Khaled heeft niets van een revolutionair. De jongen van 21 heeft slechts één zaak voor ogen: de kost verdienen en zijn familie helpen. Vier jaar geleden belandde Khaled in de Saoedische hoofdstad Riyad met 370 euro op zak. Hij kende er niemand. Zijn blik verraadt evenveel vastberadenheid als angst.
...

Khaled heeft niets van een revolutionair. De jongen van 21 heeft slechts één zaak voor ogen: de kost verdienen en zijn familie helpen. Vier jaar geleden belandde Khaled in de Saoedische hoofdstad Riyad met 370 euro op zak. Hij kende er niemand. Zijn blik verraadt evenveel vastberadenheid als angst. Khaled had zijn dorp in het zuidwesten van het land nog nooit verlaten. Hij groeide er op bij zijn ouders en zijn acht broers en zussen in een driekamerwoning van 25 vierkante meter zonder stromend water. Niet verwonderlijk dat Riyad voor hem een schok was. Vol goede moed begon hij de ondernemingen af te lopen. Het werd een lijdensweg. Met een diploma informatica ging hij aankloppen bij de groepen die mobieletelefoondiensten aanbieden, bij bedrijven die zich bezighouden met openbare werken... Overal kreeg hij hetzelfde antwoord: "Niet gekwalificeerd genoeg". Uiteindelijk kon hij een job als kassier bemachtigen in een supermarkt voor een maandloon van 520 euro. Voor een jonge Saoediër uit de provincie is dat een fortuin. "Met mijn eerste loon heb ik kleren, een horloge en parfum gekocht en 90 euro naar mijn ouders gestuurd." Khaled toont een ander beeld van Saoedi-Arabië, mijlen verwijderd van de overvloed waarmee het olie-exporterende land geassocieerd wordt. Zijn lotgevallen zijn niet zo onschuldig als ze eruitzien. Vooral dan in een jong land - twee derde is jonger dan 30 - dat geleid wordt door tachtigers die aan het hoofd staan van een absolute monarchie. Vooral ook omdat 27 procent van de jonge Saoediërs werkloos is. Dat is niet nieuw, maar de context is niet meer dezelfde. Ook hier is de Arabische Lente doorgetrokken en heeft alle zekerheden op de helling gezet. Alle Khaleds zijn wakker geworden en hun leiders weten dat het mengsel van onzekerheid, ongelijkheid en autocratisch bewind een potentieel explosieve cocktail is. Het oproer dat door de Arabische wereld waart, doet ook de dynastie van de Saoedi bibberen. Aan de grenzen van het land dreigt overal opstand, van Irak tot Jemen en van Jordanië tot Bahrein. Pas toen koning Abdallah vorig jaar terugkeerde na drie maanden afwezigheid wegens een rugoperatie in de Verenigde Staten, werd duidelijk hoe zenuwachtig het regime is. De 86-jarige soeverein was amper uit het vliegtuig gestapt of hij liet een ware tsunami van investeringen los over het land. Om elke besmetting met het oproer te vermijden, heeft de regering een indrukwekkend financieel arsenaal opgesteld. In de komende jaren zal 90 miljard euro gespendeerd worden, 29,12 procent van het bbp. Zonder twijfel een van de omvangrijkste relanceplannen uit de economische wereldgeschiedenis. Het land kan zich die gulheid veroorloven zonder dat het een deficit oploopt. En dat dankzij zijn fenomenale deviezenreserves van 312 miljard euro die bovendien nog gestijfd worden door de opflakkering van de prijs van het zwarte goud. Het onmiddellijke gevolg was dat de enige grote manifestatie die in het land plaatsvond sinds het uitbreken van de Arabische opstanden uitgroeide tot een steunbetuiging aan het regime. De maatregelen waren nog maar net afgekondigd of de straten van Riyad werden overspoeld door een uitgelaten menigte. "Het was een carnavalssfeer", vertelt de Britse historicus Robert Lacey. "De mensen zwaaiden met vlaggen en claxonneerden in hun wagens. En ze hebben zich vervolgens op de winkelcentra gestort, een van de zeldzame afleidingen in een streng geleid land waar zelfs bioscopen verboden zijn..." Het chequeboekbeleid heeft niet alle contestatie in de kiem gesmoord. Het Arabische reveil heeft ook de stoutmoedigheid in de hand gewerkt, vooral onder de vrouwen. Sinds een jaar pakken ze nadrukkelijker met eisen uit. Alleen of in groep hebben vrouwen al meermaals