Voor een octrooi met wereldwijde erkenning betaal je al snel tussen 100.000 en 150.000 euro. Voor een Belgisch octrooi is dat slechts 4000 tot 10.000 euro. Maar omdat de fase waarin wordt gekeken of je vinding eerder al ergens anders is gepatenteerd, nogal minimaal is opgezet in België, zijn deze octrooien moeilijk afdwingbaar. Het ene octrooi is met andere woorden het andere niet. Bovendien valt het af te wachten of het octrooistelsel zoals het de jongste decennia evolueerde, in de toekomstige economische realiteit, overeind blijft.
...

Voor een octrooi met wereldwijde erkenning betaal je al snel tussen 100.000 en 150.000 euro. Voor een Belgisch octrooi is dat slechts 4000 tot 10.000 euro. Maar omdat de fase waarin wordt gekeken of je vinding eerder al ergens anders is gepatenteerd, nogal minimaal is opgezet in België, zijn deze octrooien moeilijk afdwingbaar. Het ene octrooi is met andere woorden het andere niet. Bovendien valt het af te wachten of het octrooistelsel zoals het de jongste decennia evolueerde, in de toekomstige economische realiteit, overeind blijft. De gemiddelde bedrijfsleider ziet octrooien als een dure noodzaak om knowhow af te schermen. Dat beeld klopt echter niet. Het zijn in de eerste plaats tijdelijke monopolieposities waarbij de aanvrager zijn kennis in detail moet beschrijven in ruil voor een marktmonopolie van twintig jaar. Specialisten omschrijven een octrooi daarom als een negatief exclusief recht waarmee je competitie tijdelijk uit de markt kunt weren. "Er zijn veel misverstanden over het octrooi", zegt Johan Brants. Hij is oprichter van Brantsandpatents, een bureau gespecialiseerd in intellectuele eigendom. "Je kunt een octrooi het beste bekijken als een autoverzekering Als je een ongeval krijgt, ben je misschien niet zeker van de uitbetaling, maar het is wel beter verzekerd te zijn." De jongste jaren is intellectuele eigendom stof voor debat. Zo staan auteursrechten door de toegenomen digitalisering in de entertainmentindustrie op losse schroeven, maar ook over octrooien -- als motor voor innovatie -- woedt een discussie. De voorstanders van het octrooisysteem geloven dat innovatie is gebaat bij de bescherming van intellectuele eigendom. Ze argumenteren dat dankzij het octrooisysteem een premie naar de uitvinders gaat. Op haar beurt leidt die tot meer innovatie. Tegenstanders betwisten dat en zien meer in een model van open source, waarin gratis licenties worden gegeven en de inkomsten afhangen van het businessmodel. Het bekendste voorbeeld is Google. De zoekmachine is gratis, maar Google laat zich betalen voor een dienst, namelijk het vinden van internetgebruikers. "Het octrooisysteem zoals we dat vandaag kennen, kan niet blijven bestaan", argumenteert Joren De Wachter, IP-consulent gespecialiseerd in advies voor kmo's. "Je ziet de beschikbare kennis elke twaalf tot achttien maanden verdubbelen in omvang. Octrooien worden dus tegenover een steeds grotere hoeveelheid kennis afgewogen op hun vernieuwende karakter. Het aantal octrooiaanvragen stijgt slechts met 5 tot 10 procent per jaar. Het is een strijd tussen een exponentiële en een lineaire groeicurve. Het staat in de sterren dat de exponentiële curve wint." Volgens De Wachter dragen octrooien bovendien niet echt bij tot meer innovatie. "Intellectuele eigendom is eigenlijk een ideologie", zegt hij. "Er is geen empirisch bewijs dat het installeren van tijdelijke monopolies een positieve impact heeft op innovatie. In de softwaresector zie je dat makers van proprietary sofware zoals Microsoft of Oracle nergens marktaandeel winnen van opensourcesoftware, die economisch gezien een anti-IP-systeem is. De helft van alle nieuwe code is intussen open source. Dat is eigenlijk een bewijs dat de premisse als zou intellectuele eigendom de motor zijn van innovatie, vrij radicaal wordt tegengesproken." Moet een bedrijf dan nog investeren in octrooien? Octrooigemachtigde Johan Brants: "We moeten de klant meerwaarde bieden op lange termijn. De eerste vragen moeten daarom altijd gaan over het businessplan, de exitmogelijkheden, de markt... Eigenlijk moet een bedrijf die dingen afwegen tegen de kostprijs van een octrooi. Een octrooi is maar een van de middelen om het potentieel in een businessplan te maximaliseren." Hetzelfde geluid valt te horen bij Joren De Wachter: "Bedrijven gaan slecht om met hun intellectuele eigendom. Heel vaak begrijpen ze niet wat ze hebben, weten ze ook niet hoe ze er strategisch voordeel kunnen uithalen. Ik zie mezelf meer als een architect die advies geeft. Ik vraag me af: heeft een octrooi zin? Past het in het businessmodel? Ga je er meer geld door verdienen of wordt een bedrijf meer waard? Er zijn nog altijd tal van redenen waarom een octrooi werkt. De kwestie is vooral dat heel wat bedrijven veel geld uitgeven aan octrooien, maar helemaal niet tevreden zijn met het resultaat." In de praktijk wordt de uitdaging groter: er is een tendens om patenten nauwer te beschrijven. Dat komt door de technologische ontwikkeling, maar ook door de mogelijkheden van big data. Het risico om in het vaarwater van een ander octrooi te komen, is toegenomen. Een onderneming kiest dus maar het beste voor de juiste beschermingsstrategie. Dat vindt ook Carla Van Steenbergen. Zij is bij het