Na de zware dreun in augustus en september hebben de beurzen zich kunnen herstellen in oktober. De geschiedenis leert dat september gemiddeld de slechtste beursmaand van het jaar is, en oktober de gevaarlijkste. Dat kadert in het algemene patroon van een sterke beursstart van het jaar tot april en mei, daarna een zwakke periode tot september om vervolgens richting het jaareinde weer flink te stijgen. Maar om de zoveel jaar begeven de zenuwen van de beleggers het toch, neemt de verkoopdruk precies in oktober verder toe en leidt dat tot het dumpen van aandelen, met een crash tot gevolg...

Na de zware dreun in augustus en september hebben de beurzen zich kunnen herstellen in oktober. De geschiedenis leert dat september gemiddeld de slechtste beursmaand van het jaar is, en oktober de gevaarlijkste. Dat kadert in het algemene patroon van een sterke beursstart van het jaar tot april en mei, daarna een zwakke periode tot september om vervolgens richting het jaareinde weer flink te stijgen. Maar om de zoveel jaar begeven de zenuwen van de beleggers het toch, neemt de verkoopdruk precies in oktober verder toe en leidt dat tot het dumpen van aandelen, met een crash tot gevolg. Dat is in 2015 gelukkig niet gebeurd. Het Amerikaanse resultatenseizoen is niet teleurstellend begonnen. Bovendien bleek aan het begin van de maand dat de Amerikaanse aandelenbeleggers wel erg pessimistisch waren geworden over de beurskansen. Het aantal bulls (stieren of beursoptimisten) zakte voor het eerst sinds eind 2008 tot onder 25 %, terwijl het aantal bears (beren of pessimisten) tot boven 35 % was geklommen, het hoogste cijfer sinds november 2011. Dat liet dus ruimte voor een herstelbeweging op Wall Street. De Europese aandelenmarkten doen ook dapper mee aan het herstel. Uiteraard omdat de locomotief van de New York Stock Exchange (NYSE) het beter doet, Mario Draghi aangeeft dat de Europese Centrale Bank nog meer stimuleringsmaatregelen zal doorvoeren, maar ook omdat het Europese resultatenseizoen goed is gestart. Nestlé was dan misschien een ontgoocheling, maar Unilever en Danone kwamen in de voedingssector met hun omzetcijfers duidelijk boven de verwachtingen uit. De grote Europese bedrijven kunnen dan ook profiteren van een aantal factoren die voor rugwind zorgen. Er is het matige economische herstel in de eurozone, en er zijn de verzwakte euro (EUR) ten opzichte van de Amerikaanse dollar (USD) en de veel lagere energie- en grondstoffenprijzen. Al geldt voor die lage prijzen voor basismetalen wel het tegenargument dat de export naar China een stuk moeilijker loopt. Over het algemeen kunnen we stellen dat de analistenconsensus eerder voorzichtig is. Met een verwachte winstgroei van 2,2 % op jaarbasis ligt de lat voor het derde kwartaal niet geweldig hoog. De ondernemingen hebben met andere woorden een goede kans om erover te springen. Het mag dan ook niet verwonderen dat het resultatenseizoen mee een katalysator is voor het beursherstel. We blijven de herstelbeweging van de westerse aandelenmarkten van nabij opvolgen. De eerste horde is genomen, maar daarmee is nog niet meteen alles rozengeur en maneschijn. Het is en blijft uitkijken of een terugkeer richting de jaarpieken in het voorjaar mogelijk blijkt. Dat is de tweede stap. De derde en moeilijkste horde wordt om die jaarpieken of historische pieken te doorbreken. Dat wordt geen vanzelfsprekendheid, maar uitsluiten mogen we het zeker niet. Maar dan zal de rust rond China volledig moeten terugkeren.HET RESULTATENSEIZOEN IS GEEN TELEURSTELLING TOT NOG TOE.