het religieuze establishment op stang gejaagd door aan het stuur van een auto te gaan zitten. Vrouwen vielen vervolgens ook een ander taboe aan door stemrecht te eisen bij de gemeenteraadsverkiezingen. Het zijn initiatieven die erop wijzen dat de zaken minder verstard zijn dan ze lijken. Vooral omdat koning Abdallah, een voorzichtige hervormer, altijd al meer dan zijn voorgangers aandacht heeft gehad voor het lot van de vrouwen, een cruciale groep in een land waar 60 procent van de vrouwen in het bezit zijn van een universitair diploma. De banbliksems van de conservatieve clerus neemt hij er dan maar bij. Die evolutie kan grotendeels toegeschreven worden aan prinses Adelah (48), een moeder van vijf en de lievelingsdochter van de vorst. Hoewel ze erg discreet is, wordt toch naar haar geluisterd. Ze woont in het centrum van de stad in een herenhuis omringd door hoge witte muren dat in niets verschilt van de omringende gebouwen en zeker niet kan vergeleken worden met de gigantische en weelderige paleizen van de prinsen. Ze ontvangt ons zonder abaja en zonder sluier in haar sobere en verfijnde salon. Familiefoto's staan op een glazen hoektafeltje. Een Marokkaanse dienstbode serveert thee met groene kardemom. Haar woorden, uitgesproken in perfect Engels, zijn ondubbelzinnig. "De gebeurtenissen in de buurlanden en de instabiliteit die er het gevolg van is, verontrusten ons en zetten ons ertoe aan om de weg van de hervormingen op te gaan." In een patriarchaal en ondoorgrondelijk systeem waarin geen enkele wettelijke oppositie toegelaten is, is het moeilijk om de intenties van de overheid in te schatten. Dat belet niet dat tegenstrijdige meningen tot uiting gebracht worden, meer bepaald in de buitenlandse media. In een column klaagde prins Al-Walid, een kleinzoon van de stichter van het regime en CEO van een van de grootste conglomeraten, het immobilisme onomwonden aan. "De Arabische maatschappijen kunnen enkel slagen als ze hun systemen openstellen voor grotere politieke participatie, meer transparantie en responsabilisering van de vrouwen en de jongeren. De Arabische regeringen kunnen de passiviteit van hun bevolking niet langer als een voldongen feit blijven beschouwen." Saoedi-Arabië is een religieuze autocratie met een gecentraliseerde economie die moeite heeft om zich te diversifiëren. Zoals alle renteniersstaten ligt het koninkrijk aan het infuus. 95 procent van de staatsinkomsten komt van aardolie en aardgas, die op hun beurt een omvangrijke openbare sector financieren die twee derde van het bbp vertegenwoordigt. Het woestijnrijk is een van de zeldzame landen ter wereld waar de ambtenaren beduidend beter betaald worden dan de loontrekkenden in de privésector, de facto zijn dat ingeweken arbeidskrachten. Het probleem is dat zelfs die openbare sector niet meer in staat is om de 300.000 jongeren op te vangen die jaarlijks op de arbeidsmarkt komen. Daarbij komt nog het gebrek aan opleiding en motivatie in een land waar de privéondernemingen verplicht zijn om minstens 30 procent Saoedisch personeel aan te houden. "De jongeren zijn totaal onwetend van de belasting van het actieve leven", betreurt Anwar, de directeur van een supermarktketen in Riyad. Hij heeft niet alleen moeite om mensen aan te werven, maar als hij er dan toch in slaagt dan heeft hij nog meer moeite om zijn Saoedisch personeel, dat bepaald niet vertrouwd is met arbeidsethiek, te behouden. Ondanks al die belemmeringen lijken de Saoedische Khaleds nog niet al te zeer geneigd om in opstand te komen. Zolang het regime het land kan blijven besprenkelen met de petroleumrente, lijkt zijn toekomst gevrijwaard. Maar het is een wankel evenwicht. De laatste keer dat de olieprijzen instortten, waren de gevolgen tragisch voor Saoedi-Arabië. De man die toen uit de schaduw tevoorschijn kwam, heette Osama Bin Laden... CLARENCE RODRIGUEZ IN RIYAD EN YVES-MICHEL RIOLS (L'EXPANSION)De Saoedische leiders weten dat het mengsel van onzekerheid, ongelijkheid en autocratisch bewind een potentieel explosieve cocktail is.