar, die slechts af en toe en kortstondig onderbroken werd, bereikte de prijs van ruwe olie in juli 2008 het recordniveau van bijna 150 dollar per vat. Ruwe olie mag dan als energiebron en industriële grondstof aan belang ingeboet hebben, de geschiedenis leert ons dat je vrij snel na zo'n forse prijsstijging - een half jaar eerder zaten we nog onder de 100 dollar per vat - de klad in de economische groei krijgt.
...

Na een opwaartse beweging van ruim zes jaar, die slechts af en toe en kortstondig onderbroken werd, bereikte de prijs van ruwe olie in juli 2008 het recordniveau van bijna 150 dollar per vat. Ruwe olie mag dan als energiebron en industriële grondstof aan belang ingeboet hebben, de geschiedenis leert ons dat je vrij snel na zo'n forse prijsstijging - een half jaar eerder zaten we nog onder de 100 dollar per vat - de klad in de economische groei krijgt. Dat patroon herhaalde zich nu dus ook. Alleen raakte het effect van de forse stijging van de olieprijs compleet ingesneeuwd door de financiële crisis. Al te vaak wordt vandaag vergeten dat we ook zonder financiële crisis in 2009 minstens met recessie zouden geflirt hebben als gevolg van de zeer hoge olieprijs tot in de zomer van 2008. Nu een pril en broos herstel aan de herfsteinder komt piepen, onder meer gedreven door de relatief lagere olieprijs, rijst de vraag of er vanuit de oliehoek weer roet in het eten gegooid kan worden. Na de piek in juli 2008 ging het met de olieprijs pijlsnel bergaf. Alle voorspellingen in de trant van 'olieprijs op naar de 300 dollar per vat' en 'olieprijs nooit meer onder de 100 dollar per vat' kregen een stille begrafenis. Enkele van deze voorspellers hebben ondertussen een bureau moeten bijnemen om hun compleet fout gebleken voorspellingen op te bergen. En noteer het maar alvast: in het zog van de volgende piek in de olieprijs, en die komt er zeker, gaan ze u met hetzelfde type van voorspellingen de stuipen op het lijf jagen. Om nadien die voorspellingen weer in alle stilte te moeten opbergen . Van bijna 150 dollar per vat in juli 2008 donderde de olieprijs in een nooit eerder gezien tempo naar 32 dollar per vat in december 2008. De jongste maanden lijkt de olieprijs zich te stabiliseren ergens tussen de 60 en 70 dollar per vat. Met de recessie kon dat prijsherstel zich alleen doorzetten in het zog van een serieuze terugschroeving van de productie, vooral in Saudi-Arabië. Het land beschikt over de grootste olievoorraden ter wereld en is zowat de regulator van de oliemarkt. Alle peak oil-theorieën ten spijt hoopt Saudi-Arabië nog minstens 100 jaar ruwe olie te kunnen slijten voor een redelijke prijs. Hier wil dat maar niet doordringen, maar een te hoge olieprijs zal maken dat via besparingen en de ontwikkeling van alternatieven de Saudi's die hoop niet kunnen realiseren. En dus pompt Saudi-Arabië naarstig bij als de olieprijs al te drastisch oploopt om dan vervolgens terug te schroeven als die prijs steil naar beneden duikt. Het land kan zich enige budgettaire souplesse veroorloven, wat van de meeste andere olie-exporterende landen niet kan worden gezegd. Voor de zittende regeringen van de meeste van die landen is een gulle export noodzakelijk om toch maar de nodige inkomsten te kunnen bij elkaar schrapen. Rusland (geen lid van OPEC) en Venezuela vormen daar de politiek meest in het oog springende voorbeelden van. In het geheel van de OPEC-club van olie-exporterende landen bestaat er nu bijna 7 miljoen vaten per dag aan ongebruikte productiecapaciteit, een niveau niet meer gezien sinds de tweede helft van de jaren tachtig toen de ongebruikte productiecapaciteit opliep tot bijna 10 miljoen vaten per dag. Grosso modo driekwart van die overcapaciteit situeert zich in Saudi-Arabië, het restant grotendeels in de kleinere olielanden aan de Perzische Golf. Men kan er gif op innemen dat indien de komende periode de olieprijs weer richting 100 dollar per vat gaat, Saudi-Arabië de kraan weer opendraait, want uit alles blijkt dat het regime in Riyad een prijs van zo'n 70 dollar per vat als wenselijk beschouwt. Dwergjes als Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten volgen de koers van Riyad. Het bovenstaande wil helemaal niet zeggen dat Saudi-Arabië er sowieso in slaagt om de prijs altijd binnen redelijke grenzen rond dat gewenste niveau van 60 tot 70 dollar per vat te houden. Het verleden bewijst dat ten overvloede. Waar men wel rustig kan van uitgaan, is, zoals bijgaande grafiek duidelijk aantoont, dat er een redelijk nauw verband bestaat tussen de evolutie van de olieprijs en het volume aan niet-gebruikte productiecapaciteit binnen OPEC (zeg dus maar in Saudi-Arabië). Alle andere factoren blijven helaas niet gelijk. Zo wijst alles erop dat Rusland zijn olie-export substantieel verder opdrijft, zeker nu nieuwe velden in Siberië sneller dan verwacht in productie komen. In de andere richting werkt dan weer het nieuws dat Hugo Chavez het alsmaar moeilijker krijgt om zijn regime in Venezuela in stand te houden. En wat als de globale economische herneming zich toch sterker dan verwacht doorzet? Dan gaat de olieprijs gegarandeerd omhoog, maar minder dan velen nu vrezen. DE AUTEUR IS ALGEMEEN DIRECTEUR VAN HET ONDERNEMERSPLATFORM VKW.Johan Van Overtveldt