technologiebedrijf Materialise verantwoordelijk voor de octrooiportefeuille. "De kwestie is niet of octrooien de innovatie al dan niet afremmen. Het komt erop aan de juiste strategie te bepalen. Als je een octrooibeleid kiest, dan kun je dat vanuit offensieve of defensieve optiek doen." Wie een markt wil afschermen, gaat offensief te werk. Met een octrooi kun je iedereen die zich aan de grenzen van dat monopolie waagt een halt toeroepen of via licenties selecteren wie tegen betaling gebruik kan maken van je octrooi. Een defensieve octrooistrategie is er meer op gericht bij samenwerking met andere partijen te vermijden dat zij afkijken wat jij doet en dat vervolgens toevoegen aan hun technologie. Of ze dient om de freedom to operate te garanderen wanneer een bedrijf wordt aangevallen door een concurrent. In dat geval dient de octrooiportefeuille om bij juridische discussies voldoende gewicht in de weegschaal te kunnen gooien. Van Steenbergen: "Wij volgen beide paden. Er zijn hier heel veel nieuwe ideeën, maar we maken altijd een kosten-batenanalyse alvorens te kiezen voor een octrooi." "De perceptie zit octrooien tegen", weet Brants. "Daarom komen Tesla en Toyota in de krant als ze hun octrooien openstellen. Nochtans: niemand heeft hen ooit verplicht om octrooien te nemen. En wat zien we? Overal nemen technologiebedrijven steeds meer octrooien. Bovendien is het een realiteit dat investeerders meer betalen voor een bedrijf met octrooiposities. Zelfs bij open innovatie is de startpositie in een partnerschap vaak afhankelijk van het aantal octrooien dat je in de weegschaal kan leggen." Naast het belang van octrooien voor het afdwingen van een marktpositie of het opdrijven van de aandelenprijs, kunnen octrooien ook fiscale voordelen opleveren. In België mag een vennootschap de inkomsten uit een octrooi voor 80 procent aftrekken. Je zou denken dat die maatregel de speelruimte voor kmo's vergroot in de innovatierace. Alleen gebruiken vooralsnog de grote multinationals deze fiscale route. Kmo's blijven achter. Nochtans zijn de fiscale aftrekmogelijkheden een interessant incentive om de hoge loonkosten enigszins te compenseren. Brants: "De stichter van Dyson was vijftien jaar geleden tegen octrooien omdat ze volgens hem innovatie tegenhielden. Nu pleit hij ervoor dat in het Verenigd Koninkrijk de octrooiaftrek wordt ingevoerd. Innovatie is immers nog een van de weinige wapens die we hebben tegen competitie uit lagelonenlanden. Volgens mij is de octrooiaftrek een valabel alternatief om dure ingenieurs betaalbaar te houden." Ook De Wachter adviseert kmo's om naar de fiscale aftrek te kijken. "Met die bedenking dat Belgische octrooien enkel zinvol zijn als de patentportefeuille wordt aangestuurd door een fiscale strategie. Het komt in het Belgische octrooisysteem toe aan de rechter om te zien of een patent terecht werd toegekend. Dat maakt afdwingbaarheid meer onzeker, vooral tegenover grote markten als de Verenigde Staten of Groot-Brittannië. Bovendien moet je kunnen aantonen dat het octrooi een essentieel onderdeel is van je inkomstenstroom. Dat betekent opnieuw adviseurs betalen. Je moet de optelsom maken of het wel loont. In de praktijk zijn genoeg omzet en winst een noodzaak." Zijn er alternatieven? Jazeker. Materialise blijft bijvoorbeeld octrooien nemen, maar ziet de komende jaren het belang van handelsgeheimen, waarbij knowhow bewust intern wordt gehouden, toenemen. Het grote voorbeeld van die strategie is Coca-Cola. Dat heeft nooit de geheime formule van zijn succesvolle frisdrank gepatenteerd. "Elke chemicus kan die formule vandaag kopiëren", reageert Brants. "Het geheim van Coca-Cola is vooral een logistiek sterk businessmodel. Het debat over het nut van octrooien en wat allemaal patenteerbaar is, evolueert voortdurend. Ethische vraagstukken zijn er altijd geweest. In de jaren vijftig vroegen mensen zich af of een octrooi op condooms ethisch was, vijftig jaar later kunnen we dat nauwelijks begrijpen. Volgens mij is er niet meteen een alternatief voor het octrooistelsel. Er worden trouwens steeds meer octrooien aangevraagd, terwijl het aantal rechtszaken erover beperkt blijft. In België gaat het om dertig tot veertig zaken per jaar. Ik zie octrooien in de eerste plaats evolueren tot een uitnodiging tot samenwerking. Maar dat strategische gebruik van octrooien komt zelden in de kranten." De Wachter bevestigt: "Octrooien zijn instrumenten in een businessmodel. Soms is het beter kennis te delen, soms niet. De keuze wordt moeilijker, maar ook belangrijker dan vroeger. De technologische cyclus versnelt. Het duurt drie jaar om een octrooi te krijgen, dat is in de huidige context een eeuwigheid. Al is de ene sector de andere niet. Zo is de farma-industrie een voorbeeld van hoe octrooien nog altijd de kern van een businessmodel zijn. Maar het is dan ook een van de laatste verticaal geïntegreerde sectoren. Zij doen alles om het monopolie op distributie en marketing in stand te houden." ROELAND BYL, FOTOGRAFIE THOMAS DE BOEVER"Er is geen empirisch bewijs dat het installeren van tijdelijke monopolies een positieve impact heeft op innovatie" Joren De Wachter, IP-consulent "Ik zie octrooien in de eerste plaats evolueren tot een uitnodiging tot samenwerking" Johan Brants, Brantsandpatents